>>Wanneer is een wet van openbare orde? (Intersentia)

Wanneer is een wet van openbare orde? (Intersentia)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 14/09/2019

Elke jurist in België kent het begrip ‘openbare orde’. Wat de openbare orde, het algemeen belang en de goede zeden nu juist inhouden, werd evenwel tot vandaag nooit, globaal, naar Belgisch recht uitgewerkt. In het werk ‘Openbare orde’ komt Ludo Cornelis tot een heldere en duidelijke synthese die aan de openbare orde, het algemeen belang en de goede zeden een precieze en bruikbare inhoud, zin en draagwijdte geeft. De auteur ontleent zijn inzichten aan het Burgerlijk Wetboek, aan het EVRM, aan de Europese verdragen en maar ook aan de moraal, de politieke, sociale en economische wetenschappen.

(Openbare orde, 2019, ISBN 9789400010727)

Op 24 oktober 2019 (Brussel) en 14 november 2019 (Antwerpen) zullen Prof. em. dr. Ludo Cornelis,  Prof. em. dr. Aloïs Van Oevelen, Prof. dr. Frederik Peeraer en Mr. Frédéric Dupon een studienamiddag geven naar aanleiding van de publicatie van het boek.

Na de uiteenzetting van Prof. em. dr. Ludo Cornelis waarin hij het algemeen kader zal schetsen zullen Prof. dr. Frederik Peeraer (namiddag Brussel) respectievelijk Prof. em. dr. Alois Van Oevelen (namiddag Antwerpen) het vervagende onderscheid tussen rechtsregels van openbare orde en van dwingend recht bespreken, zowel onder invloed van het recht van de Europese Unie als op het internrechtelijk vlak. Ten slotte zal mr. Frédéric Dupon het onderwerp ‘de aard van de rechtsregel in het burgerlijk procesrecht’ behandelen.

Deelname aan de studienamiddag kan aan de prijs van

  • € 159 (excl. 21% btw) inclusief documentatie, broodjesbuffet en koffie-frisdranken
    of  
  • € 279 (excl. 21% btw) inclusief documentatie, het boek ‘Openbare orde – 2019’ (uitgave Intersentia ter waarde van € 165), broodjesbuffet en koffie-frisdranken

Lees hier een aantal paragrafen uit het lijvige boek (958 blz.)

De rechtsleer concentreert zich voornamelijk op de vraag wanneer een wet van openbare orde is.

Omdat de hiërarchie van de normen niet alleen uit wetten (in de materiële betekenis) bestaat, is het beter te spreken van rechtsregels van openbare orde, waardoor ook de jurisprudentiële rechtsregels, die naar aanleiding van de toepassingen van een wet van openbare orde het licht zien, bij de vraagstelling worden betrokken. Een wet is van openbare orde wanneer de wetgever haar dat karakter geeft , dan wel duidelijk maakt dat er niet rechtsgeldig is van af te wijken.

De jurisprudentiële rechtsregels die op grond van dergelijke wet ontstaan, zijn eveneens van openbare orde. De door de wet geregelde materie kan evenwel ook de openbare orde aanbelangen, in de betekenis die hiervoor werd besproken. De wet kan eveneens een gedrag verbieden of opleggen, om de openbare orde te vrijwaren of te consolideren. In die omstandigheden betreft  de wet de openbare orde, zodat de vermelding dat zij van openbare orde is, dan wel de precisering dat er niet rechtsgeldig van kan worden afgeweken, daaraan niets toevoegt.

Interessanter is de vraag of de wetgever een wet van openbare orde tot stand kan brengen met betrekking tot een aangelegenheid en/of een gedrag, die de openbare orde niet naar inhoud aanbelangen.

Beschikt de wetgever met andere woorden over de mogelijkheid om een wet van openbare orde in het leven te roepen, terwijl de regulering betrekking heeft  op een kwestie en/of gedrag, die inhoudelijk aan de openbare orde vreemd zijn?

De omgekeerde hypothese is even boeiend: kan de wetgever door middel van een wet van openbare orde bepalen dat een aangelegenheid en/of een gedrag, die met de openbare orde strijden, niet langer ongeoorloofd zijn?

De vragen kunnen ook met betrekking tot jurisprudentiële rechtsregels van openbare orde worden gesteld. Voor zover kon worden nagegaan, heeft  enkel het eerste aspect de aandacht van sommige auteurs getrokken. Naar hun oordeel moet de wetgever zich bij het algemene begrip ‘openbare orde’ neerleggen. Hun zienswijze houdt in dat de wetgever niets van openbare orde kan maken dat daaraan, volgens het algemene begrip, niet beantwoordt en evenmin iets aan de openbare orde kan onttrekken dat, volgens dat algemene begrip, de openbare orde raakt.
Met die zienswijze beperken die auteurs de aan de wetgevers toekomende bevoegdheden.

De wet (in de materiële betekenis) is evenwel het instrument bij uitstek, waarmee de – democratisch verkozen – wetgever het beleid, waarvoor hij instaat, kan en moet verwezenlijken. De slagkracht van dat instrument neemt exponentieel toe wanneer de wetgever de wet van openbare orde verklaart ofwel rechtstreeks of onrechtstreeks afwijkingen verbiedt, ongeacht of het algemene begrip ‘openbare orde’ daardoor wordt uitgebreid dan wel vernauwd. Om dat beleidsinstrument aan de wetgever te ontzeggen, moeten er goede redenen bestaan, meer bepaald in de vorm van één of meer voorrang hebbende rechtsregels die de (bevoegde) wetgever verhinderen zijn beleidsinstrument op een daarmee strijdige wijze aan te wenden.

 

2019-09-14T11:44:25+00:00 14 september 2019|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: , |