>>>Ontwerp van nieuw wetboek Vennootschappen en verenigingen – wat met bestaande vennootschappen? (Lamote Stragier Advocaten)

Ontwerp van nieuw wetboek Vennootschappen en verenigingen – wat met bestaande vennootschappen? (Lamote Stragier Advocaten)

Auteur: Bram Stragier (Lamote Stragier Advocaten)

Publicatiedatum: 15/06/2018

De regering diende op 4 juni ll. het wetsontwerp van nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bij de Kamer in. Wij lichtten eerder al de krijtlijnen van dit wetsontwerp toe (link). De finale tekst van het wetsontwerp is nu beschikbaar. Deze ligt grosso modo in de lijn van wat we toen meegaven. Noteer wel dat ook de VOF en de CommV als vennootschapsvorm blijven bestaan naast de NV, de BV, de CV, de maatschap (en de SE en de SCE).

De link naar deze finale tekst is beschikbaar via de pop-up op onze website.

De parlementaire behandeling van het wetsontwerp is voorzien voor het najaar en de finale stemming en publicatie ervan zal volgen tegen uiterlijk het jaareinde. Er worden geen belangrijke wijzigingen meer verwacht.

Het past om stil te staan bij de impact van dit wetsontwerp op de bestaande vennootschappen. Daarbij wordt voorlopig abstractie gemaakt van de verenigingen, nu het wetboek hieromtrent vooral de bestaande regelgeving hercodificeert.

Nieuwe vennootschappen

De wet treedt in werking op 1 januari 2019.

Dit houdt in dat vanaf dan geen vennootschappen meer mogen opgericht worden onder de vorm van een Comm. VA, een LV, een ESV, een CVOA, een CVBA en een beroepsvereniging.

Na 1 januari 2019 mogen bestaande vennootschappen ook niet meer omgezet worden in één van voornoemde vormen.

De statuten van nieuw opgerichte vennootschappen moeten vanaf dan in lijn zijn met de nieuwe wet.

Bestaande vennootschappen

Voor bestaande vennootschappen wordt de wet van toepassing vanaf 1 januari 2020, tenzij de algemene vergadering zou beslissen om zich al vroeger aan de bepalingen van de nieuwe wet te onderwerpen (opt-in mogelijkheid).

Dit kan zijn nut bieden om per direct van de soepelere regelgeving te genieten (bv. meervoudig stemrecht, mogelijkheid van één aandeelhouder en van monistisch bestuur bij een nv, enz.).

Indien men van deze opt-in mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, is men verplicht om bij elke statutenwijziging van na 1 januari 2020 de statuten te conformeren aan de nieuwe wet.

Dit moet uiterlijk gebeurd zijn tegen 1 januari 2024. De sanctie is bestuurdersaansprakelijkheid.

Deze regeling inzake de inwerkingtreding voor bestaande vennootschappen lijdt enkel uitzondering voor de nieuwe, veel soepelere geschillenregeling (d.i. de gedwongen uittreding of uitsluiting uit vennootschappen). Deze nieuwe geschillenregeling is immers van onmiddellijke toepassing en geldt vanaf 1 januari 2019 ook voor bestaande vennootschappen.

Dwingende bepalingen gelden automatisch

Vanaf de datum dat de wet van toepassing wordt (resp. 1 januari 2019 voor nieuwe vennootschappen en 1 januari 2020 voor bestaande vennootschappen, of vroeger bij opt-in), gelden de dwingende bepalingen van de wet automatisch, ook al luiden de statuten (nog) anders.

Statutaire voorschriften die in strijd zijn met de dwingende bepalingen van de nieuwe wet worden vanaf dan voor niet geschreven gehouden.

Voorbeelden van dergelijke, dwingende bepalingen zijn onder meer:

  • de benamingen en afkortingen van de resterende vennootschapsvormen: NV, BV, CV, CommV, VOF, SE, SCE en maatschap;
  • het voorschrift dat BV’s slechts tot winstuitkering kunnen overgaan met inachtneming van de voorgeschreven nettoactief – en liquiditeitstest;
  • het voorschrift dat het gestort gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van BV’s en CV’s van rechtswege omgezet worden in een ‘statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening’;
  • de uitsluiting van arbeidsovereenkomsten voor bestuurders, leden van de raad van toezicht, en de directieraad;
  • de verruiming van het begrip ‘dagelijks bestuur’;
  • de regeling van belangenconflicten;
  • het algemeen regime van de bestuurdersaansprakelijkheid;

De dwingende bepalingen uit de nieuwe wet zijn ook van onmiddellijke toepassing op lopende overeenkomsten. Zo zullen bedingen waarbij de vennootschap een bestuurder exonereert of vrijwaart voor bestuurdersaansprakelijkheid van rechtswege nietig zijn.

Aanvullende bepalingen

Vanaf de datum dat de wet van toepassing wordt, zijn de nieuwe bepalingen van aanvullend recht van toepassing, tenzij de statuten de toepassing ervan uitsluiten.

Opgeheven vennootschapsvormen

Er is een specifieke overgangsregeling voor vennootschapsvormen die onder de nieuwe wet niet meer bestaan: Comm. VA, een LV, een ESV, een CVOA, een CVBA.

Samengevat

Het nieuwe ontwerp van Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is innovatief en ingrijpend. De wetgever heeft daarmee rekening gehouden en voorziet een relatief lange overgangsperiode. Men kan er evenwel voor kiezen om zich al vroeger aan de nieuwe wet te conformeren en zo sneller van de soepelere regelgeving te genieten; anticiperen en het vastklikken van modernere vennootschapsregels lijkt de boodschap. Voor bestaande vennootschappen die niet anticiperen, moet er in ieder geval vanaf uiterlijk 1 januari 2020 rekening gehouden worden met een reeks dwingende wetsbepalingen die vanaf dan zullen gelden.

Lees hier het originele artikel

2018-06-19T08:21:27+00:00 19 juni 2018|Categories: Ondernemingsrecht - Vennootschapsrecht|Tags: |