>>>Shortselling – een tijdelijk verbod (Caluwaerts Uytterhoeven)

Shortselling – een tijdelijk verbod (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteurs: Dirk Berckmans en Frederik Van Overtveldt (Caluwaerts Uytterhoeven)

Publicatiedatum: 09/04/2020

Beleggers stellen zich recent vragen op het verbod van shortselling van Belgische aandelen en dan meer bepaald over het ‘schrijven van opties’. Het betreft hier een maatregel die genomen werd door de FSMA en voorlopig geldt tot 19 april 2020.

De FSMA heeft zich in casu gebaseerd op een (Europese) verordening in plaats van een richtlijn. Een verordening heeft directe werking in een lidstaat, wat betekent dat ze niet eerst moet worden omgezet in nationale wetgeving om toepasbaar te zijn. De FSMA kan zich dus rechtstreeks op Verordening (EU) no. 236/2012 (hierna de “Verordening”) baseren zonder dat zij daarbij afhankelijk is van een nationale wet die haar in Belgische wetgeving omzet.

Beleggers stellen zich een aantal vragen. Hierna een greep uit deze vragen en de antwoorden daarop.

Een eerste vraag luidt of dit verbod op shortselling zowel van toepassing is op particulieren als op professionelen. Hier dient affirmatief op geantwoord te worden. De FSMA baseert zich immers op artikel 20 van de Verordening, waarvan lid 2 als volgt luidt:

“Een bevoegde autoriteit kan een verbod instellen op of voorwaarden verbinden aan het aangaan van de volgende transacties door natuurlijke of rechtspersonen:

a) een shorttransactie, of

b) een andere transactie dan een shorttransactie die een financieel instrument tot stand brengt of daarmee verband houdt en waarvan het gevolg of een van de gevolgen is dat de natuurlijke of rechtspersoon een financieel voordeel geniet wanneer de koers of de waarde van een ander financieel instrument daalt.” (eigen benadrukking) 

Dit verbod is aldus van toepassing op zowel natuurlijke als rechtspersonen.

Een tweede vraag heeft betrekking op het feit of de FSMA de Verordening eng of wijd geïnterpreteerd heeft. Hier dient verduidelijkt te worden dat de beslissing van de FSMA louter is gebaseerd op een bevoegdheid die gecreëerd werd in de Verordening. Als dusdanig heeft het dus niets te maken met een interpretatie van de Verordening, doch eerder met de toepassing ervan.

Daarbij dient vastgesteld te worden dat de FSMA gebruik heeft gemaakt van lid 3 van artikel 20 van de Verordening om het vastgestelde verbod een duidelijk kader te geven. Lid 3 van artikel van de Verordening luidt daarbij als volgt:

“Een krachtens lid 2 genomen maatregel kan van toepassing zijn op transacties betreffende alle financiële instrumenten, financiële instrumenten van een specifieke categorie of een specifiek financieel instrument. De maatregel mag van toepassing zijn in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit zijn gespecificeerd. Uitzonderingen kunnen in het bijzonder worden gespecificeerd voor activiteiten van marketmakers en voor activiteiten op de primaire markt.”

Een derde vraag luidt of het schrijven van calls ook onder het shortsellingsverbod valt: het antwoord is genuanceerd.

De FSMA heeft immers gebruik gemaakt van punt b) van lid 2 van artikel van de Verordening (zie hierboven bij de bespreking van de eerste vraag) en heeft tevens een verbod ingesteld voor: “(…) any transaction which creates, or relates to, a financial instrument and where the effect or one of the effects of that transaction is to confer a financial advantage on the natural or legal person in the event of a decrease in the price or value of another financial instrument (…)”

In de mate het schrijven van de betreffende calls een dergelijk effect kunnen hebben, vallen zij wel degelijk onder dit verbod.

Lees hier het originele artikel

2020-04-18T10:27:37+00:00 18 april 2020|Categories: Financieel recht|Tags: , |