>>>Nieuwe regelgeving zet de kwaliteit van de gezondheidszorg voorop (CMS)

Nieuwe regelgeving zet de kwaliteit van de gezondheidszorg voorop (CMS)

Auteurs: Bruno Fonteyn en Delphine Phan (CMS)

Publicatiedatum: 12/07/2019

Op 14 mei 2019 werd een nieuwe wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad met betrekking tot de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

Deze nieuwe wet van 22 april 2019 beoogt de verbetering van de kwaliteit van de zorg door een aantal minimale kwaliteitscriteria op te leggen aan zorgverleners. Op dit moment gelden specifieke kwaliteitsnormen in ziekenhuizen, maar het doel van de nieuwe wet is dergelijke kwaliteit te garanderen in de gehele gezondheidssector en voor alle gezondheidszorgbeoefenaars, waar zij ook hun activiteiten uitoefenen: in het ziekenhuis, bij de patiënt thuis of in een privépraktijk.

Zo moeten gezondheidszorgbeoefenaars onder meer een portfolio bijhouden om hun bekwaamheid en ervaring te kunnen bewijzen bovenop het visum dat zij krijgen na het behalen van hun diploma. Het visum dat bewijst dat de zorgverlener over de juiste competenties beschikt, wordt met andere woorden aangevuld door een portfolio. Dit portfolio zal niet enkel de gegevens bevatten die door de overheid worden bijgehouden, maar moet door de gezondheidszorgbeoefenaar worden bijgewerkt met bewijsstukken waarmee hij/zij kan aantonen dat hij/zij zich voldoende bijschoolt om up-to-date te blijven met de geldende technieken om aldus kwaliteitsvolle gezondheidszorg te kunnen aanbieden.

Daarnaast wordt de permanentie, in tegenstelling tot wat nu het geval is, verplicht voor de arts, verpleegkundige, tandarts, vroedvrouw, apotheker, kinesitherapeut, klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog, indien die voor hun gezondheidszorgberoep wordt georganiseerd. De huisarts moet deelnemen aan de permanentie in de zone waar hij zijn beroep uitoefent. Deze verplichting geldt voor elke huisarts van de zone ongeacht in welke setting hij zijn beroep uitoefent.

De nieuwe wet voorziet ook in minimumnormen voor de inhoud en de vorm van het patiëntendossier dat vanzelfsprekend een cruciaal element is in een kwaliteitsvolle zorgverlening. De toegang tot het patiëntendossier wordt eveneens verduidelijkt. Zo zal bijvoorbeeld het patiëntendossier van een verpleegkundige geen medische diagnose bevatten terwijl dat wel het geval is voor een arts.

Bovendien moet elke gezondheidszorgbeoefenaar bepaalde gegevens meedelen aan de FOD Volksgezondheid die worden opgenomen in een federaal register van gezondheidszorgbeoefenaars. Het register zal toegankelijk zijn voor het publiek zodat iedereen kan nagaan welke gezondheidszorg de zorgverlener waar verstrekt en of hij/zij deze al dan niet verstrekt in het kader van een samenwerking met andere gezondheidszorgbeoefenaars.

Aangezien medische ingrepen steeds vaker buiten het ziekenhuis plaatsvinden, bevat de nieuwe wet ook specifieke bepalingen omtrent risicovolle verstrekkingen, zoals bijvoorbeeld de gezondheidszorg die wordt verstrekt met toepassing van algemene anesthesie. Zo vereist de wet dat een anesthesist bij maximaal één patiënt tegelijkertijd mag optreden, dat de patiënt vooraf moet worden geïnformeerd en correct moet worden opgevolgd.

De wet anticipeert eveneens op het verstrekken van zorg vanop een afstand (“telegeneeskunde”). Ze bevat geen wettelijke grondslag voor de mogelijkheid van telegeneeskunde, maar beoogt dat, indien dit mogelijk zou worden, dezelfde kwaliteitsvereisten bij teleconsultaties van toepassing zullen zijn als bij fysieke consultaties.

Ten slotte wordt een federale commissie opgericht die erop zal toezien dat de gezondheidszorgbeoefenaars de kwaliteitsnormen naleven. De minister is bevoegd om eventueel maatregelen op te leggen bij schending van de vereisten.

De nieuwe wet doet geen afbreuk aan de huidige bepalingen in verband met de kwaliteitsvolle zorgverlening. Zo bepaalt de wet betreffende de rechten van de patiënt dat elke patiënt recht heeft op kwaliteitsvolle dienstverstrekking. De nieuwe wet vertaalt dit recht concreet naar de zorgpraktijk en vult de wet op de patiënten aan. De wetgever beschouwt de nieuwe wet als een lex specialis ten opzichte van de wet patiëntenrechten die de lex generalis is.

De verplichtingen die aan gezondheidszorgbeoefenaars worden opgelegd door andere regelgeving, onder meer de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van gezondheidszorgberoepen, blijven eveneens parallel bestaan met de nieuwe wet. De bepalingen in de wet van 10 mei 2015 die betrekking hebben op de kwaliteitsvolle zorg en die aanleunen bij de vereisten van de nieuwe wet, worden door deze laatste vervangen en geïntegreerd in de nieuwe wet teneinde een coherente regelgeving te bekomen. Met andere woorden worden de kwaliteitsvereisten die de gezondheidszorgbeoefenaar bij zijn praktijkvoering moet naleven in de nieuwe wet gebundeld.

De wet treedt in werking op 1 juli 2021 behoudens enkele bepalingen waarvoor de Koning een vroegere datum van inwerkingtreding kan vaststellen.

Lees hier het originele artikel

2019-07-31T07:06:49+00:00 31 juli 2019|Categories: Gezondheidszorg - Medisch recht|Tags: |