>>>Het mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen (Schoups)

Het mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen (Schoups)

Auteurs: Sara Cockx en Sara Mannaerts (Schoups)

Publicatiedatum: 06/06/2019

Op 1 maart 2019 trad de Wet betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget in werking. Met deze nieuwe wetgeving worden werknemers aangemoedigd om hun bedrijfswagen zo veel als mogelijk aan de kant te laten en gebruik te maken van alternatieve vervoersmiddelen.

De nieuwe regeling biedt een flexibel kader, waarin werknemers hun bedrijfswagen, en alle hieraan verbonden voordelen, kunnen inruilen voor een zogenaamd ‘mobiliteitsbudget’. Het bedrag van dit budget is gelijk aan de jaarlijkse bruto kost voor de ingeleverde bedrijfswagen, inclusief alle hieraan verbonden kosten zoals verzekerings- en tankkosten en de bijhorende fiscale & parafiscale lasten.

De werknemer kan dit bedrag dan vrij besteden aan de hand van de volgende drie pijlers:

Pijler 1: Een milieuvriendelijke wagen

De werknemer kan zijn budget aanwenden om te kiezen voor een bedrijfswagen met een lage CO2 uitstoot, een hybride of elektrische wagen. Duidelijke ecologische normen zijn van toepassing. Dezelfde sociale zekerheidsbijdragen en belastingen zijn verschuldigd als op een normale bedrijfswagen.

Pijler 2. De financiering van een duurzaam vervoersmiddel en huisvestingskosten

Als alternatief voor de bedrijfswagen (of aanvullend bij de milieuvriendelijke wagen uit pijler 1) kan de werknemer het mobiliteitsbudget gebruiken om een duurzaam vervoersmiddel te financieren (bijv. abonnement openbaar vervoer, (elektrische) fiets, bromfiets, step, …) Aangezien de wetgever ‘dicht bij het werk wonen’ als een duurzaam alternatief op zich beschouwt, kan de werknemer het budget zelfs aanwenden om huurkosten of interesten van een hypothecaire lening te financieren in het geval hij binnen een straal van 5 km van de normale plaats van tewerkstelling woont. De wetgever wil deze 2e pijler duidelijk aanmoedigen en stelt deze daarom vrij van alle fiscale en parafiscale lasten.

Pijler 3. Resterende saldo in geld

Indien er op het einde van het jaar nog een saldo van het mobiliteitsbudget overblijft, wordt de overige som in geld uitbetaald aan de werknemer. Deze 3e pijler is onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%, maar is verder vrijgesteld van belastingen.

Welke ondernemingen mogen deze nieuwe regeling invoeren? Elke werkgever die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers, kan hiertoe beslissen. Er geldt een mildere regeling voor startende ondernemingen.

Het initiatief ligt dus bij de werkgever, maar het is de werknemer die uiteindelijk beslist om al dan niet gebruik te maken van het mobiliteitsbudget. De werknemer moet wel voldoen aan de volgende twee voorwaarden:

  • Om voor het mobiliteitsbudget te kunnen kiezen moet de werknemer, van de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, minstens 12 maanden over een bedrijfswagen hebben beschikt of hiertoe in aanmerking zijn gekomen.
  • Ten tweede moet de werknemer op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken beschikt hebben over een bedrijfswagen of hiertoe in aanmerking zijn gekomen.  

De regeling van het mobiliteitsbudget belooft alvast een groter succes te worden dan de regeling van de mobiliteitsvergoeding of zogenaamde ‘cash for car’-regeling, dewelke reeds in mei 2018 in werking is getreden.  Met deze laatste regeling kunnen werknemers hun bedrijfswagen afstaan in ruil voor een licht belastbare vergoeding. Tot op heden is echter gebleken dat er weinig maatschappelijk draagvlak is voor de mobiliteitsvergoeding. Niet alleen is het een ‘alles of niets’-verhaal (in tegenstelling tot het mobiliteitsbudget dat een waaier aan mogelijkheden biedt), bovendien waren de toepassingscriteria tot nu toe streng. Aan dit laatste punt is de wetgever echter tegemoet gekomen in de Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de mobiliteitsvergoeding, die eveneens op 1 maart 2019 in werking is getreden.

Het staat vast dat er met de invoering van deze beide regelingen alvast een stap in de goede richting is gezet om de ellenlange files op onze Belgische snelwegen te verkleinen en milieuvriendelijke alternatieven voor de bedrijfswagen te bieden. Volgens de laatste berichten blijft de verwachte stormloop op de mobiliteitsbudgetten voorlopig echter uit, vermoedelijk omwille van het vrijblijvende karakter ervan, zowel aan werkgevers- als aan werknemerszijde, als omwille van onduidelijkheden omtrent de juiste administratieve toepassing ervan.

Lees hier het originele artikel

2019-06-10T10:46:13+00:00 11 juni 2019|Categories: Arbeidsrecht - Ondernemingsrecht|Tags: , , |