>>Commerciële soepelheid of misdrijf? Correctionele rechtbank Brussel haalt teugels aan (Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten)

Commerciële soepelheid of misdrijf? Correctionele rechtbank Brussel haalt teugels aan (Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten)

Auteur: Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten

Publicatiedatum: 01/10/2018

Op 9 mei 2018 veroordeelde de (Franstalige) Brusselse correctionele rechtbank een bedrijf dat luxewagens verhuurde en haar zaakvoerder wegens (o.a.) witwassen (de repressieve (en qua bestraffing strengste) witwaswetgeving). Het bedrijf kreeg een geldboete van 90.000 EUR (waarvan de helft met uitstel). De zaakvoerder kreeg een gevangenisstraf van 10 maanden en geldboete van 6.000 EUR; beiden met uitstel.

Verder verklaarde de rechtbank wel effectief 11.000 EUR verbeurd aan illegale omzet.

Dit vonnis is evident relevant voor eenieder die actief is in de verkoop/verhuur van luxewagens, maar ook voor juweliers, kunsthandelaars, bepaalde vastgoedmakelaars … M.a.w., iedereen die een iets ‘exclusievere’ markt bedient. Hun producten zijn immers geliefd bij mensen die moeilijk ‘weg kunnen’ met hun illegale, dikwijls fiscaal niet-aangegeven gelden. Zij leven dergelijke gelden doorgaans op door ze te besteden aan luxeproducten.

De rechtbank veroordeelde het bedrijf en haar zaakvoerder omdat zij geregeld omvangrijke bedragen in cash ontvingen en niet het minste nazicht deden naar de financiële situatie van hun cliënteel en de oorsprong van de gelden; nochtans essentiële vereisten van preventieve witwaswetgeving waaraan het betrokken bedrijf was onderworpen. Zulk nazicht zou, aldus de rechtbank, hen hebben toegelaten een voor het witwasmisdrijf (de repressieve wetgeving) cruciale inschatting te maken: m.n. of in bepaalde gevallen elke legale oorsprong van de gelden kon worden uitgesloten. Niet het minst omdat de zaakvoerder de gerechtelijke problemen van bepaalde klanten kende. De rechtbank ziet dit laatste als een bijkomend bewijs dat zij op de hoogte was van de illegale oorsprong van de gelden. Specifiek voor het bedrijf merkte de rechtbank ten slotte op dat zij als leasemaatschappij gelet op de preventieve witwaswet net preventief moest optreden tegen witwassen.

Het belang van dit vonnis ligt besloten in twee zaken:

  • de zaakvoerder wordt verweten de gerechtelijke problemen te hebben genegeerd van bepaalde cliënten: niettegenstaande eenieder een vermoeden van onschuld geniet, had de zaakvoerder bepaalde klantenrelaties moeten verbreken;
  • het bedrijf wordt verweten zich niet behoorlijk te hebben georganiseerd op vlak van witwaspreventie terwijl het net werd geacht hiervoor waakzaam te zijn.

De correctionele rechtbank heeft zaakvoerder en bedrijf dus gestraft omdat men om commerciële redenen een oogje dichtkneep als het op witwaspreventie en vermijding aankwam.

Ondernemingen en hun leidinggevenden die onderworpen zijn aan de preventieve witwaswet doen er dus goed aan de voorschriften die op hen van toepassing zouden zijn na te leven. Zeker nu de regeling met de wet van 18 september 2017 gevoelig werd uitgebreid en op sommige punten verstrengd.

Geen van de betrokken partijen tekende beroep aan tegen het vonnis. Het is bijgevolg definitief.

Lees hier het originele artikel

2018-10-04T06:43:22+00:00 3 oktober 2018|Categories: Straf- en strafprocesrecht|Tags: , |