>, Financieel recht>Overleven na Corona: kan de winwinlening mij redden? (Sherpa Law)

Overleven na Corona: kan de winwinlening mij redden? (Sherpa Law)

Auteurs: Alain Claes, Kim Roelants en Evelyne Verstraeten (Sherpa Law)

Publicatiedatum: 07/06/2020

Veel zelfstandige ondernemers hebben in deze moeilijke tijd nood aan extra financiële zuurstof. Familie, vrienden, kennissen of particuliere investeerders kunnen hierbij een belangrijke rol spelen via het geven van een zogenaamde Winwinlening. Als ondernemer krijg je de kans om op een eenvoudige en goedkope manier bijkomend kapitaal te vinden én voor de kredietverstrekkers hangt er een mooi belastingvoordeel aan vast.

De Winwinlening houdt in dat een particulier een lening verstrekt aan een in Vlaanderen gevestigde kmo (zowel eenmanszaken als vennootschappen) die deze middelen integraal aanwendt voor zijn professionele activiteit. Van zodra je een ondernemingsnummer hebt of aangesloten bent bij een sociale kas voor zelfstandigen kan je ook voor een activiteit in bijberoep van een Winwinlening genieten. Zelfs een vzw kan gebruik maken van een Winwinlening op voorwaarde dat deze een economische activiteit uitoefent.

VOORWAARDEN KLASSIEKE WINWINLENING

In deze context verstaat men onder een kmo: een onderneming met minder dan 250 werknemers waarvan de jaaromzet maximaal 50.000.000 EUR bedraagt of het balanstotaal niet hoger is dan 43.000.000 EUR. In bepaalde gevallen moet voor de berekening van deze criteria ook de gegevens van andere ondernemingen meegeteld worden (“consolidatie”).

De geldschieter of kredietgever moet een natuurlijke persoon zijn die woont in het Vlaams Gewest. Bovendien is vereist dat die persoon:

  • de lening afsluit buiten het kader van zijn of haar handels- en beroepsactiviteit;

  • geen werknemer is van de kredietnemer;

  • geen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van de kredietnemer;

  • geen (echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de) bedrijfsleider of aandeelhouder is indien de kredietnemer een vennootschap is;

  • op zijn of haar beurt geen kredietnemer is van een Win-winlening.

Het gaat om een lening met een vaste looptijd van 8 jaar die per individuele kredietgever maximaal 50.000 EUR kan bedragen. Het totale bedrag dat je als onderneming via Winwinleningen kan ontlenen, is maximaal 200.000 EUR.

De aflossingen kunnen gebeuren op maandelijkse, driemaandelijkse, zesmaandelijkse of jaarlijkse basis of éénmalig na 8 jaar. In de kredietakte kan men de mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling voorzien.

De Winwinlening is een lening met een vaste rente. De intrestvoet is wettelijk geregeld en mag voor Winwinleningen die worden afgesloten in 2020 niet hoger zijn dan 1,75% en niet lager dan 0,875%.

Opgelet, het gaat om een achtergestelde lening ten aanzien van zowel de bestaande als de toekomstige schulden van de kredietnemer. In het geval van een faillissement staat de kredietgever dus als laatste in de rij schuldeisers. Dit nadeel van de Winwinlening wordt enigszins gemilderd: indien de kmo de lening uiteindelijk niet kan terugbetalen, kan de kredietverstrekker toch nog 30% van het niet-terugbetaalde bedrag recupereren via een eenmalig belastingkrediet. De kredietverstrekker loopt dus een risico van 70%.

De kredietverstrekker kan op deze manier de zelfstandige zaak van een vriend, familielid of kennis een (broodnodig) duwtje in de rug geven en krijgt hiervoor een jaarlijks belastingkrediet van 2,5% op het gemiddelde van de openstaande saldi van de lening op 1 januari en 31 december van ieder jaar. Het fiscaal voordeel van een Winwinlening staat volledig los van alle andere fiscale voordelen. Het belastingkrediet wordt in mindering gebracht van de te betalen belastingen of opgeteld bij de terug te betalen belastingen.

EXTRA MOGELIJKHEDEN TIJDENS CORONACRISIS

Om de ondernemingen extra te ondersteunen tijdens de Coronacrisis, heeft de Vlaamse regering beslist om de bestaande regeling (tijdelijk) uit te breiden:

  • Meer flexibiliteit in de looptijd: in plaats van een looptijd van 8 jaar, wordt het mogelijk te variëren van looptijd tussen 5 en 10 jaar;

  • De maximumbedragen worden verhoogd: het maximum van 50.000 EUR per kredietgever wordt opgetrokken tot 75.000 EUR, het maximum van 200.000 EUR per onderneming wordt opgetrokken tot 300.000 EUR;

  • Leningen die zouden aflopen in 2020 kunnen vrijwillig met 2 jaar verlengd worden. Zo kunnen ondernemingen de terugbetaling langer spreiden of uitstellen. Het fiscale voordeel van 2,5% wordt uitgebreid tot de totale looptijd van maximum 10 jaar;

  • Ook voor kleine aandeelhouders (met maximum 5% van de aandelen) wordt het toegelaten om een Win-winlening te verstrekken;

  • Als de kredietnemer niet in staat is om het krediet terug te betalen, bv. in geval van faillissement, kan men nu tijdelijk rekenen op 40% overheidswaarborg i.p.v. 30%. Dat geldt voor alle overeenkomsten die worden afgesloten tot en met 31 december 2021 voor de gehele looptijd. Daarna valt de waarborg terug tot 30%.

De rentevoet is niet gewijzigd en bedraagt nog steeds maximum de wettelijke rentevoet (1,75% voor 2020) en minimum de helft van die rentevoet.

Hoe lang er precies gebruik gemaakt zal kunnen worden van deze uitgebreide mogelijkheden is momenteel nog niet helemaal zeker, mede door de onzekerheid in het verdere verloop van de coronacrisis, maar wij volgen de ontwikkelingen uiteraard op de voet.

CIJFERVOORBEELD

Dat dit belastingkrediet, samen met de interesten, voor een meer dan behoorlijk rendement zorgt, blijkt uit het volgende voorbeeld.

Een onderneming baat een restaurant uit en heeft noodgedwongen de deuren moeten sluiten, maar niet de keuken. De bedrijfsleider heeft ingespeeld op de gewijzigde omstandigheden en levert thans maaltijden aan huis. Niettemin wordt de onderneming geconfronteerd met een liquiditeitsprobleem. Een vriend van de bedrijfsleider leent de onderneming via een Win-winlening 50.000 EUR. In de onderhandse leningsakte werd bepaald dat de lening een looptijd heeft van 8 jaar, dat de jaarlijkse intrestvoet 1,75% bedraagt en dat de hoofdsom na 8 jaar in één keer moet worden terugbetaald.

De onderneming moet jaarlijks 875 EUR aan interest betalen en moet hiervan 262,50 EUR (30%) roerende voorheffing afhouden en doorstorten aan de Staat. De kredietgever zal dus netto 612,50 EUR aan interesten ontvangen. Daarnaast krijgt hij een belastingkrediet van 2,5% op 50.000 EUR, waardoor hij jaarlijks 1.250 EUR minder personenbelasting zal moeten betalen. Jaarlijks ontvangt de kredietgever dus 1.862,50 EUR, wat neerkomt op een nettorendement van 3,73%. Na 8 jaar betaalt de onderneming het volledige kapitaal terug en eindigt de Win-winlening.

Stel nu dat de lening niet zou worden terugbetaald door faillissement, dat verliest de kredietgever ogenschijnlijk 50.000 EUR. Hij ontving evenwel (1.862,50 x 8 =) 14.900 EUR en krijgt een eenmalig belastingkrediet van (50.000 x 40% = ) 20.000 EUR, zodat het verlies beperkt wordt tot 15.100 EUR (maar heeft hij uiteraard ook geen rendement).

Deze kredietvorm is volgens ons te weinig bekend, terwijl een bedrag van 200.000 EUR een groot verschil kan maken. Persoonlijk zouden we niet aanraden om geld te verstrekken aan kmo’s met erg risicovolle activiteiten maar wel aan een gezonde onderneming waarin je het volste vertrouwen hebt en die – tijdelijk – met een liquiditeitsprobleem kampt omwille van externe factoren zoals Covid-19.

Lees hier het originele artikel

2020-06-20T08:29:37+00:00 20 juni 2020|Categories: Directe belastingen - Financieel recht|Tags: , , |