>>>Een nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen: 10 stappen voor een grote sprong voorwaarts (Eubelius)

Een nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen: 10 stappen voor een grote sprong voorwaarts (Eubelius)

Auteur: Eubelius

Publicatiedatum: 28/02/2019

Op 28 februari 2019 heeft het Belgische parlement een belangrijke modernisering van het Belgische vennootschaps- en verenigingsrecht goedgekeurd. Het nieuwe wetboek wordt stapsgewijs van toepassing vanaf 1 mei 2019.

Vereenvoudiging en flexibilisering van het vennootschaps- en verenigingsrecht zijn de leidende principes van het nieuwe Wetboek: gebruikers vinden in het Wetboek eenvoudige, kant-en-klare regels maar genieten tegelijk van een grote vrijheid om elke vennootschap of vereniging aan te passen aan hun specifieke behoeften.

Het onderstaande overzicht bevat de 10 belangrijkste aspecten van deze omvangrijke en fundamentele hervorming.

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen

1. Vennootschapsvormen

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen schrapt een aantal vennootschapsvormen door ze te integreren in behouden vennootschapsvormen. De vernieuwde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) heeft als roeping om de standaardrechtspersoon in het vennootschapsrecht te worden. Van grotere en beursgenoteerde ondernemingen wordt verwacht dat zij blijven kiezen voor een naamloze vennootschap (NV) die onderworpen blijft aan de Europese kapitaalregels. Zowel de BV als de NV kunnen opgericht worden door één rechtspersoon of natuurlijke persoon. De coöperatieve vennootschap (CV) wordt voorbehouden voor echte coöperatieve doeleinden (cf. de ICA-principes) en vereist drie oprichters, maar volgt verder in essentie de regels van de BV.

2. De BV (besloten vennootschap)

De BV wordt een flexibele vennootschap zonder kapitaal. In haar juridische basisvorm is de BV eenvoudig, maar het Wetboek laat veel ruimte voor contractuele verfijning (zoals onbeperkt meervoudig stemrecht of preferente aandelen). Uittreding en uitsluiting van aandeelhouders ten laste van het vennootschapsvermogen kunnen ingevoerd worden.

De oprichting van een BV vereist niet langer een minimumkapitaal, maar voldoende eigen vermogen in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid en de andere financiële parameters, ondersteund door een uitgebreider financieel plan.

De notie kapitaal wordt ook gebruikt in verschillende fiscaalrechtelijke bepalingen (bijvoorbeeld de DBI-aftrek, waarvoor een minimumdeelneming van 10% van het kapitaal van de uitkerende vennootschap is vereist). Zoals hierboven vermeld, is de Belgische fiscale wetgeving gewijzigd om de fiscale neutraliteit van de nieuwe vennootschapsrechtelijke regels te verzekeren.

Schuldeisers worden beschermd door een dubbele test voor elke uitkering (dividenden, teruggave van inbreng, inkoop van eigen aandelen, vergoeding bij uittreding of uitsluiting), bestaande uit een netto-actieftest en een liquiditeitstest.

3. De NV (naamloze vennootschap)

De regels voor de NV werden globaal herbekeken en vereenvoudigd waar dit mogelijk was in het licht van Europese beperkingen (zie hierna in verband met meervoudig stemrecht en bestuur). Dit leidt in het bijzonder tot een verregaande vereenvoudiging van de regels voor de inkoop van eigen aandelen, weliswaar gekoppeld aan enigszins strengere regels om de gelijke behandeling van aandeelhouders te waarborgen en grotere transparantie bij de wederverkoop van deze aandelen.

4. De beursgenoteerde vennootschap

Zowel de NV als de BV kunnen beursgenoteerd zijn, maar de NV blijft de standaard voor beursgenoteerde vennootschappen. Notering betekent enkel nog de toelating van aandelen, winstbewijzen of certificaten van aandelen of winstbewijzen tot de handel op een gereglementeerde markt. Instellingen van openbaar belang (OOB’s) zijn afzonderlijk gereguleerd.

De implementatie van de gewijzigde aandeelhoudersrichtlijn maakte geen deel uit van het wetgevingsproces dat tot het Wetboek heeft geleid. Het Wetboek zal dus in de nabije toekomst gewijzigd moeten worden, hoewel deze wijzigingen naar verwachting beperkt zullen zijn.

5. Bestuur van een vennootschap

De bestuursmodellen in de BV en de NV zijn herzien en gestroomlijnd. De NV kan kiezen tussen drie modellen: monisme (enkel raad van bestuur), dualisme (raad van toezicht en directieraad) en eenhoofdig bestuur. In de BV blijft de norm één of meer volledig bevoegde bestuurders, maar er kan een collegiaal orgaan worden ingericht, zoals nu al het geval is. Een orgaan van dagelijks bestuur is optioneel in alle vennootschappen en verenigingen. De schriftelijke besluitvorming wordt vereenvoudigd.

Ontslag ad nutum door de algemene vergadering van aandeelhouders blijft de norm, maar indien gewenst kan voortaan in ontslagbescherming worden voorzien. In dit opzicht vormt de NV met één bestuurder nu een volwaardige verankeringstechniek voor zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde vennootschappen.

Het Wetboek bevestigt dat bestuurders in hun hoedanigheid van bestuurder zelfstandigen zijn en geen werknemers. De verplichting tot aanduiding van een vaste vertegenwoordiger in de bestuurder-rechtspersoon, blijft behouden en is zelfs verstrengd: de vaste vertegenwoordiger moet een natuurlijke persoon zijn, en hij/zij kan slechts in één hoedanigheid in het bestuursorgaan zetelen.

Bestuurders met een belangenconflict zullen zich, zowel in (beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde) vennootschappen als in verenigingen, moeten onthouden bij de beraadslaging en stemming.

Het Wetboek codificeert de basisverplichting voor elk lid van een bestuursorgaan om zijn of haar taak naar behoren te vervullen en zet de norm voor de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid: elke bestuurder moet handelen binnen de redelijke marge van wat een normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder in dezelfde omstandigheden zou doen.

Een opvallende innovatie is de invoering van een financiële aansprakelijkheidsgrens (“cap”) voor bestuurders in functie van de omvang van de bestuurde rechtspersoon, behalve in geval van lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden en voor enkele specifieke fiscale aansprakelijkheden.

6. Stemrecht

De BV en de NV genieten voortaan grotere vrijheid in de organisatie van het stemrecht van hun aandeelhouders. De enige dwingende regel is dat zij ten minste één aandeel met één stem moeten uitgeven. Voor het overige kan worden afgeweken van het traditioneel verplichte principe van één stem per aandeel, dat wel de standaardregel blijft. In de BV en in de niet-beursgenoteerde NV kunnen aandelen met onbeperkt meervoudig stemrecht, aandelen zonder stemrecht en aandelen met stemrecht voor specifieke situaties worden uitgegeven.

In een beursgenoteerde NV kunnen aandelen enkel dubbel stemrecht verlenen als ze op naam zijn, ten minste sedert twee jaar door dezelfde aandeelhouder worden gehouden en volledig zijn volgestort. Een overdracht doet het tweede stemrecht vervallen, zij het met enkele uitzonderingen voor familiale en intragroepsoverdrachten. Voor de invoering van dit mechanisme van dubbel stemrecht in genoteerde vennootschappen is een 2/3 meerderheid vereist (tegenover de 3/4 meerderheid voor andere statutenwijzigingen).

Dubbel stemrecht wordt geneutraliseerd voor de berekening van de drempel voor een verplicht overnamebod. Succesvolle bieders die 2/3 of meer van de stemrechtverlenende effecten hebben verworven, kunnen bovendien de afschaffing van het dubbele stemrecht afdwingen.

7. Effecten

Met betrekking tot effecten voert het Wetboek geen grote wijzigingen door, maar bevestigt het algemeen aanvaarde regels en vaste rechtspraak, en stroomlijnt het een en ander.

In de BV is het verplichte en zeer strikte wettelijke regime van beperkte overdraagbaarheid van aandelen voortaan slechts van aanvullend recht, zodat de statuten ervan kunnen afwijken.

Zowel de BV als de NV kunnen alle soorten effecten uitgeven die niet bij wet verboden zijn. Een BV kan echter alleen aandelen uitgeven in ruil voor een inbreng en kan stemrecht alleen aan aandelen verbinden.

Bovendien bevestigt het Wetboek, conform vaste rechtspraak, dat een aandeelhouder kan worden vrijgesteld van bijdrage in het verlies. Daarnaast wordt bevestigd dat beperkingen op de vrije overdraagbaarheid van aandelen in de statuten afdwingbaar zijn tegenover de koper: de vennootschap mag geen overdrachten erkennen die in strijd zijn met deze beperkingen.

Met betrekking tot obligaties is de figuur van de security agent wettelijk verankerd en zijn een aantal Belgische regels van aanvullend recht geworden, waardoor Belgische entiteiten de ruimte krijgen om obligaties uit te geven naar buitenlands recht.

8. Conflicten tussen aandeelhouders

De uiterst succesvolle procedure waarbij een aandeelhouder van een BV of een niet-beursgenoteerde NV de rechtbank kan verzoeken om een andere aandeelhouder te dwingen zijn aandelen aan de eiser te verkopen (uitsluiting) of zijn aandelen te kopen (uittreding) tegen de door de rechtbank vastgestelde prijs, wordt gehandhaafd. Een aantal aanpassingen vergroten de efficiëntie van de procedure.

9. Non-profit

Het enige criterium om vennootschappen te onderscheiden van verenigingen is voortaan de winstuitkering: terwijl winstuitkering de bestaansreden van vennootschappen is, is het voor verenigingen en stichtingen verboden om direct of indirect winst uit te keren aan stichters, leden of bestuurders. Dit belet hen niet om diensten te leveren aan hun leden indien dit binnen hun maatschappelijk doel valt.

De integratie van het verenigings- en vennootschapsrecht in één Wetboek heeft verder toegelaten om regels te stroomlijnen en te verduidelijken en hiaten aan te vullen, zonder de eigenheden en specifieke noden van de non-profitsector uit het oog te verliezen.

Vennootschappen die daarvoor specifiek erkend zijn door de minister bevoegd voor Economie, kunnen zich wijden aan het sociaal ondernemerschap, waardoor een vennootschap zonder winstoogmerk mogelijk wordt.

10. Keuze van toepasselijk recht

België stapt over naar de statutaire zetelleer, zowel voor Belgische als niet-Belgische rechtspersonen. Een rechtspersoon zal beheerst worden door het vennootschaps- en verenigingsrecht van de zetel die ze kiest in haar statuten. Een vennootschap die haar statutaire zetel in België heeft zal dus onderworpen zijn aan het Belgische vennootschapsrecht, ongeacht of ze haar activiteiten in België of in het buitenland ontplooit. Voor de vennootschapsbelasting zal de plaats van de werkelijke leiding echter doorslaggevend blijven om te beoordelen of een vennootschap een Belgische belastingplichtige is.

Het Wetboek voorziet in een procedure voor inkomende en uitgaande verplaatsingen van de statutaire zetel.

In een eerdere maar samenhangende hervorming is de bestuurdersaansprakelijkheid in geval van insolventie overgebracht naar de insolventiewetgeving (Wetboek van Economisch Recht). Bijgevolg is de bijzondere bestuursaansprakelijkheid in geval van insolventie van toepassing wanneer het centrum van de voornaamste belangen van een insolvente rechtspersoon zich in België bevindt.

Inwerkingtreding

Het nieuwe Wetboek treedt in werking op 1 mei 2019 en zal vanaf die datum stapsgewijs van toepassing worden:

  • Het Wetboek zal vanaf 1 mei 2019 volledig van toepassing zijn op nieuwe vennootschappen en verenigingen. Bestaande rechtspersonen kunnen ervoor kiezen het nieuwe regime vanaf 1 mei 2019 van toepassing te maken.
  • Bestaande rechtspersonen zullen vanaf 1 januari 2020 onder het nieuwe Wetboek vallen. Vanaf dan gelden de dwingende bepalingen onmiddellijk (zoals de winstuitkeringsregels in de BV). Voor andere bepalingen kunnen bestaande rechtspersonen wachten tot de volgende statutenwijziging om zich aan te passen aan het Wetboek, met dien verstande dat zij uiterlijk op 1 januari 2024 het Wetboek volledig moeten naleven.
  • De belangrijkste wijziging, namelijk de omvorming van de BV en de CV tot vennootschappen zonder kapitaal, vindt echter van rechtswege plaats: vanaf 1 januari 2020 worden het kapitaal en de wettelijke reserve van alle bestaande BV’s en CV’s omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening, die kan worden “ontgrendeld” door een statutenwijziging.
  • Bestaande rechtspersonen met een vennootschapsvorm die door het Wetboek wordt afgeschaft, zijn onderworpen aan dezelfde deadline. Zij zullen van rechtswege in de meest gelijkende overblijvende rechtsvorm worden omgezet indien zij dit zelf niet tijdig doen.
  • De overgang naar de statutaire zetelleer gaat in op 1 mei 2019.

Lees hier het originele artikel

2019-03-01T14:11:24+00:00 1 maart 2019|Categories: Ondernemingsrecht - Vennootschapsrecht|Tags: , , |