>, Handelsrecht>Wetsvoorstel tot reglementering van het beroep van sportmakelaar: federale wetgever onbevoegd zegt Raad van State (LegalNews.be)

Wetsvoorstel tot reglementering van het beroep van sportmakelaar: federale wetgever onbevoegd zegt Raad van State (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 09/02/2019

Inhoud van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel had de bedoeling om de uitoefening van de activiteit van sportmakelaar afhankelijk te stellen van het bezit van een vergunning.

Het bepaalde wat wordt verstaan onder een “sportmakelaar”, alsook de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de vergunning te verkrijgen. Voorts werd een van die voorwaarden, de “vereiste vakbekwaamheid”, nader geregeld, waarbij de Koning opgedragen zou worden om de tests te bepalen waarmee die bekwaamheid kan worden aangetoond. De vergunning zou worden uitgereikt door de minister bevoegd voor de Middenstand, na advies van het Nationaal Comité voor de Sport. Voorts werden de gevallen vermeld waarin de vergunning kon worden opgeschort of ingetrokken volgens door de Koning nader te bepalen regels.

Tevens wou het wetsvoorstel een artikel 9/1 invoegen in  de wet van het 24 februari 1978 “betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars”, waarbij overeenkomsten van betaalde sportbeoefenaars met personen die geen houder zouden zijn van een vergunning van sportmakelaar, met het oog op het sluiten van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 3 van die wet, van rechtswege nietig zouden worden verklaard.

Er werd voorzien in overgangsmaatregelen voor wie de activiteit van sportmakelaar in de zin van de voorgestelde regeling reeds uitoefende bij de inwerkingtreding van die regeling en de uitoefening van de activiteit van sportmakelaar zonder vergunning werd strafbaar.

Raad van State fluit regering terug

De Raad van State is duidelijk: ‘Op grond van artikel 6, § 1, IX, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 “tot hervorming der instellingen” zijn de gewesten, zonder enig bevoegdheidsvoorbehoud ten gunste van de federale overheid, op algemene wijze bevoegd voor het regelen van de arbeidsbemiddeling, en bijgevolg ook voor de arbeidsbemiddeling die betrekking heeft op de beroepssportbeoefening. De federale wetgever is bijgevolg onbevoegd om de in het voorstel van wet vervatte regeling aan te nemen.’

Lees hier het advies van de Raad van State van 15 januari 2019

2019-02-07T08:03:35+00:00 9 februari 2019|Categories: Arbeidsrecht - Handelsrecht|Tags: , |