>>Uitbreiding zoeking in informatiesysteem naar verbonden datasystemen: tussenkomst onderzoeksrechter vereist volgens Grondwettelijk Hof 6 december 2018 (LegalNews.be)

Uitbreiding zoeking in informatiesysteem naar verbonden datasystemen: tussenkomst onderzoeksrechter vereist volgens Grondwettelijk Hof 6 december 2018 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 13/12/2018

De wet van 25 december 2016 en de uitsluiting van de onderzoeksrechter

De vzw « Ligue des Droits de l’Homme » en de vzw « Liga voor Mensenrechten » zijn van mening dat zij, krachtens hun respectief statutair doel, belang erbij hebben de vernietiging te vorderen van de bepalingen van de wet van 25 december 2016 « houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en het Strafwetboek, met het oog op de verbetering van de bijzondere opsporingsmethoden en bepaalde onderzoeksmethoden met betrekking tot internet en elektronische en telecommunicaties en tot oprichting van een gegevensbank stemafdrukken » (hierna : de wet van 25 december 2016) die het recht op een eerlijk proces, het recht op eerbiediging van het privéleven, het gelijkheidsbeginsel en het wettigheidsbeginsel, die zij beogen te verdedigen, negatief kunnen raken.

De verzoekers argumenteren dat in tegenstelling tot de geheime zoekingen in een informaticasysteem, die, krachtens artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering, enkel door een onderzoeksrechter kunnen worden bevolen, niet-geheime zoekingen in een informaticasysteem, met toepassing van de bestreden bepaling, die artikel 39bis van hetzelfde Wetboek wijzigt, ofwel op autonome wijze door de politie kunnen worden verricht, ofwel door de procureur des Konings of door de onderzoeksrechter kunnen worden bevolen.

Zij wijzen erop dat de bestreden bepaling het parket in bepaalde gevallen de mogelijkheid biedt, zonder het optreden van de onderzoeksrechter, te bevelen dat verbinding wordt gemaakt met de databases waarmee het in beslag genomen toestel is verbonden. Zij besluiten daaruit dat de wetgever aldus het openbaar ministerie heeft toegestaan daden te bevelen die het privéleven rechtstreeks raken, terwijl die daden voordien onder de bevoegdheden van de onderzoeksrechter ressorteerden. Zij zijn van mening dat het niet-geheime karakter van de betrokken zoekingen niet relevant is om de uitsluiting van de onderzoeksrechter in die aangelegenheid te verantwoorden.

Het standpunt van het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat de uitbreiding van een zoeking in een informaticasysteem alleen kan worden toegelaten onder dezelfde voorwaarden als diegene die gelden in verband met de huiszoeking in een woonplaats of een private plaats en het onderscheppen van telefoongesprekken of briefwisseling zoals weergegeven in artikelen 87 en 88 van het Wetboek van Strafvordering.

Bijgevolg wordt artikel 39bis §3 van het Wetboek van Strafvordering (ingevoegd bij artikel 2 van de Wet van 25 december 2016) vernietigd, evenals artikel 13 van de wet van 25 december 2016 dat er mee is verbonden is.

Maar om rechtsonzekerheid te vermijden zullen de door de vernietigde bepaling teweeggebrachte gevolgen worden gehandhaafd tot de datum waarop het arrest in het Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Lees hier het arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 december 2018

2018-12-13T10:07:15+00:00 13 december 2018|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , |