>>>Europese invloed op het arbeidsrecht : overdraagbaarheid van vakantiedagen (Peeters Euregio Law)

Europese invloed op het arbeidsrecht : overdraagbaarheid van vakantiedagen (Peeters Euregio Law)

Auteur: Evelyn Aerts (Peeters Euregio Law)

Publicatiedatum: 28/05/2018

In het huidige Belgische systeem heeft een werknemer recht op 20 betaalde vakantiedagen (in een vijfdaagse werkweek) indien hij in het voorgaande jaar een volledig jaar heeft gewerkt of heeft genoten van periodes van gelijkstelling van werk. U kan deze 20 betaalde vakantiedagen in het huidig Belgisch systeem echter niet meenemen naar een volgend jaar, u moet deze vakantiedagen verplicht opnemen in het jaar volgend op het gepresteerde jaar. Het Europees Hof van Justitie is het hier echter niet mee eens.

Wat bepaalt de huidige Belgische wetgeving omtrent de overdraagbaarheid van vakantiedagen?

Het huidig Koninklijk Besluit dat deze materie regelt, dateert van 30 maart 1967 en is nooit aangepast aan de rechtspraak van het Hof van Justitie. Conform dit K.B. is een overdracht van vakantiedagen slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk. Dit betekent dan ook dat in regel vakantiedagen – verdiend in het vakantiedienstjaar – moeten worden opgenomen in het vakantiejaar. Meer zelfs, de werkgever die heeft nagelaten de vakantie “toe te staan”, is strafbaar.

Aan bedienden moet de werkgever het (resterende) enkel en dubbel vakantiegeld uitbetalen indien het voor de bediende niet mogelijk was om (al) zijn vakantiedagen op te nemen. De arbeider ontvangt zijn enkel en dubbel vakantiegeld van de kas voor jaarlijkse vakantie.

Samengevat kan men besluiten dat volgens de huidige Belgische wetgeving de werknemer zijn vakantiedagen “verliest” indien de vakantiedagen niet worden opgenomen in het vakantiejaar (volgend op het vakantiedienstjaar). De werknemer ontvangt weliswaar een som geld, maar kan zijn vakantiedagen niet opsparen.

Wat zegt de Europese rechtspraak omtrent de overdraagbaarheid van vakantiedagen

In het verleden heeft Europa reeds aangegeven dat het recht van elke werknemer op jaarlijkse vakantie met behoud van loon, beschouwd dient te worden als een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de EU. Lidstaten mogen hiervan niet afwijken.

Zo oordeelde het Hof van Justitie middels arresten van 20.01.2009, 10.09.2009 en 22.11.2011 dat, wanneer een werknemer zijn vakantiedagen niet kan opnemen voor het einde van het vakantiejaar omwille van ziekte, hij deze later nog moet kunnen opnemen. Het Belgisch recht is hier duidelijk in strijd met het Europees recht maar België heeft haar regelgeving hieromtrent nooit aangepast.

In een recent arrest van 29.11.2017 heeft het Hof van Justitie voorgaande rechtspraak aangevuld door de verantwoordelijkheid voor het opnemen van de jaarlijkse vakantie in de schoenen van de werkgever te schuiven. Het is de werkgever die de werknemer de mogelijkheid moet bieden om dit recht uit te oefenen, ongeacht de nationale bepalingen. Het komt met andere woorden aan de werkgever toe om aan te tonen dat hij de werknemer de gelegenheid tot meeneembaarheid van vakantiedagen heeft geboden, ongeacht of de werknemer hier zelf naar heeft gevraagd.

Het Hof stelt via dit arrest de werknemer uitdrukkelijk in de mogelijkheid om zijn vakantiedagen op te sparen en mee te nemen naar een volgend jaar, zelfs tot het einde van de tewerkstelling, wanneer de werkgever geen duidelijkheid heeft gegeven over de loonbetaling tijdens de vakantie.

Wat moet ik als werkgever doen bij een conflict omtrent vakantiedagen?

Aangezien de aanpassing van het huidig K.B. niet van vandaag op morgen zal gebeuren, dienen werkgevers toch de Europese rechtspraak in het achterhoofd te houden. De bevoegde nationale autoriteiten en rechters moeten het Belgische recht immers zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de doelstellingen van het Europees recht en dienen zelfs de nationale voorschriften die onverenigbaar zijn met het Europees recht buiten toepassing te verklaren.

Dergelijk interpretatie van het Belgisch recht is echter niet onbeperkt. De rechter mag zijn nationale recht immers niet op die wijze ‘interpreteren’ dat deze interpretatie indruist tegen de bewoordingen en het doel van het geldende interne recht.

En net daar wringt hier het schoentje. De Belgische regeling zoals opgenomen in de artikelen 64 en 66 van het K.B. van 30 maart 1967 is duidelijk en kan niet conform het Europees recht worden geïnterpreteerd in de zin dat een werknemer zijn vakantiedagen kan opsparen.

Op 2 maart 2018 verscheen in de media de mededeling dat de sociale partners in de NAR, op vraag van minister van werk Kris Peeters, aan een oplossing werken opdat een werknemer die zijn vakantiedagen niet kan opnemen voor het einde van het vakantiejaar wegens ziekte, deze later nog toch nog kan opnemen. Het betreft een regeling die het Hof reeds in 2009 en 2011 heeft opgelegd in haar arresten.

Het is enkel te hopen dat de wetgever eveneens de laatste rechtspraak van het Hof mee verwerkt wanneer zij wijzigingen doorvoert aan het K.B. van 30 maart 1967.

Wenst u meer informatie? Aarzel dan niet om ons te contacteren.

Nuttige links

Lees hier het originele artikel

2018-06-05T07:45:48+00:00 5 juni 2018|Categories: Arbeidsrecht - Ondernemingsrecht|Tags: , |