>, Straf- en strafprocesrecht>Wie het Corona-gebod op sluiting negeert, zet niet alleen de volksgezondheid op het spel, maar ook zijn omzet! (Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten)

Wie het Corona-gebod op sluiting negeert, zet niet alleen de volksgezondheid op het spel, maar ook zijn omzet! (Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten)

Auteur: Patrick Waeterinckx (Waeterinckx Vansteenkiste Advocaten)

Publicatiedatum: 26/03/2020

De ‘kost’ van een minnelijke schikking bij het uitbaten in strijd met de Coronavoorschriften hoeft zich niet te beperken tot het vastgelegde bedrag van 750 euro. 

Het Ministerieel Besluit (MB) van 24 maart 2020 tot wijziging van het MB van 23 maart 2020 dat de dringende maatregelen regelt om de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan, bepaalt welke handelszaken gesloten moeten blijven en welke open kunnen blijven. Wat betreft die laatste categorie, wordt ook bepaald onder welke modaliteiten de handelsverrichtingen kunnen worden verdergezet.

Hieronder wordt nog eens kort de regeling van artikel 1 van het MB weergegeven: 

Alle handelszaken en winkels zijn gesloten, met uitzondering van:

  • de voedingswinkels, met inbegrip van nachtwinkels;
  • de dierenvoedingswinkels;
  • de apotheken;
  • de krantenwinkels;
  • de tankstations en de leveranciers van brandstoffen; 

Bij de uitvoering van bovenstaande handelsverrichtingen die wel toegestaan zijn, moeten bovendien de nodige maatregelen worden getroffen om de regels van social distancing te respecteren en in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen personen.  

Met betrekking tot voedingswinkels (incl. nachtwinkels) in het algemeen voorziet het MB dat deze enkel tussen 7u en 22u mogen geopend zijn. Markten zijn verboden, met uitzondering van de voedselkramen op plaatsen waar geen voedingswinkels voorhanden zijn. 

Daarnaast wordt in paragraaf 2 van dit artikel, specifiek voor grootwarenhuizen voorzien in de volgende regels:

  • Er mag maximum 1 klant per 10 vierkante meter aanwezig zijn en dit gedurende een periode van maximum 30 minuten;
  • in de mate van het mogelijke wordt individueel gewinkeld. 

De inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, recreatieve, sportieve en horecasector worden gesloten, met uitzondering van hotels. Het terrasmeubilair van de horecasector moet naar binnen gebracht worden.

De levering van maaltijden en maaltijden om mee te nemen zijn toegestaan.

Als de politiediensten overtredingen vaststellen zullen zij systematisch daarvan proces-verbaal opstellen conform de richtlijnen uitgevaardigd door het College van Procureurs-Generaal.

Bij een eerste inbreuk zal aan de overtreder een minnelijke schikking worden voorgesteld van 750 Euro. De overtreder die echter meent dat dit de opportunity cost van de overtreding zal zijn, d.w.z. de kostprijs voor het niet volgen van het alternatief bestaande in het gesloten blijven, heeft het verkeerd voor. Immers, wie in strijd met het MB zijn handelszaak toch uitbaat begaat een misdrijf. Dit impliceert dat de inkomsten die de uitbating oplevert, illegale vermogensvoordelen (opbrengsten) zijn die voortvloeien uit dat misdrijf. Welnu, het afsluiten van een minnelijke schikking kan afhankelijk worden gemaakt van het afdragen van die vermogensvoordelen. Dit zal er bv. voor een herbergier op neerkomen dat hij zijn kasopbrengsten gegenereerd door het negeren van het sluitingsgebod zal moeten afgeven. Daarbij dient men voor ogen te houden dat afroming in beginsel bruto gebeurt, m.a.w. zonder aftrek van de gemaakte kosten om de activiteit te kunnen uitbaten. Aldus riskeert de opportunity cost van een eerste overtreding veel hoger te zijn dan 750 Euro.

Uiteraard zou de overweging van de opportunity cost zelfs geen rol mogen spelen aangezien de volksgezondheid op het spel staat telkens men het gebod tot sluiting negeert.

Lees hier het originele artikel