>>Voorzienbaarheid van strafbepalingen. Interessante opinie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 29 mei 2020 (Artes Law)

Voorzienbaarheid van strafbepalingen. Interessante opinie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 29 mei 2020 (Artes Law)

Auteur: Catherine Van de Heyning (Artes Law)

Publicatiedatum: 02/06/2020

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 29 mei 2020 haar opinie gegeven over de voorzienbaarheid van strafbepalingen.

Het Hof gaat in haar tweede opinie in op de vraag of een strafbepaling mag verwijzen naar andere rechtsnormen (bv de grondwet) voor wat de constitutieve bestanddelen van het misdrijf betreft in het licht van het legaliteitsbeginsel. Sinds protocol 16 EVRM kunnen de hoogste rechtscolleges een niet-bindend advies vragen aan het EHRM in hangende zaken.

Voor een uitstekende introductie op deze nieuwe techniek: klik hier

Op de voorliggende vraag antwoordde het Hof dat dergelijke verwijzingen wel degelijk mogelijk zijn, maar de rechter zal moeten oordelen of zowel de strafbepaling als de norm naar waar verwezen wordt voldoende voorzienbaar is en of het geheel wel voldoende duidelijk is. Bovendien mag de norm naar waar verwezen wordt de strafbepaling niet uitbreiden in draagwijdte.

Het Hof geeft en passant enkele tips mee aan wetgevers voor een goede redactie van strafbepalingen:

“The most effective way of ensuring clarity and foreseeability is for the reference to be explicit, and for the referencing provision to set out the constituent elements of the offence”.

Door een uitvoerige studie van het gebruik van de techniek in andere landen (inclusief België) is de impact meteen duidelijk voor andere rechtsordes. Met deze Opinie en de aanpak van rechtsvergelijking bewijst deze nieuwe procedure meteen zijn grote meerwaarde.

Lees hier de opinie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens van 29 mei 2020

2020-06-02T07:41:40+00:00 2 juni 2020|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , , |