>>Spijtoptantenregeling goedgekeurd onder voorbehoud – Grondwettelijk Hof 6 februari 2020 (Artes Law)

Spijtoptantenregeling goedgekeurd onder voorbehoud – Grondwettelijk Hof 6 februari 2020 (Artes Law)

Auteur: Prof. dr. Catherine Van de Heyning, UAntwerpen, partner Artes Law

Publicatiedatum: 08/02/2020

Het Grondwettelijk Hof heeft op 6 februari 2020 de spijtoptantenregeling bevestigd onder voorbehoud van enkele waarborgen om onrechtmatige druk en willekeur te vermijden.

Het Grondwettelijk Hof steunt op de EHRM-rechtspraak

Het Grondwettelijk Hof steunt hierbij op de EHRM-rechtspraak die het gebruik van anonieme bronnen toelaat zolang de wetgeving voorziet in “gepaste en voldoende waarborgen tegen misbruiken en met name met een duidelijke en voorzienbare procedure om de desbetreffende onderzoeksmaatregelen toe te staan, ten uitvoer te leggen en te controleren

EHRM, Habran en Dalem t. België

Het Grondwettelijk Hof nam een aantal waarborgen op

Volgende waarborgen nam het Grondwettelijk Hof op:

1. Ten eerste is de appreciatiemarge van de procureur des Konings om te beslissen of hij of zij ingaat op een regeling met een spijtoptant niet onbeperkt (B.7.3). De procureur moet rekening houden met het gelijkheids – en niet-discriminatiebeginsel en mag niet op willekeurige wijze beslissen wie er al dan niet in aanmerking komt. Het openbaar ministerie moet haar keuze motiveren. Het is aan het bevoegde onderzoeks – of vonnisgerecht om dit te controleren.

2. Ten tweede moet een eensluidend afschrift van het memorandum houdende de afspraken tussen het openbaar ministerie en de spijtoptant conform artikel 216/2, § 5 Sv onmiddellijk in het strafdossier gevoegd worden zodat controle op de naleving van de rechten van verdediging en wettigheid mogelijk is (B.14.2).

3.Ten derde wijst het Grondwettelijk Hof erop dat beklaagden een effectieve mogelijkheid moeten hebben om de betrouwbaarheid van de verklaringen te controleren voor de bevoegde onderzoeks – en vonnisgerechten (B.23.3). Het Hof oordeelt: “In ieder geval behouden de personen de personen die in de verklaringen van de spijtoptant worden geviseerd de mogelijkheid om de betrouwbaarheid van de spijtoptant en de inhoud en geloofwaardigheid van diens verklaringen voor het bevoegde onderzoeks- of vonnisgerecht te betwisten”.

4. Tot slot verwijst het Grondwettelijk Hof naar de intentie van de wetgever dat in de regel de verklaringen afgelegd worden tussen de ondertekening van het memorandum en de bekrachtiging. Indien geen verklaringen worden afgelegd of deze niet in verhouding staan tot de toezegging, bekrachtigt het bevoegde onderzoeks – of vonnisgerecht het memorandum niet (B.32.2). Daardoor suggereert het Grondwettelijk Hof dat het afleggen van de verklaring slechts uitzonderlijk kan gebeuren na de bekrachtiging.

Lees hier het arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 februari 2020

2020-02-08T10:34:51+00:00 8 februari 2020|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , , , |