Insolventie en beslag: de wet van 20 december 2020 gepubliceerd in het Staatsblad van 24 december 2020 (Crivits & Persyn / LegalNews)

[fusion_builder_container hundred_percent=”no” equal_height_columns=”no” menu_anchor=”” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” class=”” id=”” background_color=”” background_image=”” background_position=”center center” background_repeat=”no-repeat” fade=”no” background_parallax=”none” parallax_speed=”0.3″ video_mp4=”” video_webm=”” video_ogv=”” video_url=”” video_aspect_ratio=”16:9″ video_loop=”yes” video_mute=”yes” overlay_color=”” video_preview_image=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” padding_top=”” padding_bottom=”” padding_left=”” padding_right=””][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ layout=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” border_position=”all” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” center_content=”no” last=”no” min_height=”” hover_type=”none” link=””][fusion_text]

Auteurs: Crivits & Persyn / LegalNews

Publicatiedatum: 29/12/2020

Inleiding

In deze bijdrage werden uit het op 17 december 2020 goedgekeurd ‘Wetsontwerp van 26 november 2020 houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19’ de voorgestelde artikelen inzake insolventie en beslag geselecteerd en telkens aangevuld met de relevante motivatie uit de Memorie van Toelichting.

Crivits & Persyn en LegalLearning hebben dit jaar samen al een aantal webinars opgenomen, die een must zijn voor de practicus van het insolventierecht en erkend zijn door diverse beroepsorganisaties:

1. Webinar on demandDe gerechtelijke reorganisatie: een volledige praktijkgerichte analyse’. Deze opname, erkend door verschillende beroepsorganisaties voor 5 punten/uren, bestaat uit drie delen: 1. Ontstaan, de fase voor en de algemene principes van de gerechtelijke reorganisatie, 2. Gerechtelijke reorganisatie door minnelijk akkoord (‘piste I’) en door collectief akkoord (‘piste II’) en 3. Gerechtelijke reorganisatie door overdracht (‘piste III’).

2. Webinar on demandZakelijke rechten in vastgoedtransacties en (dreigende) insolventie’ (opname van anderhalf uur)

Initiatieven ten voordele van de ondernemingen

Tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen die onder de toepassing vallen van het ministerieel besluit van 1 november 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen.

Art. 71.

Alle ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van Boek XX van het Wetboek van economisch recht en het voorwerp uitmaken van sluitingsmaatregelen op grond van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 1 november 2020, en waarvan de continuïteit bedreigd is door de verspreiding van de COVID-19-epidemie of -pandemie en haar gevolgen, en die niet in staking van betaling waren op 18 maart 2020, genieten van een tijdelijke opschorting vanaf de dag van de inwerkingtreding van deze wet tot en met 31 januari 2021, zoals hierna bepaald :

  • behoudens op onroerende goederen, kan geen bewarend of uitvoerend beslag worden gelegd, en geen enkel middel van tenuitvoerlegging worden aangewend of voortgezet op de goederen van de onderneming, voor alle schulden van de onderneming, met inbegrip van de schulden opgenomen in een reorganisatieplan zoals bedoeld in artikel XX.82 van hetzelfde Wetboek gehomologeerd voor of na de inwerkingtreding van deze wet; deze bepaling is niet van toepassing op het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen;
  • de onderneming kan niet op dagvaarding failliet verklaard worden of, indien deze een rechtspersoon is, gerechtelijk worden ontbonden, tenzij op initiatief van het openbaar ministerie of van de in toepassing van artikel XX.32 van hetzelfde Wetboek door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank aangestelde voorlopige bewindvoerder of met de toestemming van de schuldenaar; evenmin kan op grond van artikel XX.84, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek de overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een deel van haar activiteiten worden bevolen;
  • de betalingstermijnen opgenomen in een reorganisatieplan zoals bedoeld in artikel XX.82 van hetzelfde Wetboek gehomologeerd voor of na de inwerkingtreding van deze wet, worden verlengd met een duur gelijk aan die van de opschorting bedoeld in deze wet, desgevallend met verlenging van de maximumtermijn van vijf jaar voor de uitvoering van het plan in afwijking van artikel XX.76 van hetzelfde Wetboek en van de maximumtermijn bedoeld in artikel XX.74 van hetzelfde Wetboek;
  • overeenkomsten gesloten voor de inwerkingtreding van deze wet kunnen niet eenzijdig of gerechtelijk worden ontbonden wegens een wanbetaling van een geldschuld opeisbaar onder de overeenkomst; deze bepaling is niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten.
    Elke belanghebbende partij kan bij dagvaarding de voorzitter van de bevoegde ondernemingsrechtbank verzoeken te beslissen dat een onderneming niet valt onder het toepassingsgebied van de in het eerste lid bedoelde opschorting of deze opschorting geheel of gedeeltelijk op te heffen bij een bijzonder met redenen omklede beslissing. De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding. De voorzitter doet uitspraak bij voorrang boven alle andere zaken. De voorzitter houdt daarbij onder meer rekening met de vraag of ten gevolge van de COVID-19-epidemie of -pandemie de omzet of activiteit van de schuldenaar sterk is gedaald, of er volledig of deels beroep is gedaan op economische werkloosheid en of de overheid bevel heeft gegeven tot sluiting van de onderneming van de schuldenaar, alsook met de belangen van de verzoeker.
    Deze bepaling doet geen afbreuk aan de verplichting opeisbare schulden te betalen, noch aan de gemeenrechtelijke contractuele sancties zoals onder meer de exceptie van niet-uitvoering, de schuldvergelijking en het retentierecht. Zij laat de toepassing van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten onverlet. Zij raakt evenmin aan de verplichtingen van de werkgevers.

Art. 72.

De verplichting bedoeld in artikel XX.102 van hetzelfde Wetboek voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen, wordt voor de ondernemingen die het voorwerp uitmaken van sluitingsmaatregelen op grond van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 1 november 2020, opgeschort gedurende de termijn van opschorting bedoeld in artikel 71 indien de faillissementsvoorwaarden het gevolg zijn van de COVID-19-epidemie of -pandemie en haar gevolgen. Hierbij wordt geen afbreuk gedaan aan de mogelijkheid voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen.

Art. 73.

De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek en XX.112 van het WER zijn niet toepasselijk op nieuwe kredieten tijdens de duur van de opschorting verstrekt aan de ondernemingen bedoeld in artikel 71 noch op de voor deze kredieten gestelde zekerheden of andere handelingen verricht ter uitvoering ervan.

De verstrekkers van de in het eerste lid bedoelde nieuwe kredieten kunnen niet aansprakelijk worden gesteld enkel en alleen omdat de nieuwe kredieten de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten van de schuldenaar niet daadwerkelijk mogelijk hebben gemaakt.

Initiatieven ten voordele van natuurlijke personen

1. Tijdelijke verhoging van de inbeslagnemingsdrempels bedoeld in artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 6.

De bedragen die worden vermeld in artikel 1409, § 1, eerste tot vierde lid, en § 1bis, eerste tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aangepast bij het koninklijk besluit van 9 december 2019 tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, worden tijdelijk verhoogd als volgt:

  1. het bedrag van 27 000 frank, aangepast tot 1 138 euro, wordt verhoogd tot 1 366 euro;
  2. het bedrag van 29 000 frank, aangepast tot 1 222 euro, wordt verhoogd tot 1 467 euro;
  3. het bedrag van 32 000 frank, aangepast tot 1 349 euro, wordt verhoogd tot 1 619 euro;
  4. het bedrag van 35 000 frank, aangepast tot 1 475 euro, wordt verhoogd tot 1 770 euro;
  5. het bedrag van 50 euro, aangepast tot 70 euro, wordt verhoogd tot 84 euro.

Art. 7.

Dit hoofdstuk is van toepassing tot 31 maart 2021.

2. Tijdelijke inperking van bepaalde beslagen tegen particulieren

Art. 74.

Alle natuurlijke personen die geen onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht, genieten van een tijdelijke opschorting zoals hierna bepaald :

  1. behoudens op onroerende goederen andere dan diegene waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft, kan tegen hen geen uitvoerend beslag worden gelegd;
  2. behoudens op onroerende goederen andere dan diegene waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft, worden de uitvoerende beslagen die ten opzichte van hen reeds werden gelegd voor de inwerkingtreding van deze wet, geschorst;
  3. tegen hen kan geen bewarend en uitvoerend beslag onder derden dat de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft worden gelegd;
  4. tegen hen kan geen overdracht van loon zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers worden uitgevoerd.

Het eerste lid is niet van toepassing :

  1. op de gevallen bedoeld in artikel 1412, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
  2. op alle andere gevallen, wanneer de schuldenaar instemt met het beslag of de voortzetting van de gedwongen tenuitvoerlegging;
  3. in het kader van de invordering van elke veroordeling in strafzaken tot een geldboete, tot een verbeurdverklaring van een geldsom die een schuldvordering tot stand brengt die invorderbaar is op het vermogen van een veroordeelde, tot de gerechtskosten of tot een bijdrage, evenals van elke andere verbintenis tot betaling van een som in strafzaken;
  4. in het kader van de invordering van alle sommen verschuldigd uit hoofde van belastingen, voorheffingen, taksen, rechten, verhogingen, administratieve en fiscale geldboeten, nalatigheidsinteresten en bijbehoren, ingevolge een fiscale of sociale fraude;
  5. op de kennisgevingen bedoeld in de artikelen 434 en 435 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 93quater en 93quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en 36 en 37 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen of gelijkaardige regionale regelgeving, in het kader van het opstellen van akten die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp hebben.

Art. 75.

Dit hoofdstuk is van toepassing tot 31 januari 2021.

Lees hier de wet van 20 december 2020