>>Politie op bezoek met Kerst? (Pieter De Koster)

Politie op bezoek met Kerst? (Pieter De Koster)

Auteur: Pieter De Koster, advocaat

Publicatiedatum: 13/12/2020

1.

De Corona crisis is er nog steeds, volop: er liggen nog steeds teveel mensen in het ziekenhuis, de dodentol is onaanvaardbaar hoog en een derde golf zou rampzalig zijn. Goed dat er strenge maatregelen worden genomen en dat men de bevolking met overtuiging – dus ook met vooruitzicht van sanctionering – tot individuele en collectieve verantwoordelijkheid aanspoort. Anderzijds, als burger van een rechtstaat, blijkt dat zekere maatregelen heel verregaand zijn, juridisch niet onderbouwd en daarin soms ijl of wat surreëel lijken.

Met de eindejaarsfeesten in zicht is de vermanende wijsvinger erg actueel. De politie mag, zo beweert men, bij u thuis binnenvallen op Kerstmis en Oudejaar (De Standaard, 8 december 2020) om het aantal disgenoten (cq zangers onder de Kerstboom, etc) te komen tellen en te bekeuren, d.w.z. te redden van ‘ernstig en nakend gevaar voor rampen, onheil of schadegevallen’.

Inderdaad, dat is wat de bevoegde minister deze week bedoelde toen zij de burgemeester van Antwerpen op zijn plaats zette (‘zo’n wet op de volksgezondheid bestaat niet’), maar ook bevestigde dat de politie inderdaad privéwoningen mag gaan doorzoeken.

Volgens diezelfde burgemeester zou de Gemeentewet woonstbetreding toelaten. Ik vrees dat dit wishful thinking is. Het bewuste artikel 135 Gemeentewet heeft het over de taak van de politie in het voorzien van gezondheid en veiligheid … op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. ‘Meer bepaald’, zo gaat hetzelfde artikel verder, wordt aan de gemeenten toevertrouwd, ‘het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen zoals epidemieën te voorkomen’.   Het ‘meer bepaald’ preciseert dus de bevoegdheden van de gemeenten, op openbare wegen en in openbare gebouwen, maar breidt deze niet uit tot privéwoningen. Gelet op de grondwettelijke bescherming van de onschendbare privéwoning (art 15 GW) kan deze bepaling allicht niet extensief worden gelezen, zelfs niet in Corona tijden.

2.

Terug naar de minister dan. Enig speurwerk leidde ons naar volgende wettekst (bij gebrek uiteraard aan enige gerichte juridische onderbouw van alle mogelijke Corona maatregelen tot vandaag!):

…kunnen de politieambtenaren, …bij ernstig en nakend gevaar voor rampen, onheil of schadegevallen of wanneer het leven of de lichamelijke integriteit van personen ernstig wordt bedreigd, zowel `s nachts als overdag gebouwen, bijgebouwen en vervoermiddelen doorzoeken in elk van de volgende gevallen:
1° op verzoek van de persoon die het werkelijk genot heeft van een niet voor het publiek toegankelijke plaats of mits de toestemming van die persoon;

2° wanneer het hun op die plaats gemelde gevaar een uitermate ernstig en ophanden zijnde karakter vertoont dat het leven of de lichamelijke integriteit van personen bedreigt en op geen andere wijze kan worden afgewend.

Het in dit artikel bedoelde doorzoeken mag slechts geschieden om personen op te sporen die in gevaar verkeren of om de oorzaak van het gevaar op te sporen en, in voorkomend geval, te verhelpen (art 27, wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, zoals gewijzigd bij wet van 19 juli 2018)

Wat blijkt nu uit de voorbereidende werken van die wet van 2018, om de concrete draagwijdte en context van deze regels te achterhalen? (Dat is wat juristen in hun Corona vrije tijd graag doen!) 

Ten eerste, de betreding van een privéwoning vereist in beginsel de toestemming van de eigenaar of bewoner. Dus u kan beleefd de toegang tot uw woonst ontzeggen aan de politie. Het is slechts in uitzonderlijke gevallen, nl. daar waar ‘sprake is van een uitermate ernstig gevaar dat het leven of de fysieke integriteit van personen in gedrang komt’ (Verslag, Doc 3089/003, 54ste zitting, p 18) dat de politie zonder voorafgaande toestemming van de bewoner het pand mag betreden. Hiermee wordt bedoeld dat elk uitstel van interventie het verschil kan betekenen tussen leven en dood, dus echte noodsituaties waarbij mensen in reëel gevaar zijn.

Ten tweede, zoals gezegd, woonstbetreding is slechts toegestaan bij nakend gevaar voor een ramp, onheil of wanneer het leven of de fysieke integriteit van personen ernstig wordt bedreigd.  Om afbreuk te mogen doen aan de onschendbaarheid van de woning, vergt het evenredigheidsbeginsel dat er uitermate zwaarwichtige gevaren moeten zijn; dus zorgt deze regel ervoor dat een redelijk evenwicht wordt bereikt tussen de bescherming van de openbare orde en het recht op eerbiediging van de woning (Memorie van Toelichting, Doc 3089/1, p 6-7)

Tenslotte, het doorzoeken van de woning is erg doel gebonden: de woning mag enkel worden doorzocht om personen op te sporen die in gevaar verkeren, en hen dus van het gevaar te onttrekken. De zoektocht dient niet om diezelfde personen te interpelleren, te verbaliseren of aan te houden.

3.

Met alle respect voor dramatiek, maar met deze lezing van de regels en hun achtergrond lijkt het op zijn minst erg verregaand te zijn (of van de pot gerukt om het plastische te stellen) om een gezapig diner met meerdere familieleden (al dan niet vergezeld van Kerstgezang), waarvan er misschien een of meerdere een besmetting zou kunnen doorgeven met een virus, dat weliswaar een potentieel risico vertoont dat stijgt met de leeftijd en de gezondheidstoestand van het individu, maar waarvan vaststaat dat het overlijdensrisico ongeveer 1 à 2% bedraagt bij besmetting, te assimileren met de voornoemde gevaren op leven en dood. De enige wiens leven met eindejaar echt en onmiddellijk op het spel staat is de Kerstkalkoen.

U bent intussen wel gewaarschuwd (en misschien ook juridisch gewapend?) als u met Kerst of op Oudejaar onverwacht de deurbel hoort. 

4.

Dit is geen staaltje van poujadisme of balorigheid, noch een pleidooi voor strengere maatregelen of voor minder strenge maatregelen. Dat relevante experts in combinatie met gezond verstand ons daartoe leiden.

Het is vooral een oproep voor coherentie, eenvoud, doeltreffendheid van maatregelen en gedegen onderbouw. Het heeft geen enkele zin om burgers (volkomen terecht) aan te sporen tot rigueur, voorzichtigheid en enige vorm van zelfdiscipline indien blijkt dat men enkel een schokeffect wil bereiken zonder wetenschappelijke basis, of indien men dwaze pietluttige regeltjes invoert (zoals voor de gelukkige eenzame toiletbezoeker), indien men boetes uitschrijft zonder ze ook effectief te gaan innen, of indien men met doortastend optreden en ingrijpende sancties dreigt die er in feite niet zijn of die men niet hard kan maken.  Dat is niet echt behoorlijk bestuur voeren.

Geef al die nodige maatregelen een solide juridische basis en snel, voer ze ook werkelijk uit, en respecteer zelf ook alle regels (‘woorden wekken, voorbeelden strekken’). Na 9 maanden miserie bij ons allen is dit geen onredelijke vraag van een bezorgde burger.

En, oh ja, iemand nog iets gehoord van de Corona barometer of de Covid schakelaar? Allicht nog niet gevonden, ondanks doorzoeking van menige panden.

2020-12-13T08:57:40+00:00 13 december 2020|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , |