>, Milieu- en stedenbouwrecht, Publiek recht>Afwijking van de omgevingsvergunningsplicht in geval van een “civiele noodsituatie”: Een Vlaams antwoord op de dreigende stroomuitval (Lydian)

Afwijking van de omgevingsvergunningsplicht in geval van een “civiele noodsituatie”: Een Vlaams antwoord op de dreigende stroomuitval (Lydian)

Auteur: Wouter Neven (Lydian)

Publicatiedatum: 24/10/2018

Het dreigende stroomtekort en het daarmee gepaard gaande onevenwicht op het Belgisch transmissienet zorgt al enkele weken voor beroering op alle bestuursniveaus.

Met een voorstel van decreet van 17 oktober 2018 [1] “houdende afwijkingen op de gewestelijke vergunningsplicht in geval van een civiele noodsituatie” (het Decreet) namen  enkele Vlaamse parlementsleden het initiatief om de Vlaamse omgevingsvergunningsregeling af te stemmen op deze specifieke (nood)situatie. Het Decreet werd op amper twee dagen tijd ingediend, besproken, goedgekeurd en bekrachtigd. Op 19 oktober 2018 werd het Decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De auteurs van het Decreet stellen vast dat in geval van een dreigend stroomtekort het tijdsverloop van de reguliere omgevings- en milieueffectrapportageprocedure een snelle plaatsing en ingebruikname van tijdelijke energie-infrastructuur in de weg staat. Daarom voorziet het Decreet in geval van een dreigend stroomtekort in een afwijking van vergunningsplicht voor tijdelijke energie-infrastructuur. Artikel 1, derde lid van richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectenbeoordeling van openbare en particuliere projecten staat immers uitzonderlijk en voorwaardelijk een afwijking toe op de omgevingsvergunningsplicht en de milieueffectenrapporteringsplicht voor bepaalde tijdelijke energie-infrastructuur.

Hieronder vindt u een overzicht van de voorwaarden die het Decreet specifiek oplegt om van de afwijking te kunnen genieten.

Energieproductie-eenheden met een vermogen groter dan 1 MW met afnamemogelijkheid

Het Decreet viseert vooral tijdelijke installaties die in het geval van een dreigend stroomtekort op korte termijn kunnen worden ingezet om bijkomende energie te produceren. Bovendien is de afwijkingsregeling vooral bedoeld voor installaties met een vermogen van meer dan 1 MW. Om de afname te verzekeren, vereist het Decreet dat de tijdelijke energie-infrastructuur ook aansluiting heeft (‘aantakking’) op het distributienet, het transmissienet, een gesloten distributienet, het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit of een gesloten industrieel netwerk.

Uitsluitend in het geval van een ‘civiele noodsituatie door een dreigend stroomtekort’

Het Decreet omschrijft in strikte termen de situatie waarin beroep kan gedaan worden op de afwijkingsregeling. De procedure waarbij tijdelijke energie-infrastructuur zonder omgevingsvergunning kan worden opgericht, verloopt in twee stappen: (1) de Federale energieminister stelt  de Vlaamse Regering formeel op de hoogte van een dreigend energietekort, waarna (2) de Vlaamse Regering binnen de vijf dagen na de kennisgeving van de Federale energieminister bij ministerieel besluit de exacte datum bepaalt waarop de civiele noodsituatie aanvangt.

De afwijkingsregeling is beperkt in de tijd

De afwijking op de vergunningsplicht geldt voor 120 opeenvolgende dagen vanaf de door de Vlaamse Regering bepaalde startdatum. Die termijn kan slechts éénmaal verlengd worden door de Vlaamse Regering met een periode van 60 opeenvolgende dagen.

De tijdelijke energie-infrastructuur is verboden in bepaalde ruimtelijke gebieden en blijft onderworpen aan de algemene en sectorale milieuvoorwaarden

De afwijkingsregeling uit het Decreet ‘deactiveert’ de omgevingsvergunnings- en de milieueffectenrapportageprocedure. Hierdoor is er geen a priori controle op de milieueffecten van de betrokken inrichting. Daarom voorziet het Decreet in twee a posteriori maatregelen om het milieu te beschermen tegen een al te grote impact van de tijdelijke energie-infrastructuur.

Ten eerste geldt de afwijkingsregeling niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden (zoals VEN-gebieden, bosgebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologische waarde, parkgebieden, overstromingsgebieden…).

Ten tweede blijven de algemene en sectorale milieuvoorwaarden uit het VLAREM van toepassing op de betrokken installaties.

Bekendmaking in het Belgisch Staatsblad

De afwijkingsregeling uit het Decreet fnuikt de inspraak van het betrokken publiek. Door het ontbreken van een omgevingsvergunningsprocedure kan het publiek immers haar stem niet doen gelden in het kader van het openbaar onderzoek. Bovendien is er geen formele overheidsbeslissing om de exploitatie van tijdelijke energie-infrastructuur al dan niet toe te laten en waartegen geageerd kan worden.

Daarom voorziet het Decreet in enkele minimale bekendmakingsvoorschriften.

Vooreerst zal de exploitant de gemeente waar de betrokken tijdelijke energie-infrastructuur is gelegen en de Vlaamse Regering per e-mail en per aangetekend schrijven in kennis moeten stellen van zijn voornemen om de kwestieuze installatie te plaatsen en te exploiteren. Deze kennisgeving bevat onder meer de perceelsgegevens, specificaties over installaties, een vermelding van de toepasselijke rubrieken en de maximale uitbatingstijd van 120 dagen die eventueel verlengbaar is met een termijn van 60 opeenvolgende dagen.

Deze kennisgeving dient ten laatste de dag vóór de plaatsing of ingebruikname van de tijdelijke energie-infrastructuur te gebeuren.

De bedoeling is dat de bevoegde gemeentelijke en gewestelijke overheidsdiensten de kennisgevingen publiceren op hun respectievelijke websites.

Daarnaast dient gedurende een termijn van minstens 30 dagen een gele affiche aangebracht op de plaats van de exploitatie om de buurtbewoners te informeren over de plaatsing of ingebruikname van de tijdelijke energie-infrastructuur. Hiervoor dienen de regels uit artikel 59 van het Omgevingsvergunningenbesluit toegepast te worden.

Naar aanleiding van de voormelde bekendmaking, kan het publiek bijvoorbeeld de burgerlijke (kortgeding)rechter adiëren op basis van burenhinder (artikel 544 Burgerlijk Wetboek) of andere buitencontractuele aansprakelijkheidsgronden (artikel 1382 e.v. Burgerlijk Wetboek) teneinde van de exploitant de staking van de activiteiten of een schadevergoeding te vorderen.

Inwerkingtreding

Het Decreet trad in werking op 17 oktober 2018, zijnde de datum van bekrachtiging door de Vlaamse Regering. Hiermee is afgeweken van de normale termijn van 10 kalenderdagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad om een decreet in werking te laten treden.

Kortom, het doel heiligt de middelen.

[1] Decreet van het Vlaams Parlement van 17 oktober 2018 houdende afwijkingen op de gewestelijke vergunningsplicht in geval van civiele noodsituatie, BS 19 oktober 2018.

Lees hier het originele artikel

2018-10-27T10:23:18+00:00 29 oktober 2018|Categories: Energierecht - Milieu- en stedenbouwrecht - Publiek recht|Tags: , , |