>>>Een vrouwelijke medewerkster ontslaan onder mom van divers personeelsbestand is in strijd met de Genderwet (GD&A Advocaten)

Een vrouwelijke medewerkster ontslaan onder mom van divers personeelsbestand is in strijd met de Genderwet (GD&A Advocaten)

Auteur: Lisa Van Landschoot (GD&A Advocaten)

Publicatiedatum: 07/01/2019

Bespreking van het vonnis van de Arbeidsrechtbank Gent 11 oktober 2018, nr. 18/7255.

Naar aanleiding van haar ontslag vorderde een voormalige bediende een schadevergoeding van haar werkgever – een sportwinkel. De dame was tewerkgesteld bij de onderneming sinds 1 februari 2016. Nog geen maand later, op 24 februari 2016, werd verzoekster – na een opzegtermijn van 4 weken – op straat gezet. Haar C4 vermeldde het volgende: “evenwichtige verdeling dames-heren in de winkel”.

Bijgestaan door het Instituut voor Gelijkheid van vrouwen en mannen maakte de medewerkster de zaak aanhangig bij de arbeidsrechtbank te Gent, op grond van directe discriminatie.

In het vonnis van de Arbeidsrechtbank worden vooreerst  de theoretische principes van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, de zogenaamde “Genderwet” uiteengezet. De Genderwet is één van de drie antidiscriminatiewetten (naast de Antiracismewet en de Antidiscriminatiewet) die België op 10 mei 2007 uitvaardigde. Zowel directe, als indirecte discriminatie, het opdracht geven tot discrimineren, intimidatie en seksuele intimidatie worden middels de Genderwet expliciet verboden.

Ook arbeidsbetrekkingen – zowel publieke als private – vallen onder het toepassingsgebied van deze wet. Daarenboven wordt door de bevoegde hoven en rechtbanken gesteld dat het begrip “arbeidsbetrekkingen” an sich een bijzonder ruime interpretatie verdient. Zowel de aanwervingsprocedure als de beëindiging van de arbeidsbetrekking vallen aldus onder de toepassing van de Genderwet.

In diezelfde zin oordeelde thans ook de arbeidsrechtbank in het onderhavige vonnis.

De Arbeidsrechtbank oordeelde dat er sprake was van een direct onderscheid op grond van geslacht, dat op geen enkele wettelijke grond gerechtvaardigd kon worden. Verzoekster was namelijk op straat gezet teneinde een meer gelijke verdeling van vrouwen en mannen op de werkvloer te hebben. Ter staving van dit ontslag stelde de werkgever dat er – conform artikel 13 Genderwet – sprake was van een “wezenlijke en bepalende beroepsvereiste”. In casu meende de werkgever dat mannen en vrouwen nu eenmaal een onderscheiden affiniteit hebben met de diverse sportkledij die aangeboden wordt.

De rechtbank kon zich niet in dergelijke, onbewezen redenering vinden en veroordeelde de werkgever – na onderzoek van het nagestreefde doel – tot een schadevergoeding van bijna 9.000 euro. De archaïsche beweringen (bv. dames zijn beter in presentatie van etalages,…) van de werkgever duidden volgens de rechter niet alleen op een discriminatoir ontslag, maar ook en veeleer op een discriminatoir personeelsbeleid.

De eigenaar van de sportwinkel heeft laten weten in beroep te gaan.

Lees hier het originele artikel

2019-01-14T12:59:49+00:00 14 januari 2019|Categories: Arbeidsrecht - Ondernemingsrecht|Tags: , , |