>>>Slecht weer kan arbeidsovereenkomst “bevriezen” (Tilleman van Hoogenbemt)

Slecht weer kan arbeidsovereenkomst “bevriezen” (Tilleman van Hoogenbemt)

Auteur: Filip Tilleman (Tilleman van Hoogenbemt)

Publicatiedatum: 14/04/2017

Een zachte of een strenge winter? Het is in ons land moeilijk te voorspellen. Vrieskou, sneeuw, mist, hagel, storm of aanhoudende regen, kan het werk onmogelijk maken voor sommigen. Het arbeidsrecht is hier niet ongevoelig voor en biedt werkgevers en werknemers een oplossing.

Overmacht kan arbeidsovereenkomst “bevriezen”.

Als de weersomstandigheden zo slecht zijn dat het werken niet enkel bemoeilijkt wordt, maar werkelijk onmogelijk is geworden, dan beschouwt de wetgever dit als een vorm van overmacht. Hierdoor wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst “bevroren”. Op dat moment moet de werkgever geen werk verschaffen en ook geen loon betalen. De werknemer op zijn beurt moet niet arbeiden.

Enkel voor arbeiders, niet voor bedienden.

De werknemer kan dan tijdens deze periode in de plaats van loon werkloosheidsvergoedingen ontvangen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Let wel: dit systeem geldt – zoals economische werkloosheid – enkel en alleen voor arbeiders en niet voor bedienden! Opdat de arbeiders in deze slechte weersomstandigheden effectief op werkloosheidsuitkeringen zouden kunnen aanspraak maken, dienen ook nog enkele formaliteiten vervuld te worden door de werkgever.

De arbeiders tijdig verwittigen.

In eerste instantie dient de werkgever de betrokken arbeiders tijdig te verwittigen dat ze zich niet naar het werk moeten begeven. Het is niet voorgeschreven hoe die verwittiging precies moet gebeuren, maar ze moet in elk geval gebeuren vooraleer de werknemer zich effectief naar het werk begeeft. De werkgever draagt hier de bewijslast van de verwittiging.

De RVA verwittigen.

Vervolgens moet de werkgever ook de RVA verwittigen en hij dient ondermeer de naam van de betrokken werknemers op te geven, de plaats waar ze normaliter zouden werken, de weersomstandigheden, de aard van het werk dat ze zouden uitvoeren en de reden waarom in deze omstandigheden het onmogelijk is om te werken. Deze mededeling moet worden verstuurd ofwel de eerste dag van de effectieve schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, ofwel de volgende werkdag. Ofwel, indien de werkgever met zekerheid weet dat de arbeider werkloos zal zijn, de werkdag die voorafgaat aan de eerste effectieve werkloosheidsdag.

Als de RVA niet aanvaardt.

Wanneer er geen of onvoldoende kennisgeving is gebeurd aan de werknemer of wanneer het slecht weer niet aanvaard wordt door de RVA heeft de werknemer geen recht op werkloosheidsvergoedingen, maar wel op zijn normaal loon ten laste van de werkgever voor de eerste 7 dagen schorsing en op het begrensde loon voor de rest van de maand.

Als de RVA wel aanvaardt.

Als alles volgens het boekje loopt en de RVA ook effectief de slechte weersomstandigheden als overmacht aanvaardt, dan heeft de werknemer gedurende de eerste dagen recht op werkloosheidsvergoedingen die gelijk zijn aan zijn normale loon. Voor de periode nadien is er een absoluut maximum van 2.497,42 euro per maand ofte 96,0547 euro per dag.

Het bewijs van tijdelijke werkloosheid.

De werkgever dient aan de werknemers een C.3.2. af te leveren, oftewel een bewijs van tijdelijke werkloosheid. De werknemers zijn verplicht om dit gedurende de volledige periode van schorsing wegens slecht weer bij zich te houden. Wanneer de schorsing wegens slecht weer één maand overschrijdt, krijgt de werknemer het recht om zijn arbeidsovereenkomst met het bedrijf te beëindigen, zonder dat hij hiervoor ook maar enige opzeggingsvergoeding of opzeggingstermijn moet respecteren. Immers, gezien er loonverlies is, wil de wetgever de werknemer de mogelijkheid geven om alsnog een betere situatie te vinden.

Lees hier het originele artikel

2019-01-24T09:08:41+00:00 24 januari 2019|Categories: Arbeidsrecht - Ondernemingsrecht|Tags: , |