>>Verse lading strafrecht : volgt u nog? Nieuwe wetgeving goedgekeurd op 8 maart 2018! (LegalNews.be)

Verse lading strafrecht : volgt u nog? Nieuwe wetgeving goedgekeurd op 8 maart 2018! (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 11/03/2018

Het wetsontwerp over de minnelijke schikking en vele andere wijzigingen van het strafprocesrecht werd op donderdag 8 maart 2018 goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Verschillende van deze gewijzigde bepalingen hebben een grote impact op de praktijk.

LegalNews.be vroeg meer uitleg aan mr. Catherine Van de Heyning (Eubelius)

Met deze wet (houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht) wou de wetgever het strafwetboek en wetboek van strafvordering conformeren aan de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.

Deze wet doet echter meer. Wie de arresten van het Grondwettelijk Hof naast de wetswijzigingen legt, zal vaststellen dat de wetgever vaak meer grondige wijzigingen doorvoert dan de arresten vereisten. Niet alle wijzigingen zijn even doordacht waardoor deze bepalingen ongetwijfeld opnieuw voor het Grondwettelijk Hof zullen verschijnen.

Hieronder de meest essentiële wijzigingen:

De verbeurdverklaring (artikel 43, 43bis en 43quater strafwetboek) en het beslag (35ter wetboek van strafvordering):

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de verplichte verbeurdverklaring van de instrumenten van het misdrijf (zaken die gediend hebben of bestemd waren voor het plegen van het misdrijf) conform artikel 43 SW in bepaalde gevallen een onredelijke straf uitmaken (Grondwettelijk Hof nr. 12/2017 van 9 februari 2017).

Dit is bijvoorbeeld het geval indien de financiële gevolgen van deze verbeurdverklaring disproportioneel zijn ten opzichte van de opbrengsten van het misdrijf of de rol van de veroordeelde in het plegen van het misdrijf. Daarom voorziet het wetsontwerp in een mogelijkheid voor de rechter om af te zien van de verplichte verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf indien dit een onredelijke straf zou zijn.

 Daarnaast wordt de verbeurdverklaring bij equivalent – nogmaals – uitgebreid, onder andere naar het instrument van het misdrijf (artikel 43bis – quater SW). Daarom wordt ook het beslag bij equivalent voor het instrument van het misdrijf mogelijk gemaakt (artikel 35ter SV).

De onontvankelijkheid van de strafvordering door de vereffening en ontbinding van de rechtspersoon (artikel 20 voorafgaande titel wetboek van strafvordering):

 Artikel 20 VT.SV wordt gewijzigd zodat de rechtspersoon niet aan de strafvordering ontsnapt indien deze slechts vereffend of ontbonden wordt na de inverdenkingstelling of (nieuw) na een rechtstreekse dagvaarding ten gronde. Daarmee wordt de wet aangepast aan het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 54/2017 van 11 mei 2017.

Inzage in het strafdossier (artikel 21bis en 61ter wetboek van strafvordering):

In navolging van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 6/2017 van 25 januari 2017 (wordt de procedure om een strafdossier in te zien tijdens het opsporings- dan wel gerechtelijk onderzoek grotendeels gelijkgetrokken.

Indien de procureur des Konings in een opsporingsonderzoek de inzage weigert aan de verdachte of een persoon die een verklaring van benadeelde persoon aflegde of niet reageert binnen de vooropgestelde termijn kan de verzoeker beroep aantekenen bij de kamer van inbeschuldigingstelling door het neerleggen van een met redenen omkleed verzoekschrift.

Pas op: het verzoek tot inzage conform artikel 21bis SV moet pas binnen de 4 maanden na inschrijving in het register worden beantwoord. Voor artikel 61ter SV blijft dit een maand.

De nieuwe wet voorziet ook in uitdrukkelijke criteria op basis waarvan de procureur dan wel de onderzoeksrechter de inzage kan weigeren, met name de noodwendigheden van het onderzoek dit vereisen, indien inzage een gevaar zou opleveren voor personen of een ernstige schending van hun privéleven zou inhouden, indien de verzoeker van geen rechtmatige beweegredenen tot het raadplegen van het dossier doet blijken, indien het dossier alleen de aangifte of klacht bevat waarvan de verzoeker of zijn advocaat al een kopie heeft gekregen, indien een gerechtelijk onderzoek is ingesteld, of indien de verzoeker naar een vonnisgerecht is verwezen, gedagvaard of bij proces verbaal is opgeroepen.

Rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep en bij een rechtstreekse dagvaarding (artikel 162 bis Sv)

 De burgerlijke partij zal met deze wet eveneens een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zijn indien zij zich aansluit bij een rechtstreekse dagvaarding door andere partijen of indien zij een beroep instelt bij ontstentenis van enig beroep door openbaar ministerie, in zover zij in het ongelijk wordt gesteld.

Dit was reeds het geval bij een buitenvervolgingstelling door de raadkamer in zover de strafvordering op gang werd getrokken door de burgerlijke partij (artikel 128 Sv), of bij een rechtstreeks dagvaarding door de burgerlijke partij (artikel 162bis SV). Het Grondwettelijk Hof oordeelde in twee arresten (nr. 113/2016 van22 september 2016 en arrest nr. 33/2017 van 9 maart 2017) dat de regeling m.b.t. rechtsplegingsvergoeding in artikel 162bis SV ongrondwettig was.

Minnelijke schikking & de bemiddelingen – artikelen 216bis en 216ter wetboek van strafvordering:

De VSBG conform artikel 216bis SV werd  op 2 juni 2016 afgeschoten door het Grondwettelijk hof (arrest nr. 83/2016 ) vanwege een gebrekkige rechterlijke controle. Het nieuwe ontwerp voorziet dat de rechter (raadkamer dan wel correctionele rechtbank) naast de wettelijke vereisten van de schikking, ook zal kunnen toetsen of de schikker uit vrije wil en geïnformeerd instemt met de schikking en of de straf proportioneel is t.o.v. de ernst van het misdrijf en de persoonlijkheid van de dader. Slechts na een goedkeuring door de rechter moet de schikker overgaan tot de betaling van de geldsom waarna de strafvordering vervalt. In het geval de rechter niet instemt met de voorgestelde schikking, kan het openbaar ministerie het onderzoek of vervolging verderzetten dan wel een nieuw voorstel doen.

Ook de bemiddeling conform artikel 216ter SV wordt aangepast zodat er een rechterlijke controle komt conform deze voor de minnelijke schikking.

En Verder wijzigt deze wet grondig het strafuitvoeringsonderzoek (SUO) (artikelen 464/1, 464/23, 464/24, 464/27 van het Wetboek van Strafvordering) in navolging van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 178/2015 van 17 december 2015.

2018-03-12T17:14:46+00:00 11 maart 2018|Categories: Straf- en strafprocesrecht|