>>Verslag van de onderzoeksrechter na voltooiing van de rechtspleging (Larcier)

Verslag van de onderzoeksrechter na voltooiing van de rechtspleging (Larcier)

Uittreksel uit het boek ‘Duiding Strafprocesrecht’ (Larcier 2017)

Aanvullend bij onderstaande commentaar wordt ook verwezen naar de commentaar bij de artikelen 128 (buitenvervolgingstelling), 129 Sv. (verwijzing naar de politierechtbank) en 130 (verwijzing naar de correctionele rechtbank). Artikel 127 werd, met het oog op zijn vereenvoudiging, in zijn geheel vervangen door artikel 2 van de wet van 31 mei 2005 tot wijziging van de wet van 13 maart 1973, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van Strafvordering (BS 16 juni 2005, in werking 26 juni 2005). Voor een bespreking van de wet van 31 mei 2005, zie S. VANDROMME, “De wet van 31 mei 2005: punctuele wijzigingen m.b.t. de regeling van de rechtspleging, de voorlopige hechtenis en de onwerkzame voorlopige hechtenis”, RW 2005-06, 401-413. Zie over de regeling van de rechtspleging door de raadkamer ook R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 307-402 en R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2012, p. 659-731.

Lees hier het volledige uittreksel 

2017-07-11T07:56:43+00:00 11 juli 2017|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: |