>, Privacy recht>Newsflash GDPR : Richtsnoeren voor de verwerking van persoonsgegevens aan de hand van videoapparatuur (Claeys & Engels)

Newsflash GDPR : Richtsnoeren voor de verwerking van persoonsgegevens aan de hand van videoapparatuur (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

Publicatiedatum: 23/08/2019

Het Europees Comité voor gegevensbescherming  (“European Data Protection Board” of “EDPB”), het adviesorgaan waarin alle nationale toezichthoudende autoriteiten vertegenwoordigd zijn, heeft op 10 juli 2019 voorlopige richtsnoeren opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens aan de hand van videoapparatuur.

Tot 9 september 2019 kunnen bij de richtsnoeren opmerkingen en suggesties worden gemaakt. Vervolgens zal een definitieve tekst worden aangenomen.

De richtsnoeren bevatten richtlijnen over hoe de Algemene Verordening Persoonsgegevens (“AVG” of “GDPR”) moet worden toegepast op de verwerking van persoonsgegevens met videocamera’s (zowel traditionele als smart camera’s). Volgende onderwerpen komen onder meer aan bod:

  • de toepasselijkheid van de AVG;
  • de mogelijke rechtsgronden;
  • de doorgifte van camerabeelden aan derden;
  • de verwerking van gevoelige persoonsgegevens;
  • de rechten van de betrokkenen;
  • de transparantie- en informatieplicht;
  • de bewaartermijnen;
  • de technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen;
  • de gegevensbeschermingseffectbeoordeling.

De richtsnoeren bevatten tal van nuttige aanbevelingen. Zo stelt de EDPB bijvoorbeeld dat:

  • de rechtsgrond “gerechtvaardigde belangen” enkel kan worden ingeroepen als:
    • er een actueel belang bestaat gelet op de concrete omstandigheden (bv. ernstige incidenten in het verleden, de aanwezigheid van waardevolle goederen enz.);
    • het cameratoezicht noodzakelijk is en er geen alternatieve minder ingrijpende maatregelen bestaan (bv. omheiningen, veiligheidspersoneel enz.);
    • de rechten en vrijheden van de betrokkenen niet zwaarder doorwegen. Bij werknemers zal deze belangenafweging met de nodige voorzichtigheid moeten gebeuren, gezien zij volgens de EDPB wellicht niet verwachten dat zij worden gefilmd op de arbeidsplaats.
  • er bijkomend een afzonderlijke rechtsgrond zal moeten worden ingeroepen als het cameratoezicht ook de verwerking inhoudt van gevoelige persoonsgegevens. De EDPB gaat nader in op biometrische authenticatiesystemen en stelt dat:
    • deze systemen wellicht toestemming vereisen;
    • dergelijke toestemming enkel vrij (en dus geldig) is als er ook een alternatief systeem wordt aangeboden.
  • met betrekking tot het recht om een kopie te verkrijgen:
    • de bescherming van de rechten van derden moet worden gegarandeerd door technische maatregelen (bv. bewerking van de beelden). Dit mag niet dienen als excuus om het verzoek af te wijzen;
    • de betrokkene in zijn verzoek moet aangeven binnen welk redelijk tijdsbestek hij of zij de gefilmde zone heeft betreden.
  • de informatie door de verwerkingsverantwoordelijke kan worden verstrekt in twee lagen (nl. via een pictogram en een meer uitgebreid document zoals een privacy kennisgeving die moet kunnen worden geraadpleegd vóór de gefilmde zone wordt betreden). Het is hierbij volgens de EDPB opmerkelijk genoeg niet voldoende om een dergelijke kennisgeving alleen digitaal ter beschikking te stellen. Zij moet ook niet-digitaal beschikbaar zijn op een centrale makkelijk bereikbare locatie.
  • cameratoezicht in de meeste gevallen een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (“data protection impact assessment” of “DPIA”) zal vereisen. Dit is een soort “risico-analyse” van de verwerking van persoonsgegevens.

In België moet naast de AVG en de richtsnoeren van de EDPB (die een belangrijke gezagswaarde hebben) uiteraard eveneens rekening worden gehouden met specifieke camerawetgeving zoals de cao nr. 68 en de camerawet van 21 maart 2007. Voor de recente wijzigingen aan deze wetgeving verwijzen wij naar onze eerdere newsflash van 16 augustus 2018 .

Niet-naleving van het wetgevend kader rond cameratoezicht, met inbegrip van de wetgeving inzake gegevensbescherming, kan aanleiding geven tot sancties en de rechtmatigheid van het verkregen bewijs in het gedrang brengen.

In een recente beslissing van 2 april 2019 heeft de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) overigens reeds een definitief verbod opgelegd op de verwerking van camerabeelden en een bevel om alle eerdere beelden te verwijderen. Het betrof een geval waarin de plaatsing van een camera in de gemeenschappelijke keuken van een pand met studentenkamers – niettegenstaande de correcte aangifte daarvan – door de GBA disproportioneel werd geacht.

Actiepunt

Ga na of uw systeem van cameratoezicht voldoet aan de wetgeving inzake gegevensbescherming, zoals toegelicht in de richtsnoeren van de EDPB, en de (recent aangepaste) camerawetgeving.

Lees hier het originele artikel

2019-08-26T19:29:52+00:00 27 augustus 2019|Categories: Arbeidsrecht - Privacy recht|Tags: , , , , |