>>>Faillissement – verzoekschrift tot kwijtschelding en kennelijke grove fouten uit het privé-leven. Ondernemingsrechtbank Antwerpen 25 juni 2019 (LegalNews.be)

Faillissement – verzoekschrift tot kwijtschelding en kennelijke grove fouten uit het privé-leven. Ondernemingsrechtbank Antwerpen 25 juni 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 31/08/2019

De feiten

Mevrouw X verwijt de gefailleerde kennelijk grove fouten te hebben gemaakt die hebben bijgedragen tot het faillissement in de zin van art. XX.173 WER. Deze fout(en) zou(den) de kwijtschelding verhinderen. Mevrouw X omschrijft deze fout(en) samengevat als volgt:

  • bij schrijven van 20 september 2010 meldt de gefailleerde aan zijn opdrachtgever dat hij zijn professionele activiteiten per 1 januari 2011 al dan niet tijdelijk zou stopzetten om “persoonlijke redenen”
  • kort nadien, op 23 december 2010, sloot de gefailleerde een leningsovereenkomst t.b.v. 75.000,00 EUR in hoofdsom met mevrouw X, zijn toenmalige levenspartner. Deze schuld vormt het hoofdbestanddeel van de huidige vordering van mevrouw X. Ook voordien werden tussen hen beiden enkele andere leningsovereenkomsten afgesloten. Deze andere leningsovereenkomsten zouden evenwel inmiddels (grotendeels) terugbetaald zijn.
  • op 1 januari 2011 meldt de gefailleerde aan mevrouw X zijn hoop om mevrouw X “nog veel jaren” te mogen “beminnen”. Hun relatie zou voortduren tot medio 2012.
  • de gefailleerde houdt voor dat hij in de periode 2011-2013 nauwelijks of geen inkomsten had wegens medische redenen en hij genoot in die periode evenmin een vergoeding in het kader van arbeidsongeschiktheid.
  • op 17 maart 2011 ondertekent de gefailleerde een EOT-akte met zijn voormalige levenspartner (zijn tweede echtgenote), “rekening houdend met (de) vermogenstoestand op datum van 1 februari 2011”. Hij verbindt zich hierin tot betaling van onderhoudsgelden t.b.v. 4.500,00 EUR per maand, daar waar hij op dat ogenblik géén inkomsten had en dus zijn vermogenstoestand klaarblijkelijk foutief voorstelde.
  • op 26 oktober 2011 – gedurende de relatie met mevrouw X – vier maanden nadat de scheiding met de vorige levenspartner uitgesproken werd, trouwt de gefailleerde in Thailand met ene W, klaarblijkelijk zonder de relatie met mevrouw X (onmiddellijk) te beëindigen of haar in te lichten van dit huwelijk.
  • kort nadien, op 21 maart 2012, leent de gefailleerde (opnieuw) een bedrag van 5.000,00 EUR van mevrouw X, met wie hij klaarblijkelijk op dat ogenblik nog een relatie heeft en die klaarblijkelijk nog steeds niet op de hoogte is van het huwelijk met W. van 26 oktober 2011.
  • samengevat betitelt mevrouw x een en ander als “misbruik van vertrouwen”.
Oordeel van de Ondernemingsrechtbank

De aard van de procedure brengt met zich mee dat een eventuele kennelijk grove fout in de zin van art. XX.173 WER zich ook – minstens per hypothese – zou kunnen situeren in het privéleven van de gefailleerde en niet louter beperkt dient te zijn tot een eventuele fout in het kader van de uitoefening van de ondernemingsactiviteit. Anders gezegd: voor de toepassing van art. XX.173 WER is niet vereist dat de kennelijk grove fout zich situeert in de activiteit van of de uitoefening van de onderneming. Dit geldt in casu eens te meer nu het merendeel van de schulden in dit faillissement niet gelieerd is aan de ondernemingsactiviteit. De ondernemingsactiviteit van de gefailleerde was en is rendabel. De gefailleerde heeft die activiteit ook zonder meer verdergezet of minstens hernomen na faillissement. Het is onbetwist dat de privé-schulden in casu de enige reden zijn waarom een faillissementsprocedure aangevat werd.

De rechtbank kent de kwijtschelding niet toe.

Lees hier het vonnis

Studienamiddag ‘Ondernemingen in moeilijkheden: deficitaire vereffening en gerechtelijke reorganisatie’ 23 april 2020

Tijdens dit seminarie dat gegeven wordt door  mr. Rik Crivits,  mr. Astrid Lescouhier, mr. Lore Rammeloo en mr. Jens Vrebos (allen advocaat Crivits & Persyn) komt in de eerste plaats het onderwerp ‘Deficitaire vereffening’ aan bod. Het insolventierecht wijzigde ingrijpend, het vennootschapsrecht kreeg een heuse facelift en er is ook nog de wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht, zodat zich terecht de vraag stelt wat de implicaties zijn van deze wetswijzigingen inzake een deficitaire vereffening van een vennootschap?

Vervolgens wordt ook specifiek een casestudy besproken inzake ‘Gerechtelijke reorganisatie’, waar, aan de hand van een concreet dossier een vergelijking wordt gemaakt tussen de WCO en de insolventiewet.

Elke deelnemer ontvangt het nieuwe boek Ondernemingen in moeilijkheden (editors: Dominique Blommaert en Jelle Derammelaere), dat de praktizijn een overzicht geeft van de gelijkenissen en de verschillen, de voor- en nadelen van drie mogelijke opties: faling, een procedure in het kader van de Wet Continuïteit Ondernemingen of vrijwillig overgaan tot ontbinding en vereffening.

Meer info en inschrijven

2019-10-30T19:29:11+00:00 31 augustus 2019|Categories: Faillissement en WCO - Ondernemingsrecht|Tags: |