>>>Curator en tegenstelbaarheid van kwijting. Het Hof van Cassatie neemt op 18 juni 2021 duidelijk stelling inzake het faillissement van de Wetenschappelijke Boekhandel J. Story-Scientia (LegalNews)

Curator en tegenstelbaarheid van kwijting. Het Hof van Cassatie neemt op 18 juni 2021 duidelijk stelling inzake het faillissement van de Wetenschappelijke Boekhandel J. Story-Scientia (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 26/07/2021

De feiten

Op 29 december 2013 verkocht Story een groot deel van haar bedrijfsactiviteit aan de bvba Publishing House voor een prijs van €1.850.000. Daarbij diende €250.000 onmiddellijk betaald te worden, en de acht volgende jaren €200.000 per jaar meer interesten. De oprichters van Publishing House waren rechtstreeks of onrechtstreeks bestuurder van Story.

Op 30 mei 2014 heeft de algemene vergadering van Story kwijting verleend aan de bestuurders voor het boekjaar 2013. Op 14 oktober 2014 werd Story failliet verklaard.

Publishing House betaalde vóór het faillissement €250.000  ná het faillissement werd nog een schijf van €200.000 betaald aan de boedel. De curator heeft bij Publishing House aangedrongen op integrale en onmiddellijke betaling van de koopprijs. Op 27 februari 2015 werd een dading gesloten waarbij Publishing House een bedrag van €1.200.000 zou betalen aan de boedel tot slot van alle rekeningen. Deze dading werd evenwel nooit uitgevoerd. Op 29 juni 2015 werd Publishing House in vereffening gesteld en werd er een vereffenaar aangesteld.

De curator is van mening dat er de bestuurders van Story een inbreuk op de belangenconflictenregeling en op de alarmbelprocedure kan worden verweten, evenals kennelijk grove fouten die hebben bijgedragen tot het faillissement. Op 29 oktober 2015 heeft de curator gedagvaard in vaststelling van bestuurdersaansprakelijkheid en tot vergoeding van de schade ontstaan in hoofde van Story. Bij vonnis van 2 mei 2017 werd de vordering van de curator ontvankelijk doch ongegrond verklaard, net als bij arrest van het Hof van Beroep te Gent op 3 december 2018.

De visie van het Hof van Cassatie

Krachtens artikel 528, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen zijn de bestuurders, hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van de bepalingen van dit wetboek of van de statuten van de vennootschap.

Krachtens artikel 554, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen hoort de algemene vergadering het jaarverslag en het verslag van de commissarissen en behandelt zij de jaarrekening.

Krachtens artikel 554, tweede lid, Wetboek van Vennootschappen beslist de algemene vergadering, na de goedkeuring van de jaarrekening, bij afzonderlijke stemming over de aan de bestuurders en commissarissen te verlenen kwijting. De kwijting werkt enkel ten aanzien van de vennootschap. Zij doet geen afbreuk aan het recht van derden om een vordering in bestuursaansprakelijkheid in te stellen.

De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen. Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit.

Uit het voorenstaande volgt dat de kwijting niet aan de curator kan worden tegengeworpen wanneer hij ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers een vordering in bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 528 Wetboek van Vennootschappen instelt.

Door te oordelen dat “wanneer de curator derden of bestuurders aanspreekt, hij geen vordering namens de individuele schuldeisers [instelt], maar […] een vennootschapsvordering”, dat “de rechtsgeldig verleende kwijting van de algemene vergadering dan ook tegenstelbaar [is] aan de curator zowel wat betreft zijn vorderingen op grond van artikel 527 W.Venn., op grond van artikel 528 W.Venn., als op grond van artikel 1382 B.W.” en dat “zowel de aansprakelijkheid voor gewone bestuursfouten (artikel 527 W.Venn.), voor inbreuken op het wetboek van Vennootschappen of de statuten (artikel 528 W.Venn.) als voor eventuele miskenning van de algemene zorgvuldigheidsnorm (artikel 1382 B.W.) door de rechtsgeldig verleende kwijting [zijn] gedekt”, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Lees hier het arrest van het Hof van Cassatie van 18 juni 2021

2021-07-26T09:56:39+00:00 26 juli 2021|Categories: Insolventierecht|Tags: , , , |