>>>Recente ontwikkelingen inzake de lokale bouwstop (Seeds of Law)

Recente ontwikkelingen inzake de lokale bouwstop (Seeds of Law)

Auteurs: Koen De Puydt en Aline Heyrman (Seeds of Law)

Publicatiedatum: 15/10/2020

De druk op de open ruimte beperken is al jaren een hot topic op Vlaams niveau. Maar uit de praktijk blijkt dat een algemene bouwstop niet zomaar via beleidsinstrumenten kan worden ingevoerd.

De voorbije jaren werden diverse maatregelen ingevoerd om de vooropgestelde ‘betonstop’ juridisch vorm te geven (waaronder de Codextrein van 8 december 2017). Andere maatregelen en instrumenten werden voorbereid, maar liggen momenteel stil of werden terug afgevoerd.

Ondertussen wordt overigens niet langer gesproken over een ‘betonstop’, maar wel over de (zachtere term) ‘bouwshift’.

Een omzendbrief van de Vlaamse Overheid (RO 2017/01), die concrete middelen voorzag om bijkomend ruimtebeslag in de onbebouwde gebieden tegen te gaan (m.n. in de vorm van een voorafgaande projectvergadering en onderbouwde ‘behoefte- en voorzieningenstudie’) werd (gedeeltelijk) vernietigd door de Raad van State.

De moeilijkheden om op Vlaams niveau daadkrachtige instrumenten in te voeren, heeft ertoe geleid dat diverse gemeenten het heft in eigen handen hebben genomen. Zo hebben verschillende lokale besturen al een (tijdelijke) algemene bouwstop ingevoerd. Andere gemeenten hebben gekozen voor een iets mildere selectieve bouwstop, waarbij bepaalde functies of typologieën van bebouwing tijdelijk op specifieke plaatsen worden geweerd.

Lokale besturen omschrijven deze maatregelen veelal als ‘beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’ (in de zin van artikel 4.3.1, §2, eerste lid, 2°,a) VCRO), waarmee de vergunningverlenende overheid rekening mag houden bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag.

Dergelijke gemeentelijke beslissingen hebben vanzelfsprekend veel protest veroorzaakt, vooral vanwege de vastgoedsector.

Recente ontwikkelingen tonen aan dat deze beslissingen vanuit juridisch oogpunt voor discussie vatbaar zijn.

Zo bevestigde de Vlaamse Overheid in haar Leidraad “Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’ van 6 juli 2020 dat beleidsmatig gewenste ontwikkelingen (BGO) geen afbreuk kunnen doen aan geldende stedenbouwkundige voorschriften, noch die voorschriften kunnen “wijzigen”. Indien de stedenbouwkundige voorschriften bebouwing toelaten, kan een BGO aldus niet leiden tot een algemeen bouwverbod. Wat het selectief bouwverbod betreft, geldt dat de BGO niet mogen worden gelijkgesteld met ‘verordenende voorschriften’ en de vergunningverlenende overheid niet ontslaan van een concrete beoordeling van de aanvraag.

Verder werd een lokaal algemeen bouwverbod recent (op 13 augustus 2020) vernietigd door de toezichthoudende overheid (in casu: de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant).

Deze ontwikkelingen bevestigen de opvattingen uit de rechtspraak dat een algemene bouwstop niet zomaar via beleidsinstrumenten kan worden ingevoerd. Dergelijke maatregelen kunnen enkel via de geëigende wettelijke instrumenten worden doorgevoerd, namelijk via een ruimtelijk structuurplan/beleidsplan, RUP of stedenbouwkundige verordening.

Lees hier het originele artikel

2020-10-23T09:07:04+00:00 23 oktober 2020|Categories: Milieu- en stedenbouwrecht|Tags: , , , |