>, Verkeersrecht>Strengere maatregelen inzake verkeersveiligheid in aantocht : een uitgebreid overzicht (Waeterinckx Advocaten)

Strengere maatregelen inzake verkeersveiligheid in aantocht : een uitgebreid overzicht (Waeterinckx Advocaten)

Auteur: Waeterinckx Advocaten

Publicatiedatum: 13/02/2018

Op 8 februari 2018 keurde het parlement het wetsontwerp ter verbetering van verkeersveiligheid goed. De wet treedt binnenkort in werking, met uitzondering van de bepalingen inzake het alcoholslot die normaliter slechts op 1 juli 2018 in werking zullen treden. Onder de nieuwe bepalingen wordt rijden onder invloed onder bepaalde voorwaarden verplicht bestraft met het installeren van een alcoholslot, de verjaringstermijn voor overtredingen wordt opgetrokken naar 2 jaar en er wordt voorzien in en bijkomende schorsingstermijn van de verjaring. Deze en andere interessante wijzigingen worden hierna beknopt besproken.

– Rechters zijn voortaan verplicht om een alcoholslot op te leggen aan overtreders met een hoge alcoholconcentratie vanaf 1,8 promille (= 0,78mg/l uitgeademde alveolaire lucht), tenzij zij uitdrukkelijk motiveren waarom zij dit niet wenselijk achten voor de overtreder in kwestie. In dat geval valt de rechter terug op het bestaande bestraffingsarsenaal, nl. een geldboete van 200 tot 2.000 EUR en een, naargelang het geval, facultatief of verplicht verval tot het recht tot sturen.In geval van alcoholrecidive vanaf 1,2 promille in het bloed hetzij 0,50mg/l UAL zullen voortaan, naast het verplichte alcoholslot, ook de vier herstelexamens en een periode van minstens drie maanden vervallenverklaring moeten worden opgelegd (cumul art. 37/1 en 38, § 6). Een zware alcoholrecidivist mag zich dus verwachten aan minstens drie maanden verval, de vier herstelexamens en – na te zijn hersteld in het recht tot sturen – minstens een jaar alcoholslot (of gedurende die periode geen motorvoertuig meer besturen).Indien de rechter een alcoholslot oplegt, mag de overtreder in principe geen enkel motorvoertuig zonder alcoholslot waarvoor een rijbewijs is vereist meer besturen (tenzij de rechter motiveert waarom hij het alcoholslot niet oplegt voor een of meerdere voertuigcategorieën).Voor redenen van rechtszekerheid is bepaald dat de nieuwe bepalingen inzake het alcoholslot enkel van toepassing zijn op feiten begaan na de inwerkingtreding van de wet. In geval van recidive moeten beide feiten gepleegd zijn na de inwerkingtreding van de wet.

– Een inbreuk op deze bepaling, nl. wanneer de veroordeelde toch een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma, is strafbaar met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en met een geldboete van 500 tot 2000 EUR of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt.

– De rechter beschikt dan niet langer over de mogelijkheid om geen alcoholslot op te leggen. In geval van zo’n zware alcoholrecidive is het duidelijk dat deze persoon rijden en drinken niet gescheiden kon houden en zijn bijgevolg zware sancties vereist. Bij andere alcoholovertredingen vanaf 0,8 promille, bij dronkenschap en bij recidive met lagere promillages heeft de rechter de mogelijkheid maar niet de verplichting om een alcoholslot op te leggen. Nieuw is dat de rechter het alcoholslot kan uitsluiten voor een of meerdere categorieën van voertuigen (behalve voor de categorie waarmee de overtreding werd begaan) indien hij uitdrukkelijk motiveert waarom deze beperking noodzakelijk is. Te denken valt aan een buschauffeur die, indien hij zou worden veroordeeld tot een veralgemeend alcoholslot, zijn job dreigt te verliezen. De veroordeelde kan er ook voor opteren om geen alcoholslot in zijn motorvoertuig(en) te laten installeren en bijvoorbeeld het openbaar vervoer te gebruiken. Hij beslist dan om geen “bestuurder” te zijn gedurende de periode waarin hem door de rechter een alcoholslot werd opgelegd. Zijn rijbewijs moet hij in dat geval ter griffie afgeven, maar hij gaat dan op de gemeente geen nieuw rijbewijs met de code voor het alcoholslot afhalen. In dat geval is er in de feiten wel sprake van een verval, omdat de persoon niet meer over zijn rijbewijs beschikt, en dit voor de periode dat hij normaliter met een alcoholslot had moeten rijden.

– Bedoeling is om in dat geval van het alcoholslot de regel te maken. Een mogelijke reden voor de rechter om aan te nemen dat de overtreder niet zozeer met een alcoholslot maar bijvoorbeeld meer met een medisch en psychologisch herstelonderzoek is gebaat, is een vermoeden van alcoholverslaving. Als de rechter de overtreder een definitief verval oplegt of ingeval hij hem vervallen verklaart wegens lichamelijke of psychische ongeschiktheid krachtens artikel 42 (te denken valt aan alcoholverslaving), kan de rechter geen alcoholslot opleggen. Het alcoholslot wordt opgelegd voor een periode van 1 tot 3 jaar (voordien was dat 5 jaar) of levenslang en de persoon volgt (zoals nu reeds het geval is) een omkaderingsprogramma.

– Artikel 68 van de wegverkeerswet is gewijzigd. De verjaringstermijn wordt opgetrokken van 1 naar 2 jaar. Voortaan verjaart de strafvordering die het gevolg is van een overtreding van de wegverkeerswet (alsmede van de ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten), door verloop van 2 jaar te rekenen van de dag waarop de overtreding is begaan. Daarenboven worden de in artikel 68 van de wegverkeerswet voorziene uitzonderingen met een verjaringstermijn van drie jaar uitgebreid naar rijden spijts verval en rijden zonder het vereiste alcoholslot.

– Het voorstel om een eenvormige verjaringstermijn van 3 jaar voor alle overtredingen te voorzien, heeft het niet gehaald. Vanaf 15 februari 2018 is een verjaringstermijn van 2 jaar de regel. De nieuwe verjaringstermijn is onmiddellijk van toepassing op alle lopende zaken.

– Artikel 23 van de wet op het gebruik der talen is aangepast. In de praktijk wordt vastgesteld dat heel wat zaken worden verwezen naar een rechtbank van de andere taalrol. Deze mogelijkheid biedt het voordeel dat de gedagvaarde persoon zijn zaak kan volgen in zijn eigen taal, wat zijn verdediging ten goede komt. Er werd vastgesteld dat deze procedure te vaak misbruikt werd om de zaak langdurig uit te stellen of zelfs te laten verjaren. De verjaring van de strafvordering werd immers niet geschorst tussen de vraag tot verwijzing en de effectieve behandeling van de zaak voor de rechtbank die de rechtspleging in de andere taal zal verderzetten. Met de wijziging van artikel 23 voormeld wordt de verjaring van de strafvordering maximaal 1 jaar geschorst vanaf het moment dat de verwijzing naar de andere taalrol gevraagd wordt tot op de eerste dag waarop de behandeling van de zaak wordt hervat voor de rechtbank van de andere taalrol.

– Ook deze bepaling heeft directe werking en zal dus onmiddellijk op de lopende dossiers van toepassing zijn.

– Artikel 67 ter wegverkeerwet bepaalt dat wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden zijn de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. Het niet meedelen van deze gegevens wordt door artikel 29 ter van de wet bestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en / of met geldboete van 200 tot 4 000 EUR.De houder van de kentekenplaat was dus niet verplicht om de identiteit van de bestuurder mee te delen. Hier is met de gewijzigde bepaling van artikel 67 bis verandering in gekomen. Het vermoeden van schuld dat rust op de houder van de nummerplaat kan weliswaar nog steeds met alle middelen worden weerlegd, maar als hij erin slaagt te bewijzen dat hij niét de overtreder was, is hij ertoe gehouden om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder te kennen en mee te delen, behoudens in geval van diefstal, fraude of overmacht. Als hij de identiteit van de eigenlijke bestuurder niet meedeelt of kan meedelen (omdat hij niet weet wie de bestuurder was terwijl hij wordt verondersteld te weten wie zijn wagen gebruikt), wordt het loutere niet (kunnen) meedelen bestraft overeenkomstig artikel 29 ter, tweede lid. De titularis wordt in dat geval niét vermoed om de initiële verkeerovertreding te hebben begaan, enkel het niet (kunnen) meedelen wordt hem ten laste gelegd. Voor de fysieke persoon – houder van de kentekenplaat – bedraagt de minimum geldboete 50 EUR (tot 4.000 EUR). De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

– Die sanctie bestond niet wanneer de houder van de kentekenplaat een fysieke persoon is. Er bestond weliswaar een vermoeden dat wanneer de houder van de kentekenplaat een fysieke persoon is, deze aansprakelijk is voor de overtreding, maar dit vermoeden kon weerlegd worden door met alle middelen het bewijs te leveren dat hij niet de bestuurder kon zijn op het ogenblik van de overtreding.

– Andere wijzigingen worden hierna kort overlopen:

  • Mogelijkheid van een gevangenisstraf wegens het rijden zonder geldig rijbewijs (artikel 30, § 1, van de wegverkeerswet). Rijden zonder geldig rijbewijs wordt strafbaar met een geldboete van 200 tot 2.000 EUR en / of een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar.
  • Voor de eenvormigheid wordt de (facultatieve) gevangenisstraf cf. artikel 30 § 3 en artikel 48 (rijden spijts verval) opgetrokken van 1 naar 2 jaar.
  • Verhoging van de maximum straffen wegens vluchtmisdrijf (artikel 33 §§ 2 – 3). Er wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen een ongeval met alleen stoffelijke schade, een ongeval dat gepaard gaat met een lichamelijk letsel en een ongeval met een dodelijke afloop. De straffen werden ook op die manier aangepast. Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige voortaan gestraft met gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar en / of met een geldboete van 400 tot 5.000 EUR en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste 3 maanden en ten hoogste 5 jaar of levenslang. Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt de maximum gevangenisstraf opgetrokken naar 4 jaar. In geval van herhaling naar 8 jaar gevangenisstraf.
  • Het verval van het recht tot sturen kan vanaf de inwerkingtreding van de wet ook worden uitgesproken naar aanleiding van een opschorting van de uitspraak van de veroordeling of zelfs een internering, en niet enkel meer naar aanleiding van een veroordeling. Dezelfde mogelijkheid wordt voorzien in elke graad van beoordeling, dus ook in beroep, op verzet en na voorziening in cassatie, en ook op het enkel beroep van de gedaagde.
  • De aanpassing van artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek. Door deze wijziging zal de strafrechter bij feiten van kwaadwillige belemmering van het verkeer naast de bestaande gevangenisstraf en geldboete een verval van het recht tot sturen kunnen opleggen van acht dagen tot vijf jaar of levenslang overeenkomstig de regels omtrent het verval van de wegverkeerswet.
  • Wie veroordeeld wordt wegens onopzettelijke doding (artikel 419 Sw.) kan voortaan ook een verval van het recht tot sturen van meer dan vijf jaar of levenslang opgelegd krijgen.

Ook de geldboetes wegens het onverzekerd rijden zullen – hoogstwaarschijnlijk – kortelings worden opgetrokken. Het voorstel tot aanpassing van artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen ligt op tafel. De bedoeling is om de geldboetes op te trekken naar 250 tot 2.500 EUR (in de plaats van de huidige 100 tot 1.000 EUR). Het betreft voorlopig een voorstel, maar zal, in de slipstream van de initiatieven inzake verkeersveiligheid, waarschijnlijk spoedig wet worden.

Lees hier het originele artikel

2018-03-14T09:29:30+00:00 14 maart 2018|Categories: Straf- en strafprocesrecht - Verkeersrecht|Tags: |