>>Het gebrek aan een wettelijke en dwingende conclusiekalender voor de raadkamer schendt de Grondwet noch het recht op een eerlijk proces (Waeterinckx Advocaten)

Het gebrek aan een wettelijke en dwingende conclusiekalender voor de raadkamer schendt de Grondwet noch het recht op een eerlijk proces (Waeterinckx Advocaten)

Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 11 mei 2017 (nr. 52/2017) zoals verwacht kort en bondig dat art. 152 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) niet van toepassing is op de regeling van de rechtspleging. Dit betekent dat de bindende regeling van conclusietermijnen voor de raadkamer niet kan worden afgedwongen op verzoek. De regeling van de rechtspleging is het sluitstuk van het onderzoek en de filter waarbij de raadkamer beslist of er uit het onderzoek al dan niet voldoende bezwaren rijzen om iemand naar de rechtbank te verwijzen.

Sinds de zgn. Potpourri II-hervorming is het mogelijk om aan de rechtbank een conclusiekalender te vragen (art. 152 Sv.). Een conclusiekalender bepaalt op welk tijdstip de partij of haar raadsman zijn conclusie moet neerleggen te griffie en meedelen aan de andere partijen.

Lees hier het volledige artikel