>, Sociaal recht>Aanvullende pensioenen en einde huwelijk/wettelijk samenwonen. Wetsvoorstel en de vele kritische bedenkingen van de NAR op 14 juli 2020 (LegalNews.be)

Aanvullende pensioenen en einde huwelijk/wettelijk samenwonen. Wetsvoorstel en de vele kritische bedenkingen van de NAR op 14 juli 2020 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 27/07/2020

Het wetsvoorstel van 23 januari 2020

Lees hier de samenvatting:

‘Momenteel bestaat er geen wettelijke regeling met betrekking tot de verdeling van de aanvullende pensioenrechten na echtscheiding of de beëindiging van de wettelijke samenwoning. Hierdoor wordt de verdeling overgelaten aan mogelijk verschillende interpretaties door vereffenaars, notarissen of advocaten en rechters. Dit wetsvoorstel verdeelt in geval van echtscheiding of verklaring van beëindiging van wettelijke samenwoning het tijdens het huwelijk en/of wettelijke samenwoning tussen de partners opgebouwde aanvullend pensioen automatisch in gelijke delen, ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel of samenlevingscontract.

Hierdoor komt het surplus aan aanvullend pensioen van de ene partner ook ten goede aan de andere, die door omstandigheden (met name door het gezin voorrang te geven op de beroepscarrière – vaak is dat de vrouw) niet of in mindere mate een aanvullend pensioen heeft kunnen opbouwen. Wel is er in een mogelijkheid tot opt-out voorzien om te vermijden dat onbillijke situaties ontstaan in geval één van de partners een hoog wettelijk pensioen heeft zonder aanvullende tweede pijler en de andere partner een laag wettelijk en aanvullend pensioen. De regeling heeft betrekking op alle aanvullende pensioenen van de tweede pijler. De financiële producten van het derdepijlerpensioen worden in het wetsvoorstel niet beoogd, daar het daarbij eerder gaat om een vorm van individueel sparen dan van pensioenopbouw.’

Lees hier het volledige wetsvoorstel

De opmerkingen van de NAR van 14 juli 2020

Over het toepassingsgebied:

  • Is het gepast om de verschillende huwelijkscontracten alsook de huwelijken en gevallen van wettelijke samenwoning op dezelfde manier te behandelen, aangezien wettelijke samenwoning slechts het voorwerp uitmaakt van een verklaring voor de ambtenaar van burgerlijke stand zonder daarom gepaard te gaan met een samenlevingscontract? Zijn beide gevallen in de praktijk echt vergelijkbaar?
  • Waarom zijn specifieke stelsels van aanvullend pensioen, zoals dat van bedrijfsleiders, of nog het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen niet opgenomen in het toepassingsgebied van het wetsvoorstel, terwijl het ook gaat om inkomsten die zijn opgebouwd tijdens het huwelijk of de wettelijke samenwoning?
  • Werd rekening gehouden met de verschillende inkomsten die eigen zijn aan de verscheidene wettelijke pensioenstelsels?

Over de concrete tenuitvoerlegging:

  • Werd rekening gehouden met het verschil tussen de pensioenplannen van het type vaste bijdragen, de pensioenplannen van het type cash balance en de pensioenplannen van het type vaste prestaties waarvoor verschillende regels moeten worden opgesteld voor de concrete verdeling van de pensioenrechten?
  • Waarom een split op het ogenblik van de (echt)scheiding en geen split later?
  • Hoe de verdeling regelen van de rechten op aanvullend pensioen bij meerdere echtscheidingen / gevallen van samenwoning?
  • Wat in geval van een koppel dat scheidt waarbij beide partners elk recht op een aanvullend pensioen hebben? Worden ieders rechten gesplitst of enkel de rechten van degene met het hoogste aanvullend pensioen?
  • Hoe het bedrag valoriseren dat het resultaat is van de verdeling op het ogenblik van de echtscheiding, die soms lang voor de pensionering kan voorvallen? Werd rekening gehouden met het criterium van de duur van het huwelijk / de wettelijke samenwoning bij het behalen van de regels om de pensioenrechten te verdelen, een criterium dat gebaseerd moet zijn op actuariële berekeningsregels?
  • Wat als de aangeslotene overlijdt tussen de echtscheiding en de pensioenleeftijd? Wat met rendementschommelingen na de echtscheiding? Hoe rekening houden met de rendementsgarantie in de verdeling van de rechten op aanvullend pensioen? Wanneer en hoe krijgt de ex-partner “zijn” aandeel van het recht op aanvullend pensioen van zijn ex-partner? Wat met de verdeling van de rechten op aanvullend pensioen zonder het principe te ondermijnen van de uitbetaling ervan naar aanleiding van en onmiddellijk bij het ingaan van het wettelijk pensioen?
  • Is het gepast bij wettelijke samenwoning te voorzien in een mogelijkheid tot “optout” (namelijk het feit dat er kan gekozen worden voor een andere regeling dan de regeling voor het delen van de rechten op aanvullend pensioen bij scheiding ten laatste op het ogenblik van de wettelijke samenwoning) wetende dat dit soort van samenwoning vaak slechts het voorwerp uitmaakt van een verklaring voor de ambtenaar van burgerlijke stand?
  • Zou het in het geval van wettelijke samenwoning niet gepaster geweest zijn te voorzien in een opt-in, dus een mogelijkheid om te voorzien in de verdeling van de rechten op aanvullend pensioen op het ogenblik van de verklaring van wettelijke samenwoning?
  • Welke impact zal het wetsvoorstel hebben op het beheer van het aanvullend pensioen door het pensioenfonds?
  • Wat met de fiscale regeling?
  • Hoe zullen de regels van de uittreding concreet toegepast worden in deze nieuwe regeling?
  • Hoe zullen de regels worden toegepast in geval van huwelijk / samenwoning met iemand die in een buurland werkt en dus grensarbeider is?
  • Moet er een grensbedrag worden voorzien waaronder geen splitting moet plaatsvinden?
  • Hoe moet de communicatie plaatsvinden naar de ex-partner die een deel van het aanvullend pensioen toegewezen krijgt?
  • Hoe zullen de regels toegepast worden op renteplannen / kapitaalplannen?

Over de inwerkingtreding van het wetsvoorstel:

  • Zou er niet in overgangsbepalingen moeten worden voorzien?
  • Houdt het wetsvoorstel geen terugwerkende kracht in voor zover het van toepassing zal zijn op (echt)scheidingen die hangend zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan zonder dat de betrokken partijen vooraf noodzakelijkerwijs voorzien hebben in een huwelijkscontract / samenlevingscontract?

Lees hier het volledig advies

2020-07-27T18:33:59+00:00 27 juli 2020|Categories: Personen- & Familierecht - Sociaal recht|Tags: , |