>>, Sociaal recht>De werkgever is failliet. Welke rechten hebben werknemers? (Forum Advocaten)

De werkgever is failliet. Welke rechten hebben werknemers? (Forum Advocaten)

Auteurs: Maxime Jeanray en Jana Kern (Forum Advocaten)

Publicatiedatum: 28/04/2021

Als gevolg van de coronacrisis hebben verschillende ondernemingen het moeilijk. Zij kunnen rekenen op (financiële) steunmaatregelen van de overheid, maar voor sommige ondernemingen is dit jammer genoeg niet voldoende, waardoor zij het faillissement dienen aan te vragen. Uit de meest recente cijfers van STATBEL (18 maart 2021) blijkt dat in februari 2021 in totaal 499 ondernemingen failliet verklaard werden in België, waardoor ongeveer 1456 jobs verloren zijn gegaan. Het grootste deel van deze faillissementen vinden we terug in de transportsector.

Maar wat zijn nu de rechten van de werknemers die werken in ondernemingen die failliet verklaard werden? Moeten zij worden geïnformeerd? En wat gebeurt er met hun arbeidsovereenkomsten? Krijgen zij hun loon of enige andere vergoeding? U vindt alle informatie in dit blogbericht.

Moet de werknemer geïnformeerd worden in het kader van een faillissement van de werkgever?

Het Wetboek Economisch Recht bevat geen specifieke verplichting om de werknemers of hun vertegenwoordigers voorafgaand aan het faillissement te informeren of te raadplegen. Op basis van enkele andere sociaalrechtelijke teksten bestaat er evenwel een algemene informatieverplichting die toelaat dat de werknemers of hun vertegenwoordigers geïnformeerd worden. Dit vinden we onder meer terug in het KB van 27 november 1973, cao nr. 5 en cao nr. 9.

Ook de vennootschapsrechtelijke alarmbelprocedure uit artikel 5:153 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en cao nr. 27 betreffende de verplichting voor de werkgever vertragingen in de betalingen te melden bieden voldoende juridische grondslag op basis waarvan de werknemers of hun vertegenwoordigers ingelicht kunnen worden over een nakend faillissement.

Op het ogenblik van de ontvangst van het bewijs van de aangifte van het faillissement moet de werkgever de aangifte van het faillissement meedelen en bespreken met de werknemers en hun vertegenwoordigers. Deze verplichting wordt hem opgelegd door artikel XX.102 van het Wetboek Economisch Recht.

Na de aangifte van het faillissement zal de curator de meeste beslissingen nemen en de werknemers hieromtrent informeren. Een van de voornaamste beslissingen die de werkgever zal moeten nemen is of de arbeidsovereenkomsten zullen worden verdergezet of zullen worden stopgezet.

Wat gebeurt er met de arbeidsovereenkomst van de werknemer?

De arbeidsovereenkomst eindigt niet automatisch door het faillissement

Artikel 26, tweede lid van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat het faillissement of het kennelijk onvermogen van de werkgever op zichzelf geen gevallen van overmacht zijn die een einde maken aan de verplichtingen der partijen. Dit wil zeggen dat de arbeidsovereenkomst van de werknemer niet automatisch zal eindigen als gevolg van het faillissement van de werkgever. Het is de door de ondernemingsrechtbank aangestelde curator die moet beslissen of de arbeidsovereenkomst worden beëindigd of worden voortgezet.

De curator beslist: voorzetten of beëindigen van de arbeidsovereenkomsten

De curator beslist binnen een termijn van 15 dagen na het faillissement van de werkgever of de arbeidsovereenkomsten zullen worden voortgezet of worden beëindigd. Hij kan daarbij drie houdingen aannemen: (1) ofwel beëindigd hij de arbeidsovereenkomsten, (2) ofwel zet hij de arbeidsovereenkomsten voort, (3) ofwel neemt hij geen beslissing binnen de termijn van 15 dagen, waardoor de arbeidsovereenkomsten geacht worden beëindigd te zijn.

Indien de curator zou beslissen om de arbeidsovereenkomsten voort te zetten, dan dient hij zijn uitdrukkelijke wil hieromtrent te uiten om deze arbeidsovereenkomsten voort te zetten. In dat geval zullen de werknemers verder blijven werken, hetgeen de onderneming interessant maakt voor een eventuele overname. De werknemer beschikt in dat geval over een schuldvordering ten aanzien van de onderneming, nl. de loonvordering. Deze loonvordering wordt beschouwd als een schuld van de boedel, wat tot gevolg heeft dat deze bij voorrang en dus vóór alle andere schuldeisers betaald zal worden.

Indien de curator zou beslissen om de arbeidsovereenkomsten te beëindigen, dan zal de curator de toepasselijke en gebruikelijke ontslagregels moeten toepassen. De vorderingen die de werknemers op dat ogenblik nog zouden hebben ten aanzien van de failliete onderneming zijn dan schulden in de boedel, wat tot gevolg heeft dat de gelijkheid van schuldeisers gerespecteerd dient te worden en dat de werknemer als gewone schuldeiser mee wordt opgenomen in de rangregeling, tenzij er een wettige reden van voorrang zou bestaan.

Het opstellen van de sociale documenten

Wanneer de arbeidsovereenkomsten worden beëindigd, zal de werkgever de sociale documenten moeten opstellen en afgeven aan de werknemers. Het gaat om het C4-formulier, het vakantieattest, het tewerkstellingsattest, de individuele rekening en een F1-formulier. Met dit laatste formulier kan de werknemer zich wenden tot het Sluitingsfonds om hun tussenkomst te vragen.

In principe is het opstellen en de afgifte van de sociale documenten een verplichting van de werkgever en dus niet van de curator. Van de curator wordt evenwel verwacht dat hij of zij redelijke aanpassingen doet om deze sociale documenten op te stellen en af te geven van de betrokken werknemers.

Op welke vergoedingen hebben de werknemers recht naar aanleiding van het faillissement van de werkgever?

De aangifte van schuldvordering door de werknemer

De werknemers van de failliet verklaarde werkgever hebben de mogelijkheid om een aangifte van schuldvordering in te dienen. Deze schuldvordering wordt door de curator opgenomen in het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen. De curator heeft de verplichting om actief en prioritair mee te werken aan het vaststellen van het verschuldigde bedrag door de betrokken werknemer, bv. door een voorgedrukte aangifte van schuldvordering over te maken aan de werknemer.

De werknemer beschikt over een algemeen voorrecht

Indien de arbeidsovereenkomsten van de werknemers door de curator beëindigd zouden worden door de curator, dan is de schuldvordering van de werknemer een schuld in de boedel en worden alle schuldeisers op voet van gelijkheid gezet, tenzij er een wettige reden van voorrang zou bestaan. De werknemers van een failliete onderneming beschikken over dergelijke wettige reden van voorrang en hebben in dat geval een algemeen voorrecht op basis van artikel 19, 3°ter van de Hypotheekwet.

Dit algemeen voorrecht heeft alle loonelementen in de zin van de Loonbeschermingswet tot voorwerp. Dit wil zeggen dat de werknemers recht hebben op het loon als tegenprestatie van arbeid, maar ook op alle andere vergoedingen waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn of haar dienstbetrekking. Ook de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vallen onder dit loonbegrip, zoals onder meer de opzeggingsvergoeding, een uitwinningsvergoeding, een vergoeding wegens niet-concurrentie, enz. Sommige loonelementen zijn evenwel uitdrukkelijk uitgesloten uit dit loonbegrip, zoals onder meer het vakantiegeld van de werknemer.

De werknemer dient echter wel rekening te houden met het feit dat de verschillende loonelementen geplafonneerd zijn en dat in sommige gevallen niet de integrale schuldvordering kan worden aangezuiverd.

De werknemer kan een voorschot ontvangen

De curator heeft de mogelijkheid om een voorschot toe te kennen aan de ontslagen werknemer, vooraleer het faillissement wordt afgesloten en op voorwaarde dat de rechter-commissaris hiervoor toestemming geeft. Dit betreft een voorschot op de vergoedingen die aan de ontslagen werknemer toekomen. Dit maakt het voor de curator natuurlijk moeilijk, omdat hij op deze manier moet inschatten welke reserve er zou overschieten op het einde van de afwikkeling van het faillissement. Om die reden doen werknemers vaak beroep op de RVA en het Sluitingsfonds.

De rol van de RVA en het Sluitingsfonds

De RVA kan onder bepaalde voorwaarden voorlopige werkloosheidsuitkeringen toekennen aan de werknemer die als gevolg van het faillissement werd ontslagen en aan wie de verschuldigde vergoedingen niet werden uitbetaald. De betrokken werknemer dient daartoe een aanvraag te doen bij de RVA. De voorlopige werkloosheidsuitkeringen zullen – na goedkeuring – uitbetaald worden voor de periode die overeenstemt met de periode die gedekt wordt door de beëindigingsvergoedingen. Om aanspraak te maken op deze voorlopige werkloosheidsuitkeringen zal de betrokken werknemer zijn schuldvordering tegen zijn ex-werkgever wel moeten overdragen aan de RVA, aan wie vervolgens bevrijdend betaald zal kunnen worden door de curator.

Het Sluitingsfonds komt tussen wanneer er sprake is van een sluiting van de onderneming en de onderneming haar financiële verplichtingen niet nakomt tegenover de betrokken werknemers. Het faillissement van de werkgever heeft in veel gevallen ook de sluiting van de onderneming tot gevolg, waardoor het Sluitingsfonds vaak een centrale rol zal spelen.

Het sluitingsfonds kan een (weliswaar geplafonneerde) sluitingsvergoeding toekennen aan de betrokken werknemers indien er voldaan zou zijn aan een aantal voorwaarden. Deze sluitingsvergoeding wordt betaald bovenop de andere beëindigingsvergoedingen, zoals de opzeggingsvergoeding. Het Sluitingsfonds kan ook financieel tussenkomen in andere contractuele vergoedingen (zoals de lonen), overbruggingsvergoedingen of aanvullende vergoedingen bij brugpensioen in toepassing van cao nr. 17.

Lees hier het originele artikel

2021-05-04T12:43:58+00:00 4 mei 2021|Categories: Sociaal recht - Insolventierecht|Tags: , , |