>, Straf- en strafprocesrecht>Bridgerton controverse: echtelijke verkrachting van man door vrouw? (Bannister Advocaten)

Bridgerton controverse: echtelijke verkrachting van man door vrouw? (Bannister Advocaten)

Auteur: Bannister Advocaten

Publicatiedatum: 15/01/2021

De nieuwe en populaire Netflix-serie “Bridgerton” is in veel landen het best bekeken programma van dit moment.
De serie is binge-worthy en is een echte hype, daar zitten de stomende seksscènes ongetwijfeld voor iets tussen. Toch zorgt één van deze scènes er net voor dat de serie behoorlijk wat kritiek te verduren krijgt. De serie heeft dan ook al voor behoorlijk wat commotie gezorgd bij de internationale gemeenschap.

We hebben het over het moment waarop Daphne Bridgerton besluit ‘Duke’ Simon Basset het bed in te lokken, nu ze op de hoogte is van de manier waarop kinderen verwekt worden. De bewuste scène toont hoe de protagoniste het heft in eigen handen neemt tijdens één van hun passievolle momenten: mits een aantal acrobatische houdingen zorgt ze ervoor dat hij niet voor het zingen de kerk uit kan. Dit omdat zij heel graag kinderen wil, maar haar partner al verschillende keren heeft laten merken dat hij dit absoluut niet wil…

Volgens bepaalde auteurs uit de publieke opinie is er in deze scène dan ook sprake van seksueel misbruik, omdat er geen sprake zou zijn van een geldige toestemming. Ze verwijzen hiervoor naar het feit dat Simon “wacht” heeft gezegd.

Zonder toestemming van haar wederhelft nam het hoofdpersonage de beslissing een poging te wagen een zwangerschap te realiseren.

Valt deze daad echter te kwalificeren als verkrachting naar het Belgische recht?

De wetgever heeft volgende definitie gegeven aan het misdrijf verkrachting: [1]

Elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt”.

Allereerst is het belangrijk te vermelden dat een man -sinds de wetswijziging in 1989- het slachtoffer kan zijn van een verkrachting gepleegd door een vrouw. Een lacune in de huidige wetgeving is echter dat volgens de strikte letter van de wet, er sprake moet zijn van een slachtofferpenetratie, terwijl er bij het misdrijf aanranding van de eerbaarheid wordt gesproken over handelingen gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon. Bepaalde rechtsleer stelt dan ook dat er onmogelijk sprake kan zijn van verkrachting wanneer een man ertoe gedwongen wordt om een seksuele penetratie op een vrouw uit te voeren, en dat deze feiten gekwalificeerd dienen te worden als aanranding van de eerbaarheid.

Hoe dan ook, de grote hamvraag in deze casus blijft of er in de bewuste scène sprake was van een geldige toestemming. De afwezigheid van toestemming is een essentieel en fundamenteel constitutief bestanddeel van het misdrijf verkrachting.

Een toestemming kan op verschillende wijzen tot uiting worden gebracht. Een toestemming kan niet alleen verbaal, maar ook non-verbaal worden gegeven. De toestemming kan ook op ieder moment vóór of tijdens de handeling worden ingetrokken.

Het Hof van Cassatie oordeelde over het constitutieve bestanddeel ‘toestemming’ het volgende: [2]

Ontstentenis van toestemming bij het slachtoffer is een fundamenteel bestanddeel van het misdrijf verkrachting; instemmen met lichamelijke betrekkingen wil niet zeggen toestemmen in elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook.”

Het Hof wenst hierbij duidelijk te stellen dat er voor elke nieuwe soort geslachtsbetrekking opnieuw toestemming gegeven moet worden. Wanneer een slachtoffer voor het begin van de penetratie diens toestemming intrekt of indien er wel toestemming gegeven wordt tot gewone geslachtsbetrekkingen, maar niet tot anale betrekkingen, is er géén sprake van een geldige toestemming.

Indien uit de feitelijke elementen blijkt dat het slachtoffer zich verweerd heeft, zal er afwezigheid van toestemming zijn en bijgevolg sprake zijn van het misdrijf verkrachting.

Vaak wordt echter geen fysieke weerstand geboden, niet omdat men toestemt in de seksuele handeling, maar uit angst. Dergelijke reactie wordt in de wetenschappelijke literatuur ook wel de “frozen fright” genoemd. Deze frozen fright houdt in dat het slachtoffer omwille van verscheidene factoren (zoals bijvoorbeeld de innerlijke overlevingsdrang) in een psychologische verdoofde staat terecht komt en hierdoor niet meer bij machte is fysiek verzet te bieden.

Het Hof van de Rechten van de Mens heeft dan ook geoordeeld dat de aanwezigheid van de toestemming niet afgeleid mag worden uit de enkele afwezigheid van enige weerstand.

In het bewuste fragment geeft de hertog duidelijk zijn toestemming tot penetratie. Hij biedt ook geen enkele weerstand. Naarmate hij het einde voelt naderen, stelt hij wel duidelijk “wacht”. Dit staat echter, zeker in de context waarin partijen zich bevonden, niet noodzakelijk gelijk aan “stop” en toont volgens ons niet voldoende ondubbelzinnig aan dat de hertog niet verder wilde gaan met hun stoeipartij.

Het lijkt ons dan ook zeer moeilijk om de afwezigheid van toestemming in dit verhaal juridisch hard te maken.

De Nederlandse minister van Justitie heeft op 22 mei 2019 volgend voorstel gedaan om “seks tegen de wil” alomvattend te definiëren:

Degene die met een persoon seksuele handelingen pleegt of een persoon seksuele handelingen laat plegen of ondergaan, terwijl diegene weet of behoort te weten op grond van feiten of omstandigheden dat deze handelingen tegen de wil van die persoon plaatsvinden, is strafbaar”.

Onzes inziens zou dergelijke nieuwe omschrijving soelaas kunnen bieden in deze casus. Het moge echter duidelijk zijn: dit is geen zwart-wit verhaal en over de bewuste scène valt héél wat te zeggen mocht er effectief een rechtbank over dienen te oordelen.

[1] art. 375 van het Strafwetboek

[2] Cass. 17 oktober 2007

Lees hier het originele artikel

2021-01-23T12:27:09+00:00 23 januari 2021|Categories: Straf- en strafprocesrecht - Personen- & Familierecht|Tags: |