>>>Met alle Chinezen, maar hopelijk niet met u… (Mploy)

Met alle Chinezen, maar hopelijk niet met u… (Mploy)

Auteur: Geert Michiels (Mploy)

Publicatiedatum: 14/12/2019

Vlaams minister Hilde Crevits schort de beloofde steun van drie miljoen euro voor Benepack Belgium op. Bij de blikjesfabriek werden vorige week dinsdag twintig Chinezen zonder arbeidskaart opgepakt. Twee van hen zitten nu in een gesloten centrum, de anderen moeten het land verlaten. Dat schreven Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad en De Standaard op 5 december.

Op 18 januari 2019 maakte het bedrijf bekend dat twee Chinese voedingsbedrijven 60 miljoen euro zullen investeren in een blikjesfabriek in Genk. Benepack Belgium zou op termijn 150 laag- en middengeschoolden tewerkstellen en goed zijn voor de productie van één miljard blikjes per jaar. Enkele maanden later beloofde de Vlaamse overheid drie miljoen euro steun voor het project.

Aan die hoerastemming kwam vorige week dinsdag abrupt een einde toen bij een actie van de arbeidsinspectie en de politie twintig Chinezen werden opgepakt. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) nam het initiatief voor die controle. Acht vrouwen en twaalf mannen beschikten enkel over een toeristenvisum en niet over een arbeidskaart.

In de media viel te lezen dat niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voor het bedrijf.

Welnu, die zijn (wellicht) niet mals.

De (spel)regels zijn immers duidelijk en de (mogelijke) sancties zijn dat evenzeer, zij het dat er een grote marge is tussen de minimum geldboete(s) en de maxima.

Regels

Verschillende categorieën van buitenlandse werknemers hebben geen speciale toelating nodig om in België te wonen en te werken. Dat geldt onder meer voor onderdanen van een van de EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Voor deze buitenlandse werknemers is in principe slechts een voorafgaande Limosa-aangifte vereist (met uitzonderingen, voor onder andere werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector van het internationaal vervoer van personen en goederen, werknemers die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen, werknemers die door een overheidsdienst worden tewerkgesteld, enz.). Bovendien moet de werkgever een A1-document, dat verklaart welk socialezekerheidsstelsel van toepassing is, kunnen voorleggen, opdat een geldige detachering kan plaatsvinden.

Een werkgever die buitenlandse werknemers, niet afkomstig uit een van de lidstaten van de EER of Zwitserland (zoals dus bv. China), gedurende maximaal 90 dagen in België wil tewerkstellen, heeft een arbeidsvergunning nodig (artikel 4 wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers). Daarnaast dient de buitenlandse werknemer, die gedurende die periode in België wil wonen en werken, over een arbeidskaart te beschikken (artikel 5 wet van 30 april 1999).

De werkgever doet zowel de aanvraag van de arbeidsvergunning voor zichzelf als de aanvraag van de arbeidskaart voor de buitenlandse werknemer. Zodra de arbeidsvergunning is toegekend aan de werkgever, wordt de arbeidskaart ook automatisch toegekend aan de werknemer. De aanvraag dient vanaf 1 januari 2019 te gebeuren bij het centraal kantoor van het Departement Werk en Sociale Economie, afdeling tewerkstelling en competenties te Brussel. De aanvraag gebeurt met een aanvraagformulier met toevoeging van enkele documenten, waaronder een identiteitsbewijs, bewijs van economische en/of sociale redenen m.b.t. de moeilijkheden op de arbeidsmarkt en een kopie van de arbeidsovereenkomst. De aanvraag en afgifte van arbeidsvergunningen en arbeidskaarten zijn overigens volledig gratis.

Indien de buitenlandse werknemer langer dan 90 dagen in België wil wonen en werken, heeft hij een gecombineerde vergunning (‘single permit’) nodig.

Een uitzondering op het vlak van de duur van de tewerkstelling in België is voorzien voor stagiairs, au-pairjongeren, grensarbeiders en tewerkstelling met een Europese Blauwe Kaart (verblijf en tewerkstelling in België van meer dan drie maanden). Voor deze personen kan een arbeidsvergunning en -kaart worden aangevraagd met een maximumduur van 12 maanden.

Sancties

Indien de werkgever deze regels i.v.m. de arbeidskaart en arbeidsvergunning niet of niet correct naleeft, kan hij worden gestraft met een sanctie van niveau 3 (artikel 175, § 2 Sociaal Strafwetboek). De sanctie van niveau 3 bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van 800 tot 8.000 €, hetzij een administratieve geldboete van 400 tot 4.000 € (artikel 101 Sociaal Strafwetboek). De geldboete dient nog te worden vermenigvuldigd met het aantal werknemers waarvoor de inbreuk werd vastgesteld.

M.a.w. het Limburgse bedrijf riskeert, indien het strafrechtelijk vervolgd wordt (en die kans is uiteraard bijzonder reëel), een totale geldboete tot 20 x 8.000 € = 160.000 €.

Denk dus twee keer na vooraleer u beroep doet op één of meerdere Chinese ‘vrijwilligers’ (*).

(*) De term ‘vrijwilliger’ werd ontleend aan het spreekwoordelijk gezegde, maar is – juridisch gezien – volstrekt fout gekozen. Voor de activiteiten van vrijwilligers is immers sowieso geen arbeidsvergunning nodig (deze moeten ook niet worden aangegeven aan de RSZ). Maar dat is weer een ander verhaal…

2019-12-14T13:40:39+00:00 14 december 2019|Categories: Sociaal recht|Tags: , , |