>>>Wanneer nemen verbintenissen uit een arbeidsovereenkomst een einde door overmacht? Arbeidshof Brussel 12 maart 2019 (LegalNews.be)

Wanneer nemen verbintenissen uit een arbeidsovereenkomst een einde door overmacht? Arbeidshof Brussel 12 maart 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 17/09/2019

Op grond van art 32, 5° arbeidsovereenkomstenwet nemen de verbintenissen die voortspruiten uit de arbeidsovereenkomst een einde door overmacht.

Art 26 arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat de door overmacht ontstane gebeurtenissen de beëindiging van de overeenkomst niet tot gevolg hebben wanneer zij slechts tijdelijk de uitvoering van de overeenkomst schorsen.

De arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval van de werknemer, ongeacht de duur ervan, maakt dus geen einde aan de arbeidsovereenkomst.

Wanneer de blijvende arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval van de werknemer het de werknemer definitief onmogelijk maakt de bedongen arbeid te hervatten, hebben we wel te maken met overmacht, waardoor er een einde komt aan de arbeidsovereenkomst.

Het enkele feit dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer van lange duur blijkt, volstaat niet om te besluiten dat het een definitieve arbeidsongeschiktheid betreft.

De arbeidsongeschiktheid moet worden beoordeeld t.a.v. de “overeengekomen taak” met inbegrip van de overeengekomen arbeidstijd en arbeidsvoorwaarden.

Het bewijs van onmogelijkheid tot ander passend werk is niet vereist.

De werkgever riep de overmacht wegens definitieve blijvende arbeidsongeschiktheid om de bedongen arbeid te verrichten. Het toenmalige art. 34 van de arbeidsovereenkomstenwet kan niet worden toegepast omdat het nooit in werking is getreden door het ontbreken van een koninklijk besluit dienaangaande. Evenmin kan toepassing worden gemaakt van de huidige wet, die gebaseerd is op de wijziging door de wet van 20 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake arbeidsrecht, die dus van latere datum is dan het ogenblik van de feiten.

De behandelende arts van de werknemer attesteerde dat deze “om medische redenen, vanaf (…datum) niet meer in staat is zijn huidige werk verder te zetten. En dit op definitieve basis.” Zijn standpunt werd bevestigd door de bevoegde preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, die dit op het formulier van gezondheidsbeoordeling heeft aangekruist. Er werd geen andere rubriek ingevuld.

De werknemer heeft de beoordeling van de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer niet betwist op grond van de art. 64 en 65 van het KB gezondheidstoezicht, zodat deze definitief is. Wel houdt hij voor dat hij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gecontacteerd heeft omdat hij wel ander werk kon doen; deze zou dit met de werkgever bespreken, maar het formulier van gezondheidsbeoordeling werd niet gewijzigd en het bleef ook gehandhaafd door het ontbreken van een tijdig beroep.

De overeenstemmende standpunten van behandelende arts en preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bewijzen de beëindigende overmacht, waarop de werkgever zich heeft beroepen.. De mondelinge bespreking van het formulier van gezondheidsbeoordeling kan daaraan geen afbreuk doen. Doordat de arbeidsovereenkomst eindigt bij toepassing van art. 32, 5° van de arbeidsovereenkomstenwet, is er geen ontslag vanwege de werkgever en kan de werknemer geen aanspraak maken op een opzeggingsvergoeding.

Lees hier het arrest

2019-09-16T12:53:41+00:00 17 september 2019|Categories: Arbeidsrecht|Tags: , , , |