>, Straf- en strafprocesrecht>Cassatie bevestigt – Stakingsrecht is niet absoluut (Claeys & Engels)

Cassatie bevestigt – Stakingsrecht is niet absoluut (Claeys & Engels)

Auteur: Claeys & Engels

Publicatiedatum: 26/02/2020

Door de veroordeling van een voorzitter van een vakbondscentrale te bevestigen, geeft het Hof van Cassatie aan dat het stakingsrecht niet absoluut is.

Op 24 juni 2016 brachten actievoerders in het Antwerpse havengebied vijf wegblokkades aan, door voertuigen dwars op de baan te plaatsen en autobanden te verbranden midden op de rijbaan. Vier van de vijf wegblokkades werden via de tussenkomst van de politie zonder al te grote problemen verwijderd. Bij één wegblokkade bleven de manifestanten evenwel geleid door de voorzitter van de vakbondscentrale, de weg blokkeren.

Op 26 juni 2019 veroordeelde het Antwerpse Hof van Beroep deze voorzitter wegens schending van artikel 406, eerste lid van het Strafwetboek. Dit artikel betreft het kwaadwillig belemmeren van het verkeer op de weg door enige handeling die het verkeer gevaarlijk kan maken of die ongevallen kan veroorzaken. De voorzitter meende dat deze veroordeling zijn stakingsrecht schond en trok naar het Hof van Cassatie.

Op 7 januari 2020 stelde het Hof van Cassatie dat de rechter in beroep correct oordeelde dat artikel 406, eerste lid van het Strafwetboek was overtreden en dat het stakingsrecht hierdoor niet in het gedrang was gebracht.

Artikel 406, eerste lid van het Strafwetboek

Zoals reeds hierboven vermeld, sanctioneert artikel 406, eerste lid van het Strafwetboek het kwaadwillig belemmeren van het verkeer op de weg door enige handeling die het verkeer gevaarlijk kan maken of die ongevallen kan veroorzaken.

De voorzitter van de vakbondscentrale argumenteerde dat er van kwaadwilligheid geen sprake was. Vooreerst stelde hij dat hij de weg wel had belemmerd maar dat hij niet wist of moest weten dat dit een potentiële gevaartoestand voor het verkeer inhield. Het Hof van Cassatie oordeelde dat dit laatste niet nodig is: het vereiste opzet bestaat in het opzettelijk belemmeren van het verkeer als dusdanig.

Daarnaast argumenteerde de voorzitter dat de appelrechters niet wettig konden oordelen dat hij kwaadwillig handelde, omdat de wegbelemmering functioneel was in het kader van de stakingsactie. Het Hof van Cassatie bevestigde evenwel dat het niet is omdat een wegbelemmering steunt op syndicale eisen, dat ze daardoor haar kwaadwillig karakter verliest.

Stakingsrecht

Het Hof van Cassatie verduidelijkte in het arrest verder dat uit de artikelen 10 en 11 van het EVRM volgt dat het recht te staken of te betogen geen absolute rechten zijn, maar dat de uitoefening van die rechten onderhevig kan zijn aan beperkingen. Deze beperkingen moeten beantwoorden aan doeleinden van algemeen belang en mogen geen onevenredige en onduldbare ingreep zijn waardoor de beschermde rechten in hun kern worden aangetast.

Volgens het Hof oordeelde het Antwerpse Hof van Beroep dan ook terecht dat de veiligheid en vrijheid van burgers niet zomaar opzij kan worden geschoven door andere beschermde rechten, zoals het stakingsrecht. Niets belette de voorzitter immers om zijn stakingsrecht op een normale wijze uit te oefenen.

Actiepunt

Belangrijk om te onthouden is dat het hoogste rechtscollege in België het stakingsrecht niet als een strafrechtelijke vrijgeleide beschouwt. Veiligheid en vrijheid van burgers kunnen niet zonder meer opzij worden geschoven door bepaalde fundamentele rechten, zoals het stakingsrecht.

Lees hier het originele artikel

2020-03-02T16:52:37+00:00 3 maart 2020|Categories: Sociaal recht - Straf- en strafprocesrecht|Tags: , , , |