>>>Tussen eb en vloed voor offshore windenergiesteun (Stibbe)

Tussen eb en vloed voor offshore windenergiesteun (Stibbe)

Auteur: Marthe Maselis (Stibbe)

Publicatiedatum: 17/09/2018

Op 27 augustus 2018 verscheen het nieuwe KB ter herziening van de steunregeling voor offshore hernieuwbare energie in het Belgisch Staatsblad.

Het KB geeft vorm aan het akkoord dat eind 2017 na intense onderhandelingen werd gesloten met de betrokken windparken. De herziening is opnieuw ingegeven door de noodzaak om het huidige steunniveau af te stemmen op de snelle technologische vooruitgang die wordt geboekt in de offshore windenergiesector. In het licht van de internationale trend tot kostendaling (zie rapport CREG) duiken her en der immers de eerste subsidievrije offshore windparken op (bv. Hollandse Kust Zuid (NL), OWP West (DUI) en Borkum Riffgrund West 2 (DUI)).

De steun voor Northwester 2, Mermaid en Seastar ingeperkt

Het nieuwe regime is enkel van toepassing op windparken waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, met name de projecten Northwester 2, Mermaid et Seastar. Voor hen betekent dit een forse verlaging van het steunniveau in vergelijking met hun reeds operationele – of nog in opbouw zijnde – voorgangers.

Concreet blijft het steunmechanisme zelf ongewijzigd. Nog steeds kunnen de offshore windenergieproducenten per geproduceerde MWh een groenestroomcertificaat verkrijgen bij de CREG. Vervolgens is Elia als transmissienetbeheerder verplicht om deze tegen een minimumprijs aan te kopen van de producenten. Ook de formule voor het berekenen van deze minimumprijs is onveranderd gebleven tegenover de vorige subsidieronde (Rentel en Norther):

LCOE – [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 – correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)]

De ‘LCOE’ of ‘Levelised Cost of Energy’ daalt echter gevoelig. De ‘LCOE’ beschrijft het geheel van kosten nodig om 1 MWh elektriciteit te produceren en geeft m.a.w. de verhouding weer tussen de projectkosten en de productieoutput. Waar de LCOE voor de projecten Rentel en Norther nog respectievelijk 129,80 euro/MWh en 124 euro/MWh bedroeg, is deze nu vastgelegd op 79 euro/MWh.

Verder is voor Northwester 2, Mermaid en Seastar de ondersteuningsperiode korter dan wat geldt voor hun voorgangers. Behoudens in geval van overmacht of een onvoorzienbare omstandigheid, zal steun slechts worden toegekend voor een periode van 17 jaar met als uiterste einddatum 31 december 2037. Dit is 17 jaar na 1 januari 2021, de datum waarop de regering wil dat alle beoogde parken operationeel zijn.

Ook zullen de betrokken windparken zich ertoe moeten verbinden om minstens het volume te produceren dat overeenstemt met de productieoutput tijdens 63 000 vollasturen (i.e. ‘full load hours’ ofwel de tijd waarin een windpark op vol vermogen elektriciteit produceert). De aankoopverplichting van Elia tegen bovenstaande minimumprijs wordt beperkt tot datzelfde volume.

Uitbetaling via voorschotten

Een laatste nieuwe modaliteit die het KB met zich meebrengt, is het systeem van voorschotten. Ook deze nieuwigheid is enkel van toepassing op Northwester 2, Mermaid en Seastar.

Meer bepaald wordt Elia verplicht om elke maand aan de betrokken windparken een voorschot te betalen op het uiteindelijk gerechtigde steunbedrag. De CREG legt vóór de verjaardag van de indiensttreding van elk van de windparken het bedrag van de voorschotten vast voor het daaropvolgend exploitatiejaar. Na elk exploitatiejaar wordt dan door de CREG een afrekening gemaakt waarbij hetzij het windpark hetzij Elia het verschil tussen het bij voorschot toegekende en het werkelijk gerechtigde steunbedrag moet bijpassen.

Tijdens de eerste vijf jaren na de indiensttreding van het windpark geldt een afwijkende regeling voor de berekening van de voorschotten.

Wachten op fiat Europa

De individuele steun voor de projecten Seastar, Mermaid en Northwester 2 werd op 8 juni 2018 informeel aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van de regelgeving inzake staatssteun. Het is pas nadat de Commissie ermee heeft ingestemd dat de nieuwe regeling ten uitvoer kan worden gelegd.

Volgende wijziging alweer in zicht?

Het steunmechanisme voor offshore hernieuwbare energie zal alleszins onderhevig blijven aan verandering, te meer in het licht van het recente initiatief om meer zones op zee open te stellen voor windenergie. Zo is er het ontwerp voor een nieuw Marien Ruimtelijk Plan (MRP), een eerste keer goedgekeurd op de ministerraad van 20 april 2018, dat de verschillende activiteiten in de Belgische zeegebieden ordent voor de periode 2020-2026. In het plan worden drie nieuwe zones, in totaal goed voor 221 km², gereserveerd voor offshore windenergie. Dit zou moeten leiden tot een vermeerdering van de offshore capaciteit met minstens 1,7 GW.

Deze nieuwe zones zullen niet langer ingevuld worden door middel van het ad hoc toekennen van domeinconcessies, maar wel via open tenders (‘competitive bidding’). In essentie zou dit betekenen dat, per kavel, de betrokken domeinconcessie wordt toegekend aan de partij met de laagste subsidiebehoefte. ‘Minimale kosten voor de consument’ is dan ook een hoofddoelstelling in de principenota ‘Tendering offshore windparken vanaf 2020’, aangenomen door de regering op 31 augustus 2018. Hierover meer in ons volgend blogbericht!

Lees hier het originele artikel

2018-09-22T10:59:25+00:00 22 september 2018|Categories: Energierecht - Publiek recht|Tags: |