Aannemingsrecht anno 2026
Mr. Frank Burssens (Everest)
Mr. Els Op de Beeck (Schoups)
Mr. Simon Verhoeven (Equator)
Webinar op donderdag 29 januari 2026
Buitencontractuele aansprakelijkheidsregelingen:
een kritische benadering na de
invoering van Boek 6 BW
Prof. dr. Britt Weyts (UAntwerpen)
Webinar op vrijdag 5 juni 2026
Mededingingsrecht:
recente ontwikkelingen
Mr. Melissa Van Schoorisse (Covington)
Webinar op vrijdag 27 maart 2026
Vereffening en schuldeisers:
een analyse aan de hand
van concrete vragen
Mr. Dirk Van Gerven en mr. Ivan Peeter (NautaDutilh)
Webinar op vrijdag 6 februari 2026
Procederen bij hoogdringendheid
in ondernemingszaken:
een praktische handleiding
Mr. Kim Swerts (Andersen in Belgium)
Webinar op vrijdag 23 januari 2026
Wenst u meerdere opleidingen
te volgen bij LegalLearning?
Overweeg dan zeker ons jaarabonnement
Krijg toegang tot +150 opleidingen
Live & on demand webinars
Voor uzelf en/of uw medewerkers
Rechter is niet verplicht om de door de verweerder gevraagde onderzoeksmaatregelen te bevelen. Cass. 18 september 2025 (Recht op zaterdag)
Auteur: Marc Vandecasteele (Recht op zaterdag)
Producten in kapsalon en oorzaak ziekte. Rechter is niet verplicht om de door de kapster gevraagde onderzoeksmaatregelen te bevelen (Cass. 18 september 2025).
De appelrechter (hof van beroep te Gent van 12 oktober 2023) stelt vast en oordeelt dat:
- de kapster meent dat de producten van L’ORÉAL BELGILUX die zij jarenlang heeft gebruikt in haar kapsalon de oorzaak zijn van haar diagnose van Multiple Chemical Sensitivity, hierna MCS, hetgeen betekent dat zij allergisch is aan allerlei chemicaliën en toxische stoffen, waardoor zij schade lijdt door de gebrekkige producten;
- de concentraties van chemicaliën die MCS veroorzaken, in tal van producten aanwezig zijn die men in het dagelijkse leven gebruikt;
- de behandelende huisarts op 5 maart 2019 enkel attesteert dat de kans reëel is dat de blootstelling aan de producten in het kapsalon van de kapster de uitslag in haar gezicht en eventueel onderliggende aandoening hebben getriggerd, zodat deze attestatie niet bewijst welk product uiteindelijk tot de vastgestelde MCS heeft geleid;
- het enkele feit dat een persoon MCS ontwikkelt door een regelmatige blootstelling aan deze producten die deze ziekte veroorzaken, niet bewijst dat deze producten gebrekkig zijn;
- de kapster geen concreet product aanduidt dat een gebrek vertoont of niet voldoet aan de veiligheid die het publiek gerechtigd is ervan te verwachten;
- uit de Europese regelgeving, met name de Cosmeticaverordening, blijkt dat de producten van L’ORÉAL BELGILUX, voor ze op de markt kunnen worden gebracht en nadien, aan een streng toezicht zijn onderworpen;
- de kapster niet bewijst dat L’ORÉAL BELGILUX zich met een van haar producten niet houdt aan de Cosmeticaverordening, dat er in een van de producten verboden bestanddelen zitten of dat de ingrediëntenlijst niet correct zou zijn;
- L’ORÉAL BELGILUX gebruiksaanwijzingen bij haar producten voegt waarin de chemische samenstelling, kleurproducten en ingrediënten worden weergegeven, preventietips worden gegeven en wordt gewaarschuwd voor een mogelijke allergische reactie;
- het op vraag van de kapster eenzijdig onderzoek uitgevoerd door S.V. weinig bewijskrachtig is omdat de beproevingen zijn gevoerd op een ogenblik dat de kapster al enkele jaren niet meer werkzaam was in het salon, twee jaar nadat bij haar MCS werd vastgesteld en de metingen niets zeggen over de werkelijke toestand waarin de kapster werkte, zodat er geen reden is om deze deskundige te horen;
- de omstandigheid dat formaldehyde werd waargenomen in het onderzoek van S.V. logisch is aangezien toegelaten formaldehyde releasers als conserveermiddel in de producten worden gebruikt en de minieme aanwezigheid ervan wordt vermeld op de verpakkingen van de producten;
- deze toegelaten stof overigens ook aanwezig is in tal van schoonmaakproducten, levensmiddelen en andere huishoudelijke producten die de kapster ongetwijfeld heeft gebruikt.
De visie van het Hof van Cassatie
De appelrechter die de door de kapster aangevoerde bewijsmiddelen, waaronder de eenzijdige deskundigenverslagen, die aannemelijk zouden maken dat de producten van L’Oréal Belgilux gebrekkig zijn, niet overtuigend acht, kon naar recht oordelen niet in te gaan op haar verzoek tot het bevelen van een getuigenverhoor of tot het aanstellen van een deskundige om de gebrekkigheid van de producten na te gaan.
Krachtens artikel 8.4, derde lid, Burgerlijk Wetboek zijn alle partijen gehouden om mee te werken aan de bewijsvoering.
De eerbiediging van deze medewerkingsplicht houdt niet in dat de rechter verplicht is om de door de eisende partij gevraagde onderzoeksmaatregelen te bevelen, zodra deze partij voorhoudt dat de tegenpartij over voor haar mogelijk relevante, niet-meegedeelde informatie beschikt.
» Bekijk alle artikels: Geschillen & Procedure

















