>>De paradox van de huiszoeking met toestemming (Gevaco Advocaten)

De paradox van de huiszoeking met toestemming (Gevaco Advocaten)

Auteur: Jan Swennen (Gevaco Advocaten)

Publicatiedatum: 21/06/2021

Huiszoekingen zijn buitengewoon ingrijpend. Ordehandhavers die je nooit eerder zag, staan bij nacht en ontij ( vanaf 5.00u tot 21.00u) voor je deur en geven aan niet enkel ongevraagd je huis binnen te komen maar het ook nog te doorzoeken (lees ; uitkammen). Evident dat de wet stringente bepalingen bevat om een huiszoeking toe te laten.

Uitgangspunt is dat de woning absolute bescherming geniet en niet ongevraagd kan doorzocht worden. De woning is onschendbaar (art. 15 Grondwet). Ook de Europese regelgeving is duidelijk in art 8.1 van het EVRM dat bepaalt:  “Eenieder heeft recht op de eerbiediging van zijn privé leven, zijn familie – en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. … Een ieder heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.”

Pas indien een onderzoeksrechter van mening is dat het absoluut noodzakelijk is om een misdrijf op  te helderen een woning te doorzoeken kan hij een gemotiveerd bevel afleveren tot het verrichten van een huiszoeking (zie de art. 36, 87, 88 en 89bis Wetboek van Strafvordering).

De wetgever heeft gewild dat niet de Procureur des Konings maar enkel de onderzoeksrechter, een onafhankelijk magistraat die niet tot het politieapparaat behoort, die bevoegdheid heeft. Als de Procureur m.a.w. een huiszoeking wenst te doen moet hij eerst de toelating vragen aan een onderzoeksrechter. Er zijn uitzonderingen zoals ingeval van terrorismemisdrijven, betrapping heterdaad, bij hulpgeroep vanuit de woning en de drugwet. Bij die uitzonderingen blijven wij hier niet stilstaan.

U heeft het begrepen. Een huiszoeking is niet niks en vooraleer speurders dit mogen aanvatten, moet een hele procedure gevolgd worden. Terecht want, andermaal, de woning geniet de hoogste bescherming gezien ze onschendbaar is. 

En toch kunnen de politiediensten zonder enige voorafgaande toetsing door een magistraat een huiszoeking uitvoeren. Dat kan bij eenvoudige toestemming van de bewoners. Die situatie bespreken wij hier.

Een huiszoeking met toestemming. Wat is dat ? Politiediensten kunnen, indien zij van mening zijn er nuttige elementen voor de waarheidsvinding in een woning aan te treffen zijn, aanbellen en (vriendelijk?) vragen of de bewoner een toestemming wil verlenen om een huiszoeking toe te laten. Zij dienen dan, voorafgaandelijk de huiszoeking, door de daadwerkelijke bewoners een instemmingsformulier te laten ondertekenen. Dat is een modelformulier. Het volstaat dus niet dit formulier ter laten ondertekenen door de toevallig aanwezige schoonmoeder of vriend die op visite zijn. De feitelijke bewoners moeten allen instemmen met een doorzoeking van de woonst.

Bovendien dient de instemming vrijwillig en welbewust te gebeuren. Hier knelt het schoentje. De rechtspraktijk leert ons dat er vaak zachte dwang wordt gebruikt om de bewoner te overtuigen de huiszoeking toe te laten. Niet zelden houden de politiediensten dan mondeling voor “u mag weigeren maar dan bellen wij naar de Procureur en mogen wij zo meteen toch binnen”. Welnu, zo simpel is dat niet. De Procureur moet op zijn beurt een onderzoeksrechter vorderen een huiszoekingsbevel af te leveren en moet daartoe een dossier indienen bij de onderzoeksrechter. Niet zelden weigert de plichtsbewuste onderzoeksrechter dan een dergelijk bevel af te leveren. Allerlei verbale en non verbale overtuigingstechnieken worden door de politie ingezet om de bewoners te overtuigen het instemmingsformulier toch te ondertekenen. Dat is de rechtspraktijk. Niet altijd maar wel erg vaak. Weigeringen tot huiszoeking met toestemming zijn zelden en dat lijkt ons niet normaal.

Na de huiszoeking met toestemming blijven de bewoners niet zelden verweesd achter en wenden zij zich tot een advocaat met talloze vragen en vooral, het gevoel dat hun privacy op schrijnende wijze werd geschonden. Die ervaring doet ons deze bijdrage schrijven.

Is het normaal dat indien de wetgever gewild heeft dat de meest verregaande waarborgen dienen verleend aan de bescherming van de privé woonst en dat een huiszoeking niet zomaar kan, dat de politiediensten na een formuliertje met instemming hiertoe te laten ondertekenen, zonder enige beperking de woning doorzoeken ? Iedere lade mag dan worden opengetrokken en de onderste steen wordt omgekeerd.

Vandaar dat wij zonder aarzelen spreken van een paradox. Een tegenstrijdigheid. De huiszoeking met toestemming dient de uitzondering te zijn en niet het nieuwe normaal. Aangezien de huiszoeking enkel kan op gemotiveerd bevel van een magistraat is het contradictoir dat het eveneens kan na toestemming van de bewoners, die nooit de tijd krijgen daar goed over na te denken.

Ons advies is helder: denk goed na vooraleer u instemt met de vraag tot vrijwillige huiszoeking. Indien u er geen belang bij heeft, lijkt het beter er niet mee in te stemmen. U heeft het onvoorwaardelijk en absoluut recht om niet in te stemmen met een dergelijke huiszoeking. Het is verboden u die weigering kwalijk te nemen.

Ken uw rechten en maak er gebruik van.

Wettelijk en reglementair kader

  • Art 15 Grondwet
  • Art 8.1. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
  • Art 36, 87, 88, 89 bis Wetboek Strafvordering
  • Wet 07.06.1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen huiszoeking mag worden verricht
  • Art 27 Wet politieambt 8.8.1992.
  • Omzendbrief van College van Procureurs Generaal 02/2020 dd. 23.01.2020

Lees hier het originele artikel

2021-07-12T10:03:22+00:00 16 juli 2021|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , |