>>>Nieuwe sancties bij laattijdig neerleggen van jaarrekening (Argus Advocaten)

Nieuwe sancties bij laattijdig neerleggen van jaarrekening (Argus Advocaten)

Auteur: Bart Quanten (Argus Advocaten)

Publicatiedatum: 19/01/2018

In onze vorige post meldden we u al dat het vennootschapsrecht in 2018 ingrijpend zal veranderen. Dit is zonder twijfel de belangrijkste wijziging van de laatste jaren.

Het is echter niet de enige.

Op 12 juni 2017 heeft de wetgever ook al de gerechtelijke ontbindingsprocedure (art. 182 W.Venn) aangescherpt om het gebruik van slapende vennootschappen aan banden te leggen. Hierbij werden verstrengde maatregelen doorgevoerd die een impact hebben op alle vennootschappen die (zelfs éénmalig) hun jaarrekening niet of laattijdig neerleggen.

Zaakvoerders of bestuurders hebben de verplichting om binnen de 30 dagen na goedkeuring door de algemene vergadering en ten laatste 7 maanden na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank van België (art. 98 en 100 W.Venn). In de praktijk gebeurt dit vaak door de accountant.

Dat boetes werden aangerekend bij laattijdigheid is algemeen bekend. Sedert de wetswijziging kan de rechtbank van koophandel echter ook de ontbinding van de vennootschap uitspreken. Vroeger kon dit enkel indien de vennootschap gedurende drie opeenvolgende jaren in gebreke bleef. Dit is dus verstrengd hetgeen opmerkelijk is.  De ontbinding is immers de zwaarste sanctie die kan worden uitgesproken ten aanzien van een vennootschap. Zij houdt dan op te bestaan.

Dat de wetgever bovenstaand sanctiemechanisme niet van toepassing heeft verklaard op VZW’s  is opvallend,  gezien deze steeds vaker worden ingezet om te frauderen.

Hoe werkt deze gerechtelijke ontbinding nu concreet?

Het verzoek tot ontbinding kan uitgaan van het openbaar ministerie of een  belanghebbende (bv. schuldeiser). In dit geval is de rechtbank van koophandel verplicht om een termijn van 3 maanden toe te kennen waarbinnen de vennootschap haar toestand kan regulariseren en alsnog haar jaarrekening neerleggen. Dit wordt opgevolgd door de dienst handelsonderzoeken.

Indien het initiatief uitgaat van de kamer van handelsonderzoeken zelf, liggen de kaarten anders. In dat geval kan de rechtbank immers een regularisatietermijn toekennen maar is zij hiertoe niet verplicht. Met andere woorden de rechtbank kan onmiddellijk de ontbinding uitspreken en een vereffenaar aanstellen.

Indien de zaakvoerder of bestuurder vervolgens niet het nodige gevolg geeft aan de oproepingen van de vereffenaar kan hem bijkomend nog een persoonlijk beroepsverbod van maximaal drie jaar worden opgelegd.

De zaakvoerder is bij deze gewaarschuwd…

Lees hier het originele artikel