>, Milieu- en stedenbouwrecht>Coronavirus: vrijstelling van vergunningsplicht voor constructies die nodig zijn in de strijd tegen COVID-19 (Schoups)

Coronavirus: vrijstelling van vergunningsplicht voor constructies die nodig zijn in de strijd tegen COVID-19 (Schoups)

Auteurs: Kristof Hectors en Jasper Van Steenbergen (Schoups)

Publicatiedatum: 19/03/2020

De Vlaamse regering zet het licht op groen voor het zogenaamde ‘nooddecreet’.

Met dit decreet wordt een vrijstelling van de vergunningsplicht toegestaan voor de bouw en uitbating van extra ziekenhuis- en andere verzorgingsfaciliteiten, extra productiefaciliteiten voor geneesmiddelen en medisch materiaal, en onderzoeksinstellingen ten behoeve van het voorkomen en opvangen van de gevolgen van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid.

Daarnaast wordt aan de Vlaamse Regering de bevoegdheid gedelegeerd om in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid bepaalde dwingende proceduretermijnen op te schorten of te verlengen, of tijdelijk bepaalde procedureverplichtingen aan te passen.

Vrijstelling van omgevingsvergunning

Als de crisis aanhoudt, zal dat zonder twijfel een grote impact hebben op de bestaande gezondheidsinfrastructuur. Volgens de parlementaire voorbereiding zal de capaciteit van zowel ziekenhuizen, verzorgingsinstellingen als laboratoria onder druk komen te staan en de vraag naar extra (tijdelijke) faciliteiten is reëel. Het is bovendien essentieel dat er mogelijkheden worden gecreëerd voor extra faciliteiten voor een snelle productie van geneesmiddelen en onmisbaar medisch materiaal, zoals mondmaskers, beschermende kledij, producten en materiaal om medische testen uit te voeren.

De regelgeving voorziet momenteel in een vrijstelling van de vergunningsplicht voor tijdelijke constructies. Er is geen vergunning nodig voor constructies die gedurende een periode van maximaal 4 x 30 dagen, dus maximaal vier maanden, geplaatst worden, tenzij er een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt. Die vrijstellingsmaatregel zou kunnen worden ingezet voor de constructie van wachtruimten, consultatieruimten en dergelijke.

De maatregel is evenwel beperkt tot constructies waarvoor geen vergunningsplicht vanuit de milieuregelgeving bestaat. Een uitbreiding van faciliteiten die op de indelingslijst van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM) staan, is dus normaliter niet mogelijk zonder omgevingsvergunning. Een juridisch kader om in deze uitzonderlijke omstandigheden op een snelle manier tegemoet te kunnen komen aan de vraag om extra infrastructuur waarvoor wel een vergunning voor ingedeelde inrichtingen vereist is, ontbreekt op dit moment.

In de parlementaire voorbereiding wordt er op gewezen dat het decreet van 17 oktober 2018 houdende afwijkingen op de gewestelijke vergunningsplicht in geval van civiele noodsituatie een kader bevat waarbij kan worden afgeweken van de vergunningsplicht, maar dat het toepassingsgebied van dat decreet beperkt is tot situaties van dreigend energietekort (Voorstel van decreet over maatregelen ingeval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, Parl. St. Vl. Parl. 2019-2020, nr. 245/1). Het nooddecreet, dat afwijkingen op de vergunningsplicht toestaat in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, geeft daarop een antwoord.

De afwijkingsregeling geldt alleen voor constructies, functiewijzigingen en exploitaties die tot doel hebben de productie van geneesmiddelen en medisch materiaal, en de ziekenhuiscapaciteit en de capaciteit van andere zorgvoorzieningen, verzorgingsinrichtingen of onderzoeksinstellingen te verhogen of te verbeteren om de gevolgen van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, zoals de Vlaamse Regering die heeft vastgesteld, te kunnen voorkomen of opvangen (art. 4, 3°).

Belangrijk is dat de afwijkingsregeling geldt voor een termijn van maximaal 120 opeenvolgende dagen, die in werking treedt op de startdatum. De Vlaamse Regering kan die termijn eenmaal verlengen met maximaal 120 opeenvolgende dagen (art. 4, § 1, 2°). De kans is immers reëel dat de nood aan extra verzorgende faciliteiten, alsook de productie van geneesmiddelen en medisch materiaal zal toenemen in de komende dagen, weken en maanden.

Een instantie die van de afwijkingsregeling wil gebruikmaken, moet uiterlijk de dag voor de start van de werkzaamheden, van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of van de activiteiten, de Vlaamse Regering en de betrokken gemeente of gemeenten op de hoogte brengen van haar intentie om de afwijkingsregeling toe te passen (art. 4, § 3, 1°). De instantie doet dat door een kennisgeving naar GOP.omgeving@vlaanderen.be te mailen of een brief aan het Departement Omgeving te sturen. Het is niet mogelijk om de kennisgeving via het omgevingsloket te bezorgen omdat het daar niet op voorzien is.

Bovendien moet de instantie uiterlijk de dag voor de start van de werkzaamheden, van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of van de activiteiten, een affiche ter plaatse aanplakken waarin ze de bevolking informeert (art. 4, § 3, 2°). De informatie die de instantie meedeelt, zorgt ervoor dat duidelijk is voor welke werkzaamheden of installaties en voor welke percelen de afwijkingsregeling wordt toegepast.

Aangepaste proceduretermijnen

Op de tweede plaats werkt de Vlaamse Regering nadere regels uit voor de opschorting, het stuiten of de verlenging van proceduretermijnen of de tijdelijke aanpassing van procedurele of administratieve verplichtingen in diverse decreten en de uitvoeringsbesluiten erbij (art. 5).

Mocht de coronacrisis (nog) grotere proporties aannemen, dan bestaat immers de kans dat bij de Vlaamse en lokale administraties cruciale functies uitvallen. Theoretisch zou het daardoor kunnen dat bepaalde aanvragen niet binnen de gestelde termijnen behandeld worden of dat bepaalde adviestermijnen niet kunnen worden gerespecteerd. Daarbij kan onder meer worden verwezen naar de dwingende termijnen in het Omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het Natuurbehoudsdecreet van 21 oktober 1997 en het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Daarom bepaalt het decreet dat de men in deze uitzonderlijke situatie kan besluiten om bepaalde dwingende termijnen op te schorten of te verlengen. Als de Vlaamse Regering zou vaststellen dat bij de Vlaamse of lokale administraties bepaalde cruciale functies uitvallen of dreigen uit te vallen, kan ze deze bepaling toepassen.

Daarnaast wordt er in de parlementaire voorbereiding op gewezen dat het ook noodzakelijk kan blijken om bepaalde procedurele of administratieve verplichtingen, zoals de organisatie van een openbaar onderzoek of de organisatie van een hoorzitting, tijdelijk aan te passen. Er kan bijvoorbeeld voor worden geopteerd om een hoorzitting tijdelijk te vervangen door een schriftelijke procedure. Bij een administratieve verplichting kan het bijvoorbeeld gaan om toelatingsverplichtingen vanuit de regelgeving Onroerend Erfgoed.

Ook deze maatregelen gelden enkel zolang de civiele noodsituatie van kracht is.

Lees hier het originele artikel

2020-03-19T11:55:20+00:00 19 maart 2020|Categories: Bouwrecht - Milieu- en stedenbouwrecht|Tags: , , |