>>>“Mean (Green) Deal” enerzijds, gedeeltelijke omzetting Europese Richtlijnen anderzijds. Hoe de relatie tussen Vlaanderen en Europa inzake energie één is van afstoten en aantrekken (Equator Advocaten)

“Mean (Green) Deal” enerzijds, gedeeltelijke omzetting Europese Richtlijnen anderzijds. Hoe de relatie tussen Vlaanderen en Europa inzake energie één is van afstoten en aantrekken (Equator Advocaten)

Auteurs: Ilenia Vandorpe en Alexander Verschave (Equator Advocaten)

Publicatiedatum: 21/11/2020

Ondanks de bestempeling van de Europese Green Deal door de minister van Energie Zuhal Demir als zijnde een “Mean Deal”, heeft Vlaanderen onlangs niettemin haar ambities op het vlak van energie en klimaat kracht bij gezet.

De Vlaamse Regering heeft, onder impuls van de Europese Unie, namelijk oren naar de steeds luider klinkende roep om een klimaatvriendelijk beleid en tracht dit onder meer te bereiken aan de hand van enkele wijzigingen aan het huidige Energiedecreet. Zo zullen bepaalde artikelen worden herzien ten gevolge van de omzetting van enkele Europese richtlijnen inzake de energieprestatie van gebouwen en energie-efficiëntie.[1] Het betreft hier meer specifiek de richtlijnen 2018/844 en 2018/2002, uitgevaardigd door het Europees Parlement en de Raad. Daarnaast zal het Energiedecreet, ten gevolge van een verplichte omzetting van richtlijnen 2018/2001 en 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad, enkele wijzigingen[2] ondergaan met het oog op onder meer de totstandkoming en facilitering van de zogenaamde “energy communities” of energie-gemeenschappen en de bevordering van flexibiliteit op het elektriciteitsnet.

Ondanks de, zij het wellaattijdige, omzetting van enkele van bovenvermelde richtlijnen, toont de Vlaamse Regering zich niettemin ambitieus op het vlak van energie en klimaat. Zo tracht men in het Vlaams Regeerakkoord maximaal in te zetten op onder andere energie-efficiëntie en de noodzakelijke omslag naar de klimaatneutrale samenleving. Enig punt van kritiek is wel dat de beoogde vermindering van de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 slechts 80% bedraagt, waar de Europese Green deal tot doel heeft om dergelijke uitstoot te reduceren tot nul. Vlaanderen springt met andere woorden helaas niet op de klimaatneutrale trein.

Los van bovenstaande vaststelling, is het niettemin positief dat Vlaanderen middels enkele wijzigingen aan het Energiedecreet bovenstaande richtlijnen geheel of gedeeltelijk (afhankelijk van de desbetreffende richtlijn) zal omzetten.

Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat bovenstaande initiatieven van de Vlaamse Regering momenteel nog geen definitief karakter hebben gekregen, gelet op het feit dat het ontwerp van decreet tot wijziging van het Energiedecreet nog niet is goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Niettemin blijft het nuttig om door middel van deze bijdrage een blik te werpen op de vooropgestelde wijzigingen, aangezien men zich – wat betreft het ontwerp van decreet – reeds in een vergevorderd stadium van de wetgevende procedure bevindt. Het is namelijk zo dat de Raad van State (advies 8 juli 2020 nr. 67.568/3) reeds zijn licht heeft laten schijnen op de voorgenomen wijzigingen en de (Vlaamse) Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie een geamendeerde tekst met betrekking tot het vermelde ontwerp van decreet heeft aangenomen (Verslag 20 oktober 2020, 444, nr. 3). Het voorontwerp van decreet daarentegen – dat op een ingrijpende wijze tracht te komen tot meer flexibiliteit op het elektriciteitsnet en tot de introductie van energie-gemeenschappen – dient echter nog wel te worden voorgelegd aan de Raad van State en verschillende Vlaamse adviesraden, waaronder de Minaraad (d.i. de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen).

De wijzigingen die de Vlaamse Regering vooropstelt, kunnen worden samengevat in de volgende punten:

  • Aardgas: Nieuwe grote verkavelingen, grote groepswoningbouwprojecten en grote appartementsgebouwen mogen vanaf 1 januari 2021 enkel nog over een aardgasaansluiting beschikken op voorwaarde dat dit zal dienen voor collectieve verwarming en gebruik wordt gemaakt van een warmte-krachtkoppeling of een combinatie van aardgas en een hernieuwbaar-energiesysteem als hoofdverwarming.
  • Renovatieplicht: Bij de notariële verkoop of schenking van een niet-residentieel gebouw – dit is bijvoorbeeld een school, een kantoor, een sporthal, restaurant, enz. – zal de nieuwe eigenaar worden verplicht om het gebouw binnen een nog te bepalen termijn te renoveren. Deze verplichting zal ook gelden bij de vestiging van een opstalrecht of erfpacht (t.a.v. de respectievelijke opstalhouder en erfpachter). Indien het gebouw nog niet helemaal gerenoveerd zou zijn, maar tussentijds van eigenaar, opstalhouder of erfpachter zou veranderen, zal de renovatieverplichting in beginsel mee overgaan.
  • Renovatiepremie/energielening: Het hebben van een energieprestatiecertificaat (EPC) zal een voorwaarde worden om een renovatiepremie of energielening te verkrijgen.
  • Kredietaanvraag met onroerende bestemming/voor energiebesparende renovaties: Kredietgevers zullen de mogelijkheid krijgen om bij een kredietaanvraag (voor een particuliere woning) met onroerende bestemming en/of voor energiebesparende renovaties het digitale EPC-attest van de kredietaanvrager te raadplegen en te gebruiken. Het ontwerp van decreet stelt in dit verband dat de kredietgever een informerende rol dient te vervullen teneinde te kunnen bijdragen aan de verbetering van de energiezuinigheid van woningen.
  • Financiële steunmaatregelen voor verbetering energie-efficiëntie inzake renovatie: De Vlaamse Regering, de diensten van de Vlaamse overheid en de lokale besturen zullen hun financiële steunmaatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van renovatie aan verschillende criteria koppelen, waaronder bijvoorbeeld de verwezenlijkte verbetering ten gevolge van renovatie door een vergelijking van de energieprestatiecertificaten voor en na.
  • Elektrische mobiliteit: Er worden nieuwe verplichtingen ingevoerd op het vlak van elektrische mobiliteit voor zowel nieuwe als bestaande gebouwen en parkeergebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen, waaronder het voorzien van voldoende laadpunten voor elektrische wagens.
  • Gebouwautomatisering en -controle: Er worden nieuwe eisen of voorschriften vastgelegd op het vlak van gebouwautomatisering en -controle (voor de regeling van o.a. binnencomfort, vochtigheid, luchtkwaliteit en verwarming) voor niet-residentiële gebouwen.  
  • Gebruik databanken: Een aantal wijzigingen beogen het gebruik van de energieprestatiedatabank en de EPC-databank voor statistische en onderzoeksdoeleinden te bevorderen.
  • Evaluatie EPB-eisen: De verplichte termijn voor evaluatie van de Energieprestatie en Binnenklimaat – eisen (EPB) door de Vlaamse Regering wordt opgetrokken van vier naar vijf jaar.
  • Kwalificatie zorgwoning: De zorgwoning zal niet langer worden beschouwd als een woning met aparte residentiële bestemming, maar als een ondergeschikte wooneenheid. Deze herkwalificatie zal tot gevolg hebben dat hier andere eisen zullen gelden op het vlak van Energieprestatie en Binnenklimaat.
  • Invordering bij energiefraude: Behalve in één geval zal bij energiefraude alleen de netbeheerder de onrechtmatig verkregen voordelen en kosten rechtstreeks kunnen invorderen bij de netgebruiker.
  • Rol intermediairen: De VREG zal op verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de minister van Energie studies en onderzoeken voeren en adviezen geven over de rol van intermediairen bij de aankoop van energie. Het aangepaste Energiedecreet zal een definitie bevatten van het begrip intermediairen. Het betreft natuurlijke of rechtspersonen die onder meer betrokken zijn bij de analyse van energiecontracten en het organiseren van groepsaankopen.
  • VREG: De werking van de VREG op vlak van het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met andere regulatoren zal worden aangepast.
  • Fluvius en Vlaamse Energiebedrijf: Men wenst in de toekomst een afgelijnde samenwerking tussen Fluvius en het Vlaams Energiebedrijf (VEB) toe te laten inzake de ontwikkeling van een gezamenlijk softwarepakket om de energieboekhouding van hun doelgroep te organiseren.
  • Supercap: De korting voor bedrijven op hun energiefactuur voor groene stroom in ruil voor een bijdrage aan het Energiefonds zal worden uitgebreid naar stroom voortkomende uit een warmtekracht-koppeling.
  • Handhaving: De bestaande sanctiebepalingen worden aangepast en nieuwe bepalingen aangaande elektrische mobiliteit en de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen worden ingevoerd.
  • Flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit: Eén van de doelstellingen van de Europese Unie is om tegen 2030 minstens 32 % van het energieverbruik te dekken via hernieuwbare energiebronnen. De hiermee gepaard gaande elektrificatie van vele sectoren, waaronder die van mobiliteit en (gebouwen)verwarming, zal grotere vraagpieken inzake elektriciteit tot gevolg hebben. Flexibiliteit is nodig om bovenstaande doelstelling te bereiken met optimale kosten-efficiëntie. Deze flexibiliteit zal bestaan uit het aanpassen van productie, injectie, verbruik of afname van elektriciteit ten opzichte van de normale bestaande toestand en op basis van een extern signaal, bijvoorbeeld een stuur- of prijssignaal. Op basis van deze signalen zullen netgebruikers zich flexibel kunnen opstellen en aldus hun verbruik, afname, injectie of productie van elektriciteit kunnen aanpassen. Ze kunnen voor het aanbieden van dergelijke flexibiliteit bovendien een vergoeding ontvangen. In tegenstelling tot de Europese richtlijnen die voornamelijk focussen op de wijziging van verbruik of afname van elektriciteit op basis van stuur- of prijssignalen (vraagrespons), breidt de Vlaamse Regering de flexibiliteit eveneens uit naar de productie, injectie en opslag van elektriciteit. Een voorbeeld van dergelijke flexibiliteit is wanneer het batterijsysteem (bijv. de Powerwall van Tesla) van een netgebruiker op basis van een extern stuursignaal elektriciteit kan afnemen of deze juist kan injecteren op het net. Dit kan aangevraagd worden door een distributienetbeheerder, maar deze laatste zal de flexibiliteit van de netgebruiker in de meeste gevallen niet rechtstreeks verkrijgen, maar via een tussenpersoon, de zogenaamde ‘dienstverlener van flexibiliteit’. Indien de deelname aan flexibiliteit verplicht is, kan de netgebruiker bovendien zelf ook dienstverlener van flexibiliteit worden en dergelijke diensten aanbieden. Netgebruikers zullen op termijn echter nog meer mogelijkheden verkrijgen om hun flexibiliteit te vermarkten, zowel op de elektriciteitsmarkten die onder de federale bevoegdheid vallen (zoals die van het transmissienetbeheer) als op diegenen die onder de gewestelijke bevoegdheid vallen. Een netbeheerder kan daarentegen enkel optreden als aanvrager. Dergelijke hier uiteengezette vorm van flexibiliteit wordt reeds aangewend bij transmissienetbeheerder Elia, maar slechts met betrekking tot de federale flexibiliteitsmarkten (federale bevoegdheid). Het Energiedecreet zal dan ook zo worden gewijzigd dat gewestelijke flexibiliteitsmarkten mogelijk worden voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. De introductie van deze lokale markten vormt, samen met de reeds gestarte uitrol van de digitale meter, een belangrijke bouwsteen voor de ontwikkeling van een ‘slim net’ en de digitalisering van het energiesysteem. Aangezien bovenstaande wijzigingen een grote impact zullen hebben op de energiemarkt dienen de netbeheerders een transparant investeringsplan op te maken waarin ze zullen moeten aangeven hoe zij op korte en lange termijn zullen omgaan met onder andere de integratie van nieuwe hernieuwbare energiebronnen op hun net, welke investeringen of aankopen van flexibiliteit of ondersteunende diensten zij hiervoor zullen aanwenden en hoe zij dit allemaal ten opzichte van elkaar zullen afwegen in het licht van kosten-efficiëntie. Daarnaast dienen de netbeheerders, in samenwerking met de transmissienetbeheerder Elia en andere marktdeelnemers, een meer dynamisch systeem op te zetten ter bewaking van de operationele veiligheid van het net. Vervolgens verwacht de Vlaamse Regering dat in het licht van bovenstaande wijzigingen elektriciteitsopslagfaciliteiten in de toekomst een grote rol kunnen spelen in het aanbieden van flexibiliteit en het leveren van flexibiliteitsdiensten. De uitrol hiervan zal in principe toekomen aan netgebruikers en marktdeelnemers. Dit is bijgevolg, behoudens uitzondering, verboden voor netbeheerders. Om de goede uitvoering van de bovenvermelde nieuwe regels te verzekeren, breidt de Vlaamse Regering tot slot de bevoegdheden van de VREG verder uit. Zo zal de VREG onder meer toezicht moeten houden op de verschillende nieuwe taken van de netbeheerders. 
  • Ontstaan van actieve afnemers en energiegemeenschappen: Personen of entiteiten die onder het aangepaste Energiedecreet kunnen worden aangemerkt als zijnde actieve afnemers zullen ten gevolge hiervan het recht verkrijgen om zelf energie te produceren, op te slaan, te verbruiken en te verkopen en zelfs deel te nemen aan energiediensten zoals energie-efficiëntiediensten, flexibiliteit of aggregatie (d.i. het samenvoegen van verschillende segmenten of klantengroepen). Zo zullen verschillende bewoners van eenzelfde (appartements)gebouw als gezamenlijk optredende actieve afnemers door middel van bijvoorbeeld zonnepanelen energie kunnen produceren en onder elkaar verdelen of zelfs verkopen aan andere bewoners van de wijk. Deze afnemers zullen zich in de toekomst bovendien kunnen verenigen binnen een (hernieuwbare) energiegemeenschap. Dit betreft een juridische entiteit waarin afnemers, eventueel samen met lokale overheden, zich verenigen met het oog op de uitoefening van één of meerdere activiteiten op de energiemarkt. Dergelijke gemeenschap mag niet worden opgericht met een louter economisch doel (winst nastreven) of om de bijdrage aan de systeemkosten te ontwijken. Men dient middels dergelijke gemeenschap steeds een ecologisch, sociaal of economisch – zij niet uitsluitend het maken van winst – na te streven en de participatie van burgers en huishoudens in de energiemarkt centraal te zetten. Het lidmaatschap moet open en vrijwillig van aard zijn. Energiegemeenschappen zullen worden beschouwd als volwaardige marktpartijen en bijgevolg recht hebben op gelijke mededingingsvoorwaarden en een niet-discriminerende toegang tot geldende procedures (bijv. vergunningsprocedures) en instrumenten. Zij moeten dezelfde rechten en plichten hebben die van toepassing zijn op andere marktpartijen. Zo dienen ook energiegemeenschappen op een passende, eerlijke en evenwichtige wijze bij te dragen aan de totale kosten van het systeem via de tarieven, heffingen en belastingen. Een energiegemeenschap zal zich kunnen toespitsen op volgende activiteiten, met name: de productie, distributie, verbruik, levering, aggregatie, flexibiliteit, het delen en opslag van energie, evenals het verstrekken van oplaaddiensten voor elektrische voertuigen, energie-efficiëntiediensten of andere energiediensten. Veel van dergelijke activiteiten zijn reeds in Vlaanderen gereguleerd, anderen zullen binnenkort worden voorzien van een regelgevend kader (o.a. m.b.t. flexibiliteit van de elektriciteitsmarkt). Ter controle van de energiegemeenschappen, zal tot slot een meldingsplicht worden opgelegd waarvan de Vlaamse Regering echter nog de precieze modaliteiten dient te bepalen.
  • Vrije keuze van leverancier en dynamisch prijscontract: Het zal mogelijk worden om verschillende contracten bij verschillende leveranciers af te sluiten en om een dynamisch prijscontract te vragen ingeval het een leverancier met meer dan 200.000 eindafnemers betreft.
  • Inkorting termijn voor overstap naar andere leverancier: De huidige termijn om over te stappen naar een andere leverancier bedraagt maximaal 3 weken vanaf het verzoek om over te stappen. Dit proces mag vanaf 2026 niet meer dan 24u in beslag nemen.

Naast de noodzakelijke goedkeuring van bovenstaande wijzigingen door het Vlaams Parlement, is het tot slot van belang om erop te wijzen dat vele van deze voorgenomen maatregelen nog hun concrete uitwerking moeten krijgen door middel van toekomstige besluiten (of wijzigingen aan bestaande besluiten, zoals bijvoorbeeld aan het Energiebesluit van 19 november 2010) genomen door de Vlaamse Regering. Zo zal de Vlaamse Regering onder meer nog de procedure voor de aanvraag en toekenning van rentesubsidies als steunmaatregel moeten uittekenen, evenals steunmaatregelen moeten voorzien ter facilitering van de oprichting van energiegemeenschappen. Daarnaast zijn er natuurlijk ook de praktische aspecten, onder meer de vragen die rijzen met betrekking tot de vergoedingen voor het gebruik van het elektriciteitsnet bij een energiecommunity en dergelijke meer, waarbij ook nog de nodige initiatieven zullen moeten worden genomen.

Interessant om te vermelden is dat in het kader van de toekomstige uitvoering van de Europese Green Deal er momenteel twee voorstellen tot verordening op tafel liggen die nog enkele stadia van de Europese wetgevingsprocedure dienen te doorlopen. Het betreft hier enerzijds het voorstel (2020/0006 (COD)) voor een verordening tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie en anderzijds het voorstel (2020/0036 (COD)) voor een verordening tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1999 (= Europese klimaatwet). Ondanks eerdere uitspraken van de Vlaamse Regering, waaruit haar ontevredenheid bleek met bovenstaande voorstellen, zal deze Europese regelgeving – eens goedgekeurd – rechtstreeks van toepassing zijn in Vlaanderen. Een omzetting zal hier, in tegenstelling tot wat het geval is bij de richtlijnen die zullen leiden tot de vernoemde wijzigingen aan het Energiedecreet, niet noodzakelijk zijn, maar het is niet uitgesloten dat de decreetgever op dat punt alsnog initiatieven zal nemen.

***                                                                                                 

[1] Zie Ontwerp van decreet van 3 augustus 2020 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, Parl.St. Vl.Parl. 2019-2020, nr. 444/1.

[2] Zie Voorontwerp van decreet van 30 oktober 2020 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en tot omzetting van richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, Parl.St. Vl.Reg. 2020, nr. 1204/2bis.

 

2020-11-21T11:30:54+00:00 21 november 2020|Categories: Energierecht|Tags: |