>>>Geen auteursrechtelijke bescherming van kledingmodellen louter vanwege het esthetisch effect. Arrest Hof van Justitie, 12 september 2019 (LegalNews.be)

Geen auteursrechtelijke bescherming van kledingmodellen louter vanwege het esthetisch effect. Arrest Hof van Justitie, 12 september 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 17/09/2019

Waarover ging de discussie?

Cofemel en G-Star zijn vennootschappen die beide actief zijn op het gebied van het ontwerp, de productie en het in de handel brengen van kledingstukken.

G-Star exploiteert sinds de jaren negentig, als eigenaar of in het kader van exclusieve licentieovereenkomsten, de merken G-STAR, G-STAR RAW, G-STAR DENIM RAW, GS-RAW, G-RAW en RAW. De kledingstukken die onder deze merken worden ontworpen, geproduceerd en in de handel gebracht, omvatten onder meer een jeansmodel genaamd ARC en een sweatshirt- en T-shirtmodel met de naam ROWDY.

Ook Cofemel ontwerpt, produceert en verkoopt jeans, sweatshirts en T-shirts, en wel onder de merknaam TIFFOSI.

Op 30 augustus 2013 heeft G-Star bij een Portugese rechtbank van eerste aanleg een vordering ingesteld ertoe strekkende dat Cofemel wordt gelast de inbreuk op haar auteursrecht en het plegen van daden van oneerlijke mededinging jegens haar te staken, de als gevolg daarvan door haar geleden schade te vergoeden en haar in geval van een nieuwe inbreuk een dagelijkse dwangsom te betalen tot aan de beëindiging daarvan. In het kader van deze vordering stelde G-Star met name dat sommige van de door Cofemel geproduceerde jeans-, sweatshirt- en T-shirtmodellen vergelijkbaar waren met de modellen ARC en ROWDY. G-Star voerde voorts aan dat laatstgenoemde modellen oorspronkelijke intellectuele creaties vormden en om die reden als auteursrechtelijk beschermde „werken” moesten worden aangemerkt.
Cofemel verdedigde zich met name met het betoog dat deze kledingmodellen niet konden worden aangemerkt als „werken” die een dergelijke bescherming genieten.

De visie van de eerste rechter

De door G-Star aangezochte rechter in eerste aanleg heeft deze vordering gedeeltelijk toegewezen, door Cofemel onder meer te gelasten niet langer inbreuk te maken op het auteursrecht van G-Star, en haar te veroordelen tot betaling van een bedrag dat overeenkomt met de winst uit de verkoop van de kleding die in strijd met deze auteursrechten was geproduceerd alsook tot betaling aan G-Star van een dagelijkse dwangsom in geval van een nieuwe overtreding.

Beroep en cassatie

Cofemel is tegen dat vonnis in beroep gegaan bij de Tribunal da Relação de Lisboa (rechter in tweede aanleg Lissabon, Portugal), die het vonnis heeft bevestigd. Ter onderbouwing van zijn beslissing heeft die rechter om te beginnen vastgesteld dat artikel 2, lid 1, onder i), CDADC, in het licht van richtlijn 2001/29, zoals uitgelegd door het Hof in zijn arresten van 16 juli 2009, Infopaq International (C‑5/08, EU:C:2009:465), en 1 december 2011, Painer (C‑145/10, EU:C:2011:798), aldus moest worden opgevat dat de auteursrechtelijke bescherming ten goede komt aan werken van toegepaste kunst, industriële tekeningen en modellen en designwerken, op voorwaarde dat zij een oorspronkelijk karakter hebben, dat wil zeggen dat zij het resultaat zijn van een intellectuele schepping die eigen is aan de auteur ervan, zonder dat een bepaalde mate van esthetische of artistieke waarde is vereist. Vervolgens oordeelde voornoemde rechter dat in de onderhavige zaak de kledingmodellen ARC en ROWDY van G-Star door het auteursrecht beschermde werken zijn. Ten slotte heeft hij vastgesteld dat bepaalde door Cofemel geproduceerde kledingstukken inbreuk maakten op de auteursrechten van G-Star.

De verwijzende rechter, de Supremo Tribunal de Justiça (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Portugal), bij wie Cofemel cassatieberoep heeft ingesteld, is in de eerste plaats van mening dat vaststaat dat de in het kader van dat cassatieberoep aan de orde zijnde G-Star-kledingstukken ontworpen zijn door ontwerpers die hetzij in dienst waren bij G-Star, hetzij in opdracht van G-Star werkten en hun auteursrechten contractueel aan G-Star hadden overgedragen. Ten tweede zijn deze kledingstukken het resultaat van ontwerpen en fabricageprocedés die in de modewereld als innovatief zijn erkend. Ten derde bevatten zij een aantal specifieke elementen (driedimensionale vorm, de manier waarop de stukken in elkaar worden gezet, plaatsing van bepaalde onderdelen, enzovoort) die gedeeltelijk door Cofemel zijn overgenomen voor de vervaardiging van kledingstukken van haar merk.

In de tweede plaats merkt de verwijzende rechter op dat artikel 2, lid 1, onder i), CDADC duidelijk werken van toegepaste kunst, industriële tekeningen en modellen en designwerken in de lijst van auteursrechtelijk beschermde werken opneemt, maar niet aangeeft welk gehalte aan oorspronkelijkheid vereist is om bepaalde voorwerpen als werken van dit type te kwalificeren. Hij wijst er ook op dat over deze kwestie, die centraal staat in het geding tussen Cofemel en G-Star, in de Portugese rechtspraak en doctrine geen consensus bestaat. Daarom vraagt de verwijzende rechter zich af of, in het licht van de uitlegging van richtlijn 2001/29 die het Hof in de arresten van 16 juli 2009, Infopaq International (C‑5/08, EU:C:2009:465), en 1 december 2011, Painer (C‑145/10, EU:C:2011:798), heeft gegeven, niet moet worden aangenomen dat dergelijke werken auteursrechtelijk op dezelfde basis – en dus op voorwaarde dat zij een oorspronkelijk karakter hebben in die zin dat zij het resultaat zijn van een intellectuele schepping die eigen is aan de auteur – worden beschermd als werken van letterkunde en kunst, dan wel of de verlening van een dergelijke bescherming afhankelijk kan worden gesteld van het bestaan van een bepaalde mate van esthetische of artistieke waarde.

Vraag tot prejudiciële beslissing

In deze omstandigheden heeft de Supremo Tribunal de Justiça de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1) Staat de door het Hof gegeven uitlegging van artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29 in de weg aan een nationale wettelijke regeling – in de onderhavige zaak artikel 2, lid 1, onder i), van het [Portugees] wetboek van het auteursrecht en de naburige rechten – die auteursrechtelijke bescherming verleent aan werken van toegepaste kunst, industriële tekeningen en modellen en designwerken die, afgezien van het utilitaire doel dat ze nastreven, een eigen, vanuit esthetisch oogpunt opvallend, visueel effect opwekken, waarbij de oorspronkelijkheid van het werk het fundamentele criterium is voor de verlening van auteursrechtelijke bescherming?
2) Staat de door het Hof gegeven uitlegging van artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29 in de weg aan een nationale wettelijke regeling – in de onderhavige zaak artikel 2, lid 1, onder i), van het [Portugees] wetboek van het auteursrecht en de naburige rechten – die aan werken van toegepaste kunst, industriële tekeningen en modellen en designwerken auteursrechtelijke bescherming verleent indien zij na een zeer grondige beoordeling van het artistieke karakter ervan en rekening houdend met de heersende ideeën in culturele en institutionele kringen de kwalificatie ‚artistieke creatie’ of ‚kunstwerk’ verdienen?”

Het arrest van het Hof van Justitie

Artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die aan modellen zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde kledingmodellen auteursrechtelijke bescherming verleent op grond dat zij, afgezien van het utilitaire doel dat ze nastreven, een eigen, vanuit esthetisch oogpunt opvallend visueel effect opwekken.

Lees hier het arrest

2019-09-16T12:46:34+00:00 18 september 2019|Categories: Intellectuele rechten|Tags: |