>, Personen- & Familierecht>Wie betaalt de gerechtskosten bij een echtscheiding? (Pauwels Advocaten)

Wie betaalt de gerechtskosten bij een echtscheiding? (Pauwels Advocaten)

Auteurs: Pieter Pauwels en Isabel De Pauw (Pauwels Advocaten)

Publicatiedatum: 26/01/2019

Scheiden zonder kosten?

Wie betaalt de gerechtskosten bij echtscheiding? Normaal is het de verliezer die betaalt.  Diegene die het proces verliest moet normaal gezien ook de proceskosten betalen met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, de forfaitaire tegemoetkoming in de advocatenkosten van de winnaar van het proces.  Geldt dit principe ook bij echtscheidingsprocedures?  Zijn er winnaars en verliezers bij echtscheiding?  In het familierecht geldt dit basisprincipe uit het procesrecht niet!

In deze bijdrage zetten we uiteen hoe de kosten in een familiaal geschil worden verrekend.

Wat met de rechtsplegingsvergoeding?

Een rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire bijdrage in de advocatenkosten van de winnende partij.  Dit is een wettelijk forfait: u betaalt niet de werkelijk betaalde advocatenkosten van de winnaar. In familiezaken is het een ongeschreven regel om de rechtsplegingsvergoedingen te “compenseren”, gelet op de hoedanigheid van partijen.  In familiale twisten zijn er naar verluidt geen winnaars of verliezers.  Compensatie van de rechtsplegingsvergoedingen betekent dat u geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd bent wanneer de beide partijen een advocaat hebben geraadpleegd.  Opgepast!  Er is geen compensatie of nuloperatie wanneer de ene partij een advocaat heeft genomen maar de andere niet!  In dit geval is er geen compensatie en betaalt de partij zonder advocaat wel degelijk een rechtsplegingsvergoeding aan de andere partij!

Geschillen tussen echtgenoten, wettelijk of feitelijk samenwonenden, bloedverwanten in de opgaande lijn, broeders en zusters of aanverwanten in dezelfde graad

Het Gerechtelijk Wetboek voorziet in een bijzondere bepaling in art. 1017, vierde lid voor geschillen tussen echtgenoten, wettelijk of feitelijk samenwonenden, bloedverwanten in de opgaande lijn, broeders en zusters of aanverwanten in dezelfde graad.

Bij geschillen tussenbloed- of aanverwanten, gehuwden, wettelijke en feitelijke samenwoners kan de rechtbank beslissen om de kosten om te slaan.  Dit wil niet zeggen dat de rechter één van de partijen knock-out mag slaan, maar dat iedere partij zijn eigen betaalde gerechtskosten moet dragen.  Doel van de wetgever was de verhouding tussen deze dichte familieleden niet nog méér te verstoren door de ene of andere partij te veroordelen tot de kosten. Opgepast, de rechter is niet verplicht om de kosten om te slaan: hij mag het. En hij kan nog steeds de ene of de andere partij veroordelen tot de kosten.

Jammer genoeg is het begrip “de kosten omslaan” niet duidelijk. Bedoelt men hiermee dat de kosten worden gedeeld OF dat elke partij zijn kosten draagt? Dit laatste betekent namelijk dat de eisende partij, die het rolrecht heeft voorgeschoten, deze kosten volledig zal dragen en de kosten toch niet worden gedeeld… Deze onduidelijkheid zal vanaf 01.02.2019 gedeeltelijk verdwijnen, daar de inning van het rolrecht wordt verplaatst naar het einde van de procedure.

De gerechtskosten bij een echtscheiding door onderlinge toestemming?

Aangezien partijen hier over alles een akkoord moeten bereiken, dienen zij ook te bepalen in de overeenkomst hoe de gerechtskosten worden verdeeld. De echtgenoten zijn hier volledig vrij.  Meestal voorzien de partijen dat elk van hen de helft van de gerechtskosten zal betalen.  Andere verhoudingen zijn evenzeer mogelijk.

Wat met de gerechtskosten in geval van een echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting?

De echtscheiding op grond van het herhaald verzoek of op grond van zes maanden feitelijk scheiding (art. 229 § 2 BW).

De regel is dat bij een echtscheiding op grond van het herhaald verzoek of op grond van zes maanden feitelijke scheiding (art. 229 §2 BW) elke partij de helft van de kosten draagt, tenzij u en uw partner andere afspraken zouden maken.  Als partijen niet tot een overeenkomst komen, is de rechter verplichten om de gerechtskosten in gelijke delen te verdelen over de partijen.

De echtscheiding op grond van een concreet feit of concrete feiten (art. 229 § 1 BW) of op grond van één jaar feitelijke scheiding of één jaar na de inleidingszitting (art. 229 § 3 BW).

Indien de rechtbank de echtscheiding uitspreekt wegens overspel of andere concrete feiten (art. 229 §1 BW) wanneer de echtgenoten reeds één jaar feitelijk gescheiden zijn of er een jaar verstreken is na de inleidingszitting (art. 229 §3 BW), draagt elke partij zijn of haar eigen kosten.  Ook hier kan de rechter afwijken van deze verdeelsleutel, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak.

Wat met de gerechtskosten in geval van een heropstart van het dossier door “de blijvende saisine” van de familierechtbank?

Indien een dossier wordt behandeld op basis van de blijvende saisine van de familierechtbank, zal er geen veroordeling tot de rolrechten zijn. De veroordeling tot de kosten is namelijk reeds gebeurd in het verleden. De kosten werden reeds gemaakt in een vorige procedure. Er zijn geen kosten verbonden aan de inleiding op grond van de blijvende saisine, zodat er uiteraard ook geen rolrecht meer verschuldigd is.

Lees hier het originele artikel