>, Financieel recht>Taks op beursverrichtingen − Versoepeling verplichtingen tussenpersonen inzake nummering borderellen en dagelijks bijhouden van listings (Tiberghien)

Taks op beursverrichtingen − Versoepeling verplichtingen tussenpersonen inzake nummering borderellen en dagelijks bijhouden van listings (Tiberghien)

Auteurs: Dirk Coveliers en Yannick Cools (Tiberghien)

Publicatiedatum: 09/07/2020

Volgens de huidige regelgeving (artikel 127 W.DRT.) zijn financiële tussenpersonen gehouden om verrichtingen op effecten die onderworpen zijn aan beurstaks te bevestigen met een borderel.

Aanvankelijk werd de beurstaks, die al 1913 werd ingevoerd in de Belgische wetgeving, betaald door middel van een zegel die op het borderel van het beursorder gekleefd werd. De andere helft van de zegel werd gekleefd op het dubbel van het borderel.

De borderellen die in het kader van de beurstaks werden afgeleverd werden genummerd en dit volgens een ononderbroken reeks. Hetzelfde nummer kwam ook voor op het dubbel van het borderel.

In de jaren 80 werd dan toegelaten dat de beurstaks in geld betaald kon worden in plaats van via een zegel. Vanaf dan was het ook mogelijk dat het dubbel van het borderel niet meer moest bijgehouden worden, maar dat alle verrichtingen die aanleiding konden geven tot de beurstaks opgenomen mochten worden in een listing met vermelding van het nummer van het borderel. Deze versoepeling werd eerst via een administratieve circulaire ingevoerd en vervolgens in 2001 ook opgenomen in de Belgische wetgeving.

Sindsdien moeten van veel meer verrichtingen borderellen worden opgemaakt en zijn er ook nieuwere financiële verplichtingen (waaronder MiFID 2) volgens dewelke men moet kunnen controleren dat de orders die bij een tussenpersoon binnenkomen in dezelfde chronologische volgorde worden uitgevoerd. Om dit laatste te kunnen controleren, wordt er in de financiële industrie met een uniek nummer gewerkt. Elk order dat binnenkomt krijgt een nummer in een oplopende reeks zodat nadien ook gecontroleerd kan worden dat dat order eerst werd uitgevoerd.

Dit uniek nummer wordt ook op het borderel gezet.

Door deze evolutie van de administratieve verplichtingen en gebruiken, wordt men geconfronteerd met twee doorlopende nummerreeksen. Vermits het gebruik van het uniek nummer ruimer is dan dat van de beurstaks, stelde zich de vraag of het uniek nummer alleen gebruikt kon worden. Gevolg daarvan is dat de nummerreeks voor beurstaks niet meer ‘ononderbroken’ was.

Bovendien houden vele financiële tussenpersonen geen listings meer bij van dag tot dag, en creëren zij die met een speciale zoekopdracht (query) als de concrete vraag hiertoe zich effectief stelt.

Tot recent, had de centrale administratie zich niet uitgesproken over deze complicatie van de nummering en nieuwe mogelijkheden om ‘upon request’ een listing te creëren.

Daarover ondervraagd, heeft zij in een (niet-gepubliceerde) individuele beslissing bevestigd dat zij onder bepaalde voorwaarden en rekening houdend met de nieuwe verplichtingen van financieel recht, deze pragmatische toepassing van de artikelen 127 en 128 W.DRT. kan toestaan bij de financiële tussenpersonen die de beurstaks verschuldigd zijn.

Lees hier het originele artikel

2020-07-13T06:42:00+00:00 16 juli 2020|Categories: Directe belastingen - Financieel recht|Tags: , |