>, Sociaal recht, Straf- en strafprocesrecht>Buitenlandse arbeidskrachten : het kostenplaatje van de inbreuken netjes opgesomd in de wet van 9 mei 2018 (LegalNews.be)

Buitenlandse arbeidskrachten : het kostenplaatje van de inbreuken netjes opgesomd in de wet van 9 mei 2018 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 26/06/2018

De ‘Wet tot invoeging van een artikel 175/1 in het Sociaal Strafwetboek (9 mei 2018, Staatsblad van 8 juni 2018) somt gedetailleerd op wat inbreuken voortaan kosten.

Daar in de wet heel dikwijls wordt gesproken van sancties van niveau 3 en 4, verwijzen wij eerst hier naar wat dat betekent.

Sanctie niveau 4 voor de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 (hier en infra wordt telkens bedoeld de ‘Wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden’ arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België

Sanctie niveau 4 voor de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land:

  • niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere geldige machtiging tot verblijf beschikt
  • niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten
  • geen aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen

(met verzwaring in het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is en het bewezen is dat de werkgever wist dat dit document een vervalsing was)

Sanctie niveau 3 voor de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018:

  • een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging niet de machtiging heeft om te werken
  • een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging enkel de machtiging heeft om te werken onder bepaalde voorwaarden of binnen bepaalde grenzen, als deze voorwaarden of grenzen niet worden nageleefd
  • een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf die hem machtigt om te werken werd ingetrokken

Sanctie niveau 4 voor, eenieder die, in strijd met de wet van 9 mei 2018:

  • een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldig document dat hem machtigt om te werken en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever een machtiging kan verkrijgen na diens aankomst in België om er te worden tewerkgesteld
  • een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van een vergoeding in welke voor ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België
  • van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België
  • als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van de voormelde wet van 9 mei 2018 of van de uitvoeringsbesluiten ervan, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten kunnen misleiden

Sanctie niveau 4 voor de aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt. In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.

In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij, voorafgaand aan de inbreuk bedoeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn (zie vermeld artikel).

Sanctie niveau 4 voor de hoofdaannemer en intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers, wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien zij, voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.

Sanctie niveau 4 voor:

  • de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer één van de in paragraaf 2 bedoelde inbreuken pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.
  • de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.

In afwijking van artikel 42, 1° van het Strafwetboek (zie vermeld artikel) kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, eveneens worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van deze inbreuk, zelfs wanneer deze goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.

Lees hier de Wet tot invoeging van een artikel 175/1 in het Sociaal Strafwetboek

 

2019-06-17T08:39:41+00:00 26 juni 2018|Categories: Ondernemingsrecht - Sociaal recht - Straf- en strafprocesrecht|