>>>Faillissement en aansprakelijkheid van het bestuur voor verschuldigde sociale bijdragen. Cassatie zet op 1 februari 2019 de puntjes op de i (LegalNews.be)

Faillissement en aansprakelijkheid van het bestuur voor verschuldigde sociale bijdragen. Cassatie zet op 1 februari 2019 de puntjes op de i (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 27/02/2019

De principes

Krachtens artikel 530, § 2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen kunnen de bestuurders, gewezen bestuurders en feitelijke bestuurders door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de curator persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlinteresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter uitvoeringsbesluit RSZ-wet, indien zij zich in de loop van de periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring in de situatie bevonden hebben zoals beschreven in artikel 38, § 3octies, 8°, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid.

Artikel 38, § 3octies, 8°, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid verwijst naar de situatie waarin deze bestuurders bij minstens twee faillissementen, vereffeningen of gelijkaardige operaties met schulden ten aanzien van een inningsorganisatie van de sociale-zekerheidsbijdragen betrokken waren.

Cassatie fluit hof van beroep te Antwerpen (7 december 2017) terug

Uit de wetsbepalingen volgt dat met de “op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen” worden bedoeld de bijdragen die verschuldigd zijn door de failliet verklaarde vennootschap en niet deze die verschuldigd zijn door de twee of meerdere vennootschappen die in de loop van de vijf voorafgaande jaren werden failliet verklaard.

Een bestuurder kan bijgevolg met toepassing van artikel 530, § 2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen enkel aansprakelijk worden gesteld voor de sociale-zekerheidsschulden van de laatst failliet verklaarde vennootschap en niet voor de schulden van de eerder failliet verklaarde vennootschappen ook al was hij bij die faillissementen betrokken.

Door te oordelen dat er geen reden bestaat om de vordering te herleiden tot 181.562,49 euro, zijnde de sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd in het faillissement van V. nv en de eiser dienvolgens te veroordelen tot de sociale-zekerheidsbijdragen verschuldigd in de drie faillissementen, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Lees hier het Cassatie-arrest van 1 februari 2019

2019-02-25T11:16:00+00:00 27 februari 2019|Categories: Faillissement en WCO - Ondernemingsrecht|Tags: , , , |