>>>Wijziging Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen finaal goedgekeurd (Eubelius)

Wijziging Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen finaal goedgekeurd (Eubelius)

Auteurs: Bram DelvauxMarie Ruys en Sietse Wils (Eubelius)

Publicatiedatum: 15/06/2018

Met de afkondiging van het zogenaamde Winterpakket “Clean Energy for All Europeans” in november 2016 wenste de Europese Commissie ten volle in te zetten op energie-efficiënte, schone energie en streven naar een koolstofarme samenleving. De richtlijn die op 14 mei 2018 door de Raad van de Europese Unie definitief werd goedgekeurd, is de eerste in een reeks van 8 nieuwe wetgevende initiatieven die in het kader van het Winterpakket zullen worden afgekondigd. De richtlijn voorziet in diverse wijzigingen aan de Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen (hierna: “Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen”) . Ook in de gewijzigde Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen komen de doelstellingen van een koolstofarme, of zelfs koolstofvrije, Europese Unie duidelijk tot uiting. Met de richtlijn beoogt de Europese regelgever om gebouwen energie-efficiënt(er) te maken en de renovatie van gebouwen te bevorderen. Het uiteindelijke doel van de richtlijn is duidelijk: in 2050 enkel nog koolstofvrije gebouwen in de Europese Unie.

Om tegen 2050 de doelstelling van koolstofvrije gebouwen te kunnen bereiken, legt de gewijzigde Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen een aantal verplichtingen op aan de Lidstaten van de Europese Unie. Concreet moeten de Lidstaten een renovatiestrategie op lange termijn uittekenen. Hierbij wordt ernaar gestreefd om vóór 2050 zowel openbare als particuliere gebouwen tot energie-efficiënte en koolstofvrije gebouwen om te vormen. In het kader van hun renovatiestrategie op lange termijn moeten de Lidstaten een stappenplan (met telkens mijlpalen in 2030, 2040 en 2050) opstellen waarin zij maatregelen en meetbare vooruitgangsindicatoren opnemen.

De richtlijn legt de Lidstaten de verplichting op om in hun nationale regelgeving te bepalen dat nieuwe gebouwen en gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, die niet voor bewoning zijn bestemd en die meer dan tien parkeerplaatsen hebben, over de nodige faciliteiten voor elektrische voertuigen moeten beschikken. De Lidstaten hebben evenwel de mogelijkheid om deze verplichting niet aan KMO’s op te leggen. De nodige faciliteiten bestaan meer bepaald uit:

  • ten minste één elektrisch oplaadpunt voor wagens, en
  • infrastructuur voor elektriciteitslijnen voor minstens één op vijf parkeerplaatsen om de installatie van bijkomende oplaadpunten mogelijk te maken.

Ten aanzien van nieuwe gebouwen en gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, die wél voor bewoning zijn bestemd en die meer dan tien parkeerplaatsen hebben, moet de nationale regelgeving bovendien de verplichting opleggen dat die gebouwen infrastructuur voor elektriciteitslijnen voorzien om oplaadpunten op élke paarkeerplaats mogelijk te maken. Ook in dit geval hebben de Lidstaten evenwel de mogelijkheid om die verplichting niet op te leggen (bijvoorbeeld wanneer de kost van de installatie 7% van de totale renovatiekost van het gebouw overschrijdt).

In het algemeen moeten de Lidstaten volgens de richtlijn de nodige maatregelen nemen om het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen te vereenvoudigen. Eventuele regelgevende obstakels (zoals ingewikkelde vergunnings- en goedkeuringsprocedures) werken ze weg.

Daarnaast voorziet de gewijzigde Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen ook in:

  • de verplichting voor de Lidstaten om het gebruik te stimuleren van ICT en slimme technologieën, die moeten bijdragen tot de efficiënte van de gebouwen;
  • de invoering van een zogenaamde “smart readiness indicator” om de mogelijkheden van het gebruik van nieuwe technologieën in gebouwen af te toetsen;
  • een mix van zowel publieke als private investeringen; en
  • de bestrijding van energie-armoede en de daling van de energiefactuur voor gezinnen.

In de loop van de komende weken zullen de wijzigingen aan de Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie waarna ze 20 dagen later in werking zullen treden. De lidstaten hebben vervolgens 20 maanden de tijd om de nieuwe bepalingen om te zetten in hun nationale wetgeving.

Het is duidelijk dat de Europese regelgever met de nieuwe Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen volop het pad richting elektrificatie effent. Energie-efficiëntie en een koolstofvrij gebouwenbestand zijn nobele doelstellingen, maar het valt af te wachten hoe (snel) de bevoegde Belgische regelgevers deze verplichtingen in nationale wetgeving zullen omzetten.

Lees hier het originele artikel

2018-07-24T09:27:08+00:00 24 juli 2018|Categories: Energierecht - Publiek recht|Tags: , |