>>>De intrede van de negatieve rente, wat nu? (Van Havermaet)

De intrede van de negatieve rente, wat nu? (Van Havermaet)

Auteur: Holger Heene (Van Havermaet)

Publicatiedatum: 02/11/2020

Wat is negatieve rente en waar komt het vandaan?

Wanneer u uw spaargeld op een spaarrekening zet bij een bank, dan geeft u uw geld als het ware in bruikleen voor het verlenen van o.a. kredieten. Als vergoeding voor het “uitlenen” van uw geld aan de bank, ontvangt u dan een spaarrente. In het geval van een negatieve rente zal u als geldschieter daarentegen geen interest meer ontvangen, maar zal u zelf moeten betalen voor het geld dat u ter beschikking stelt.

Die negatieve rente is het gevolg van de verplichting voor banken om overtollige “cash” gelden op rekening bij de Europese Centrale Bank (“ECB”) te parkeren. De ECB rekent daarvoor vervolgens een strafrente aan van -0,5%. Zij doet dat om de banken aan te sporen om met dat geld goedkopere kredieten te verlenen aan klanten, en zo de economie te stimuleren. De vraag naar goederen en diensten zal namelijk stijgen, waardoor ook de prijzen zullen stijgen. De ECB beschouwt een inflatie van maximaal 2% dan ook als gunstig, aangezien de mensen in dat geval hun uitgaven niet uitstellen en de economie zo blijft draaien. De keerzijde is dat banken nu via een negatieve rente die kost trachten door te rekenen aan klanten.

Wat betekent een negatieve rente voor mijn bedrijf?

Het aanrekenen van een nulrente of negatieve rente gebeurt al enkele jaren voor sommige vermogende vennootschappen en grote VZW’s, zowel op zichtrekeningen als op spaarrekeningen. Het kan dan ook nuttig zijn om een aantal alternatieven te overwegen. Vooreerst zou u kunnen beoordelen welke bank de beste rente (of de kleinste sanctie) oplegt. Dat zal waarschijnlijk een tijdelijke oplossing zijn, aangezien de kans groot is dat zowat alle banken zullen volgen. De praktijk leert ons dat u ook kan trachten te onderhandelen met uw huidige bank, omdat u als goede klant bv. al veel leningen en/of beleggingen heeft.

U kan echter ook overwegen om te beleggen, indien u gelden voor langere tijd kan vastzetten (bv. omdat ze in een liquidatiereserve zitten). Zo zou u kunnen beleggen via een cashfonds. Dat zijn fondsen die beleggen in vastrentende effecten, zoals schatkistcertificaten en obligaties met een ultrakorte looptijd. Het voordeel daarvan is dat u uw geld zowat op elk moment kan opvragen. De fondsen blijven bij faillissement van de bank buiten schot aangezien zij buiten de balans van de bank staan. De risico’s van een dergelijke belegging zijn dus relatief beperkt. Het nadeel is dat u beheerskosten en vennootschapsbelastingen op meerwaarden zal moeten betalen. U hoeft ook geen hoog rendement te verwachten. Buiten de cashfondsen zijn er nog varianten ter beschikking waarbij u afhankelijk van uw tijdshorizon en liquiditeitsverwachtingen toch nog een positieve opbrengst kan realiseren.

Daarnaast zou u ook een kapitalisatiecontract kunnen afsluiten. Dat is een beleggingsverzekering zonder verzekerde en begunstigde. Zo is er de tak 26-verzekering: een beleggingsverzekering met een gegarandeerd rendement voor een beperkte duur en met kapitaalgarantie, waarbij de gelden beschikbaar blijven. Een dergelijke verzekering is niet onderworpen aan een premietaks, maar brengt ook weinig of geen rendement op. De Luxemburgse variant (waar ook een Belgische variant van ter beschikking is) is de tak 6-verzekering (“Branche 6”), die investeert in fondsen.. De Branche 6 kan leiden tot een hoger rendement, maar brengt ook een groter risico met zich mee omwille van marktschommelingen. Bovendien zal u voor beide verzekeringen beheerskosten verschuldigd zijn.

U kan tot slot met uw bedrijf ook beleggen in een DBI-bevek. Dat is een fonds dat louter belegt in aandelen. Mits naleving van een aantal voorwaarden, zullen de uitgekeerde dividenden van een DBI-fonds aan uw vennootschap, alsook de gerealiseerde meerwaarden, volledig vrijgesteld zijn van belastingen. Een dergelijke belegging kan een hoger rendement opleveren, maar is tevens ook onderworpen aan het risico van waardeschommelingen van de aandelen.

Wat betekent een negatieve rente voor mij als particulier?

De banken zijn verplicht om de gereglementeerde spaarrekeningen van particulieren te vergoeden met een wettelijke rentevoet van minimaal 0,11%, bestaande uit 0,01% basisrente en 0,1% getrouwheidspremie. Toch zijn er al een aantal banken die een nulrente of negatieve rente aanrekenen aan particulieren. In dat geval gaat het echter om niet-gereglementeerde spaarrekeningen, die bijgevolg buiten de vereisten voor de wettelijke minimumrente vallen.

Aangezien een spaarboekje vandaag de dag niet veel meer opbrengt of u zelfs op kosten kan jagen, kan het ook in dit geval interessant zijn om een aantal alternatieven te overwegen. Vooreerst zou u kunnen opteren voor een niet-gereglementeerde spaarrekening of een termijnrekening. Zulke rekeningen kunnen een hogere interest opbrengen, maar die zal volledig belastbaar zijn. Bovendien geldt er geen wettelijke minimumrente. Goed kijken naar de voorwaarden is hier dan ook een belangrijke boodschap. Daarnaast zou u ook kunnen wisselen van bank, maar zoals hoger gesteld, zal dat vaak een tijdelijke oplossing zijn.

Indien u uw geld wat langer kan missen, dan kan u er ook voor opteren om het te beleggen. Zo kan beleggen in vastgoed een interessante piste zijn. De vastgoedmarkt is een vrij stabiele markt, die u een regelmatig inkomen kan opleveren. Door de lage rente kan u bovendien gebruik maken van het hefboomsysteem om met beperkte eigen middelen voor grotere bedragen te gaan beleggen. Het huurrendement is vaak hoger is dan de rentevoet voor de afbetaling van een lening. Het risico is echter dat huurinkomsten door leegstand kunnen wegvallen en er kosten ontstaan door schade en gebreken. Bovendien is er geen garantie dat het onroerend goed bij doorverkoop een meerwaarde zal opleveren. Beleggen via vastgoedcertificaten of aandelen in gereglementeerde vastgoedvennootschappen vereist doorgaans een minder grote investering. Dat biedt eveneens recht op een regelmatig inkomen, maar een meerwaarde bij doorverkoop is uiteraard ook hier niet gegarandeerd. Bij die laatste vorm van investeren in vastgoed zal u ook meer blootgesteld worden aan de schommelingen op de beurs.

Daarnaast kan u ook opteren voor een levensverzekering. Een tak 21-verzekering biedt een gewaarborgde interestvoet of een kapitaalsgarantie, die bij veel verzekeringsmaatschappijen echter neerkomt op 0%. U bent daardoor volledig afhankelijk van de uitkering van een eventuele winstdeelname, afkomstig van de prestaties van een beleggingsportefeuille. Bovendien zal u, tenzij het gaat om pensioensparen of u de middelen langer dan 8 jaar en 1 dag kan aanhouden, roerende voorheffing betalen op uw interesten. Bij tak 23-verzekeringen is er geen sprake van een gewaarborgde interestvoet, maar hangt het rendement af van de prestaties van een of meerdere onderliggende beleggingsfondsen, wat een hoger risico met zich meebrengt omwille van de marktschommelingen. Op deze belegging bent u geen roerende voorheffing maar wel een premietaks verschuldigd. Beide verzekeringen brengen ook beheerskosten met zich mee.

Tot slot kan u ook kiezen voor het  beleggen op de beurs, bv. in obligaties en/of aandelen. Dat kan via een professionele beheerder of u kan zelf uw weg zoeken naar de beste keuze. De juiste afweging tussen het potentieel rendement en het gelopen risico, de opvolging van uw investeringen, de kosten en de verschillende mogelijkheden bieden u vandaag een brede waaier aan mogelijkheden. U kan ook uw risico meer spreiden door een beleggingsfonds of een gemengd fonds bestaande uit aandelen en obligaties te kopen. In dat geval zal u echter naast roerende voorheffing op interesten en dividenden ook beheerskosten verschuldigd zijn.

De fiscus als uw vriend ?

Misschien ziet u het niet zitten om te beleggen? De fiscus zou u dan kunnen helpen. Het staat eenieder immers vrij om voorafbetalingen te verrichten. Normaal gezien doe je die met het oogmerk een belastingvermeerdering te vermijden. Maar niets belet je om “te veel” voorafbetalingen te verrichten. Je krijgt dan weliswaar meestal geen vergoeding van de fiscus, maar het kost je tenminste geen negatieve rente. Wil je je geld terug, dan kan je op eenvoudig verzoek het geld terugvragen.

Wat kan u concluderen?

Het positieve effect van de negatieve rente is dat het lenen goedkoper maakt. Daartegenover staat echter dat de meest veilige manier om cash aan te houden, namelijk de spaarrekening, niets meer opbrengt en u zelfs als klant op kosten kan jagen. Ook de eventuele stijgende inflatie leidt ertoe dat het op lange termijn aanhouden van cash op een spaar- of zichtrekening kan leiden tot een daling van uw geldwaarde en koopkracht. Het kan bijgevolg nuttig zijn om als bedrijf of als particulier een aantal alternatieve routes te overwegen, die bovendien een hoger rendement kunnen opleveren. Leidt de variëteit aan alternatieven ertoe dat u door de bomen het bos niet meer ziet? Dan staan onze experten uiteraard paraat om u de weg te wijzen.

Lees hier het originele artikel

2020-11-10T11:08:31+00:00 10 november 2020|Categories: Financieel recht|Tags: |