>, Verbintenissen- en zakenrecht>Zijn uw algemene en contractuele voorwaarden nog up-to-date? (K law)

Zijn uw algemene en contractuele voorwaarden nog up-to-date? (K law)

Auteurs: Christophe Piette en Nora Bejta (K law)

Publicatiedatum: 19/11/2020

Zowel ondernemingen als particulieren werden de voorbije maanden geconfronteerd met een onvoorziene situatie die de commerciële transacties en handelsbetrekkingen op bijzondere en zelfs ongeziene wijze heeft beïnvloed.

Eén van de frequente vragen die ondernemingen zich hebben gesteld is of in hun contract of algemene voorwaarden – of bij ontstentenis ervan in de wet – bepalingen voorzien zijn die een onderneming in (tijdelijke) moeilijkheden enig soelaas kunnen bieden?

Wat met uw contracten?

Uitgangspunt is dat een wederzijdse overeenkomst in eerste instantie partijen tot wet strekt (“pacta sunt servanda”). Indien men echter in een situatie terecht komt waarin de nakoming van de verbintenissen (tijdelijk) niet (meer) mogelijk is, kan de rechtsfiguur van de overmacht(ssituatie) desgevallend  worden ingeroepen. De complexiteit bij deze rechtsfiguur vormt evenwel de zware bewijslast die het met zich meebrengt.

Een (minder) bekend alternatief is de imprevisieleer, dat werd voorzien in artikel 5.77 van het wetsvoorstel van 16 juli 2019 tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek.

Stel dat u als onderneming een prijs bedongen hebt voor de levering van bepaalde producten of materialen, maar dat de grondstofprijzen na de contractsluiting enorm zijn gestegen n.a.v. onvoorzienbare externe omstandigheden. Er werd in de overeenkomst géén prijsaanpassingsclausule bedongen. Wat nu?

Indien de nakoming van de verbintenissen voor één van de contractspartijen:

  1. op ernstige wijze bemoeilijkt of verzwaard wordt door onvoorzienbare omstandigheden (die niet voorzienbaar waren op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst):
  2. die niet aan de fout van één van de partijen kan worden toegerekend en;
  3. waarbij bovendien het contractueel evenwicht ernstig wordt verstoord,

zouden heronderhandelingen omtrent de contractuele voorwaarden tussen partijen zich op basis van de imprevisieleer kunnen opdringen.

De nakende wetswijziging voorziet voorts dat in bepaalde gevallen de heronderhandelingen onder rechterlijk toezicht kunnen worden geplaatst wanneer partijen geen minnelijk akkoord bereiken. Zo kan een onwillige wederpartij alsnog bewogen worden om aan de heronderhandelingen actief deel te nemen en kan dat wat zich in de praktische realiteit opdringt, ook juridisch gehoor krijgen.

De poort naar de toepassing van het principe van de imprevisieleer werd bovendien reeds eerder door het Hof van Cassatie op een kier gezet, zodat dat principe in de Belgische rechtspraktijk (zij het op beperkte wijze) geen onbekende is (hoewel echter niet (algemeen) aanvaard: zie ook onze nieuwsbrief van 26 maart inzake de impact van COVID-19 op commerciële contracten [https://www.klaw.be/news/posts/2020/march/covid-19-impact-op-commerci%C3%ABle-contracten/).

Daarnaast is het belangrijk te noteren dat het nieuwe art. 5.77 BW van aanvullend recht zal zijn, wat maakt dat partijen de toepassing ervan niettemin uitdrukkelijk kunnen uitsluiten. In het andere geval – wanneer er in de overeenkomst niets werd opgenomen – kan dit door de rechtbank alsnog op de rechtsbetrekking van toepassing verklaard worden.

In het regeerakkoord van 30 september 2020 werd tot slot aangegeven dat “er voor een aantal andere materies (bv. verbintenissenrecht) reeds teksten [klaarliggen] die onmiddellijk door de regering besproken kunnen worden”.  Het één en ander is aldus nog onder voorbehoud.

De geschiedenis leert ons het belang voor ondernemingen om hun commerciële betrekkingen en continuïteit te waarborgen.

Uw algemene voorwaarden nog eens onder de loep genomen?

Dit brengt ons op een tweede belangrijk aspect, in het bijzonder de wijze waarop uw algemene voorwaarden zijn opgesteld alsook de inhoud ervan. Immers, deze zullen uw rechten in onvoorzienbare omstandigheden op belangrijke wijze kunnen beïnvloeden.

In de heersende rechtspraktijk is het voorts ook van belang om te verzekeren dat de medecontractant kennis heeft genomen (of minstens heeft kunnen nemen) van de inhoud van de algemene voorwaarden én bovendien dat deze aanvaard zijn. De toetsing door de rechtbanken aan deze dubbele voorwaarde is een feitelijke beoordeling.

Ook dit heeft de wetgever naar toekomstig recht voorzien, meer bepaald in art. 5.27, eerste lid wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek.

Voorts werd in het wetsvoorstel onder art. 5.27,3e lid geopteerd voor de toepassing van de zogenaamde “knock-out” regel, waarbij in geval de contractspartijen menen dat ieders algemene voorwaarden van toepassing zijn, deze algemene voorwaarden van (beide) partijen van toepassing zullen zijn met uitzondering van de tegenstrijdige of onverenigbare bepalingen.

Een verklaring in de eigen algemene voorwaarden dat stelt dat de algemene voorwaarden van de andere partij niet van toepassing zijn, zal niet meer voldoende zijn (zeer vaak bevatten de beide sets algemene voorwaarden trouwens deze bepaling). Er zal desgevallend, uitdrukkelijk en voorafgaandelijk afstand moeten gedaan worden van de toepassing van de algemene voorwaarden van de andere partij wil men deze niet van toepassing verklaren op de onderlinge rechtsverhouding (laatste lid van art. 5.27 BW van het wetsvoorstel).

Sedert de hervorming van het ondernemingsrecht kan de aanvaarding van een factuur (en de toepasselijke algemene factuurvoorwaarden) bovendien het bewijs leveren van het bestaan van alle handelsovereenkomsten (en niet enkel een koop-verkoop), zoals uitgezet in het reeds gewijzigde §4 van art. 1348bis van het Burgerlijk Wetboek.

Correcte (factuur)voorwaarden winnen aldus onmiskenbaar aan belang. Het kan tijd zijn om uw algemene voorwaarden nog eens (tijdig) onder de loep te nemen.

Lees hier het originele artikel

2020-11-25T13:34:42+00:00 26 november 2020|Categories: Handelsrecht - Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: , |