>, Milieu- en stedenbouwrecht>Modernisering raadplegings- en meldingsprocedure voor graafwerken rond gasleidingen (Lydian)

Modernisering raadplegings- en meldingsprocedure voor graafwerken rond gasleidingen (Lydian)

Auteur: Wouter Neven (Lydian)

Publicatiedatum: 05/06/2019

– Voor bouwheren, aannemers, architecten en studiebureaus geldt een raadplegings- en meldingsprocedure wanneer zij werken plannen in de nabijheid van vervoersinstallaties voor gassen, brandgassen en vloeibare koolwaterstoffen door middel van leidingen. Voorgaande geldt met name binnen de beschermde zone die zich uitstrekt tot 15 meter aan weerszijden van de gasleidingen;

– De meldings- en raadplegingsprocedure wordt gemoderniseerd door het Koninklijk besluit van 22 april 2019 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 21 september 1988, hetwelk van toepassing is vanaf 1 juli 2019. Net zoals voorheen, schrijft de algemene regel voor dat de bouwheer of de ontwerper zich reeds in de ontwerpfase moet informeren of de voorgenomen werken zich in een beschermde zone bevinden. In de uitvoeringsfase is het de aannemer die moet nagaan of er vervoersinstallaties aanwezig zijn. Hiervoor moet het centraal meldpunt geraadpleegd worden (voor Vlaanderen en Brussel en Wallonië). De mogelijkheid tot navraag bij de gemeente wordt afgeschaft.

– In geval van aanwezigheid van vervoersinstallaties, moeten, net als vroeger, zowel de bouwheer als de aannemer de nuttige inlichtingen verkrijgen van en overleg plegen met de vervoerders (bv. Fluvius). De aannemer kan pas starten met de werken nadat deze de inlichtingen van alle betrokken vervoerders heeft verkregen. Voortaan stelt/stellen de betrokken vervoerder(s) bovendien een document op waarin de veiligheids- en instandhoudingsmaatregelen worden opgenomen. Dit document wordt zowel door de vervoerder als de aannemer ondertekend en is te allen tijde raadpleegbaar op de plaats van de uitvoering van de werken. De aannemer moet ten slotte telefonisch de eigenlijke start van de werken bevestigen aan de betrokken vervoerders en dit minstens drie werkdagen op voorhand;

– Voor kleine geplande werken geldt voortaan enkel de raadplegings- en meldingsplicht van de aannemer. Het betreft de volgende werken: (i) aansluiting, onderhoud, controle, bescherming en opzoeking waarvoor enkel uitgravingen van geringe omvang nodig zijn en (ii) het diepwoelen, diepploegen en ruimen van grachten;

– Voor spoedeisende herstellingswerken wordt een snellere procedure ingevoerd. De aannemer (of de bouwheer) moet (i) nagaan of er vervoersinstallaties aanwezig zijn en (ii) desgevallend de vervoerders telefonisch in kennis stellen van de werken, waarna de werken onmiddellijk mogen worden aangevat;

– Aparte procedures (algemeen, kleine geplande werken en spoedeisende herstellingswerken), gelijkaardig aan bovenvermelde, worden voorzien indien de bouwheer zelf een vervoerder of uitbater van ondergrondse werken van openbaar nut is;

– Ten slotte geldt er voortaan ook een meldingsplicht voor het (i) diepploegen en diepwoelen van grondwerk op een diepte van meer dan 50 centimeter, (ii) het verwijderen van diepwortelende planten en (iii) het ruimen van grachten. De werken vermeld onder (i) en (iii) vallen echter onder de procedure voor kleine geplande werken, waardoor de meldingsplicht enkel op de aannemer rust.

Lees hier het originele artikel

2019-06-09T13:53:26+00:00 9 juni 2019|Categories: Bouwrecht - Milieu- en stedenbouwrecht|Tags: |