>>>Consumentenbescherming. Impact recente arresten van het Hof van Justitie (LegalNews.be)

Consumentenbescherming. Impact recente arresten van het Hof van Justitie (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 29/01/2020

Wettelijke garantie. Beschikbaarstelling van het goed op verblijfplaats van de consument of op vestiging van verkoper? Voorschieten van de transportkosten. HvJ 23 mei 2019, zaak C-52/18, Christian Fülla

1) Artikel 3, lid 3, van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten bevoegd blijven om de plaats vast te stellen waar de consument gehouden is een op afstand gekocht goed ter beschikking van de verkoper te stellen om het overeenkomstig deze bepaling in overeenstemming te brengen. Die plaats moet geschikt zijn om het kosteloos in overeenstemming brengen te waarborgen binnen een redelijke termijn en zonder voor ernstige overlast voor de consument te zorgen, rekening houdend met de aard van het goed en het gebruik dat de consument ervan wenst. In dit verband moet de nationale rechter conform richtlijn 1999/44 uitleggen, en in voorkomend geval ook vaste rechtspraak wijzigen, indien deze berust op een met de doelstellingen van deze richtlijn onverenigbare uitlegging van het nationale recht.

2) Artikel 3, leden 2 tot en met 4, van richtlijn 1999/44 moet aldus worden uitgelegd dat het recht van de consument op het „kosteloos” in overeenstemming brengen van een op afstand gekocht goed niet ziet op de verplichting van de verkoper om, met het oog op het in overeenstemming brengen ervan, de kosten van het transport van dat goed naar de vestigingsplaats van die verkoper voor te schieten, tenzij het voorschieten van die kosten voor die consument een last betekent die hem ervan weerhoudt om zijn rechten geldend te maken, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)Artikel 3, lid 3, en artikel 3, lid 5, tweede streepje, van richtlijn 1999/44 moeten aldus worden uitgelegd dat, in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding, de consument die de verkoper in kennis heeft gesteld van de niet-conformiteit van het op afstand gekochte goed waarvan het transport naar de vestigingsplaats van de verkoper voor hem ernstige overlast dreigt te vormen en die dat goed ter beschikking van de verkoper heeft gesteld op zijn woonadres om het in overeenstemming te brengen, recht heeft op ontbinding van de overeenkomst wegens gebrek aan genoegdoening binnen een redelijke termijn, indien de verkoper geen enkele passende maatregel heeft genomen om dat goed in overeenstemming te brengen, met inbegrip van het in kennis stellen van de consument over de plaats waar dat goed te zijner beschikking moet worden gesteld om het in overeenstemming te brengen. Dienaangaande staat het aan de nationale rechter om door middel van een uitlegging in overeenstemming met richtlijn 1999/44, het recht van deze consument op de ontbinding van de overeenkomst te waarborgen.

Lees hier het arrest

Goederen die om hygiënische redenen niet kunnen worden teruggezonden. HvJ 27 maart 2019, zaak C-681/17, Slewo

Artikel 16, onder e), van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad moet aldus worden uitgelegd dat een goed als een matras, waarvan de bescherming door de consument is verwijderd na de levering ervan, niet valt onder het begrip „verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken” in de zin van die bepaling.

Lees hier het arrest

Positie werknemer die kredietovereenkomst sluit met werkgever. Onderneming moet geen specialist zijn! HvJ 21 maart 2019, zaak C-590/17, Henri Pouvin

Artikel 2, onder b), van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat de werknemer van een onderneming en zijn echtgenoot of echtgenote die met die onderneming een primair aan het personeel van die onderneming voorbehouden kredietovereenkomst sluiten ter financiering van de aankoop van een onroerend goed voor privédoeleinden, moeten worden aangemerkt als “consument” in de zin van die bepaling. Artikel 2, onder c), van richtlijn 93/13 moet aldus worden uitgelegd dat deze onderneming als een „verkoper” in de zin van die bepaling moet worden beschouwd wanneer zij een dergelijke kredietovereenkomst in het kader van haar beroepsactiviteit sluit, zelfs indien het verlenen van kredieten niet haar hoofdactiviteit vormt.

Lees hier het arrest

Overeenkomst op afstand en herroepingsrecht. HvJ 23 januari 2019, zaak C-430/17, Walbusch Walter

Bij de beoordeling of het communicatiemiddel in een concreet geval beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, overeenkomstig artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, dient rekening te worden gehouden met alle technische kenmerken van de commerciële communicatie van de handelaar. Daarbij dient de nationale rechter na te gaan of, gelet op de door de communicatie ingenomen ruimte en tijd en gelet op de minimumomvang van het lettertype dat geschikt is voor de gemiddelde consument voor wie deze communicatie is bestemd, alle in artikel 6, lid 1, van deze richtlijn bedoelde informatie objectief kan worden getoond in deze communicatie.

Artikel 6, lid 1, onder h), en artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83 dienen aldus te worden uitgelegd dat ingeval de overeenkomst wordt gesloten met behulp van een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie en wanneer een herroepingsrecht bestaat, de handelaar verplicht is om de consument, met behulp van het betrokken communicatiemiddel en vóór het sluiten van de overeenkomst, de informatie betreffende de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor uitoefening van dat recht te verstrekken. In dat geval moet deze handelaar het modelformulier voor herroeping van bijlage I, deel B, bij deze richtlijn aan de consument meedelen via een andere bron, in een duidelijke en begrijpelijke taal.

Lees hier het arrest

2020-03-05T10:11:32+00:00 30 januari 2020|Categories: Handelsrecht|Tags: |