>>>Geen discretionaire beoordelingsmarge voor aanbestedende overheid inzake al dan niet vragen prijsverantwoording bij vaststelling van schijnbaar abnormale prijs in offerte (GD&A Advocaten)

Geen discretionaire beoordelingsmarge voor aanbestedende overheid inzake al dan niet vragen prijsverantwoording bij vaststelling van schijnbaar abnormale prijs in offerte (GD&A Advocaten)

Auteur: Els Gypen (GD&A Advocaten)

Publicatiedatum: 08/09/2020

Verplichting tot het vragen van een prijsverantwoording. Bespreking van het arrest van de Raad van State van 18 juni 2020, nr. 247.827.

Op 18 juni 2020 oordeelde de Raad van State in arrest nr. 247.827 dat een prijsonderzoek niet op rechtsgeldige wijze was verlopen. Een aanbestedende overheid heeft volgens de Raad immers geen discretionaire beoordelingsvrijheid om te bepalen of ze een inschrijver al dan niet bevraagt omtrent een schijnbaar abnormaal hoge of lage prijs.

De Belgische Staat schreef in samenwerking met MIVB een overheidsopdracht van werken uit voor ‘de uitbreiding van het metronet naar het Noorden – Constructie Kunstwerken Noordstation’. Het betrof een openbare procedure in de speciale sectoren.

Vier offertes werden ingediend. De inschrijvers werden alle vier geselecteerd en vervolgens werd hun offerte onderzocht. Na verbetering en aanpassing was de offerte van verzoekende partijen in kwestie (NV Denys en NV Smet F & C) de laagste en die van tussenkomende partijen in kwestie (NV Bam Contractors, NV Galère en NV Soletanche Bachy) de tweede laagste.

In het kader van het algemeen prijsonderzoek had de aanbestedende overheid in beide offertes diverse (eenheids)prijzen gedetecteerd, waarvoor zij met toepassing van artikel 84, tweede lid, Overheidsopdrachtenwet enige toelichting –‘een prijsontleding’- had gevraagd bij de inschrijvers.

Deze toelichting werd vervolgens onderzocht en aan verzoekende partijen werd voor een bepaalde schijnbaar abnormale eenheidsprijs een prijsverantwoording gevraagd.

De aanbestedende overheid aanvaardde de prijsverantwoording niet en weerde de offerte van verzoekende partijen als onregelmatig. De opdracht werd vervolgens gegund aan tussenkomende partijen.

De aanbestedende overheid had in beide offertes echter nog enkele (andere) schijnbaar abnormaal hoge én lage posten gevonden, maar had toch besloten om geen prijsverantwoording hieromtrent te vragen, hetgeen ook werd gemotiveerd.

Regelgevend kader: verplichting tot bijzonder onderzoek naar abnormale prijzen?

De regelgeving inzake overheidsopdrachten maakt een onderscheid tussen:

  • het algemeen prijs- of kostenonderzoek dat de aanbestedende overheid in elk geval dient te voeren (artikel 43 KB Plaatsing Speciale Sectoren en artikel 35 KB Plaatsing Klassieke Sectoren) en;
  • het bijzonder onderzoek naar abnormale prijzen (artikel 44 KB Plaatsing Speciale Sectoren en in artikel 36 KB Plaatsing Klassieke Sectoren).

Het bijzonder onderzoek moet in beginsel enkel worden gevoerd wanneer uit het algemeen prijs- of kostenonderzoek is gebleken dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken.

De aanbestedende overheid had in voorliggend geval, in het kader van het algemeen onderzoek, verschillende posten ontwaard die een schijnbaar abnormale lage én hoge eenheidsprijs omvatten, zodat zich in beginsel een bijzonder onderzoek opdrong.

De aanbestedende overheid besloot echter om voor deze posten geen verantwoording te vragen.

De artikelen 44 KB Plaatsing Speciale Sectoren en 36 KB Plaatsing Klassieke Sectoren leggen aan de aanbestedende overheid voortaan nochtans de verplichting op om aangaande de prijsposten die zij identificeert als schijnbaar abnormaal een prijsverantwoording op te vragen bij de betrokken inschrijvers.

Anders dan gold onder de voorgaande reglementering, is een bevraging van de betrokken inschrijver dus niet meer enkel verplicht indien en voor zover de aanbestedende overheid ook zinnens is diens offerte te weren mocht vast komen te staan dat de prijs effectief abnormaal is. Voorheen kon de aanbestedende overheid dus oordelen dat een prijsbevraging niet nodig was omdat zij de offerte toch niet zou weren op grond van de eventuele abnormaliteit van de betreffende prijzen.

Die mogelijkheid bestaat thans niet meer.

De aanbestedende overheid heeft geen discretionaire beoordelingsmarge om op grond van eigen overwegingen aan het vragen van een prijsverantwoording te verzaken.

Het is op grond van de thans geldende regelgeving voor de aanbestedende overheid pas mogelijk om met eigen argumentatie de schijnbaar abnormale prijzen de rechtvaardigen nadat eerst een bevraging bij de betrokken inschrijver is gebeurd.

Op deze verplichting tot prijsbevraging bestaat slechts één “uitzondering” indien artikel 44 KB Plaatsing Speciale Sectoren of artikel 36 KB Plaatsing Klassieke Sectoren niet van toepassing is op de opdracht conform de zesde paragraaf van deze bepalingen (m.n. ingeval van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 1.000.000 euro, dit behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten).

Opletten geblazen dus voor aanbesteders bij het voeren van het prijsonderzoek!

Lees hier het originele artikel

2020-09-22T12:02:00+00:00 22 september 2020|Categories: Overheidsopdrachten|Tags: , , , |